top of page

Zoekresultaten

Doorzoek deze website

133 resultaten gevonden met een lege zoekopdracht

  • Gelukkiger worden: 10 kleine gewoontes die je mentale welzijn kunnen versterken

    Geluk is een vreemd begrip. We besteden er ontzettend veel tijd aan, terwijl het moeilijk vast te houden is. We denken soms dat we gelukkiger zullen zijn wanneer we meer verdienen, eindelijk die ene job krijgen, een relatie vinden, op vakantie kunnen of een bepaald doel bereiken. Wanneer dat moment uiteindelijk komt, genieten we er vaak oprecht van, maar na verloop van tijd wordt ook die nieuwe situatie opnieuw een deel van het gewone leven. Dat betekent niet dat omstandigheden onbelangrijk zijn. Financiële zekerheid, lichamelijke gezondheid, relaties, veiligheid en zingeving kunnen een enorme invloed hebben op ons welzijn. Tegelijk laat onderzoek uit de positieve psychologie zien dat ook ons dagelijkse gedrag ertoe doet. Hoe we onze aandacht gebruiken, hoeveel we bewegen, hoe we met andere mensen omgaan en welke kleine gewoontes we herhalen, kunnen mee bepalen hoe we ons doorheen de tijd voelen. Daarom spreek ik liever over gewoontes die welzijn ondersteunen dan over “breinhacks” waarmee je jezelf onmiddellijk gelukkig maakt. Ons brein is geen computer waarin je een eenvoudige code invoert om een gewenste emotie te produceren. We kunnen wel omstandigheden creëren waarin positieve emoties, verbinding, rust en tevredenheid gemakkelijker ruimte krijgen. Hieronder vind je tien eenvoudige manieren om daar in het dagelijkse leven mee te experimenteren. 1. Gebruik je lichaam om je stemming een klein duwtje te geven De relatie tussen lichaam en emotie loopt in twee richtingen. Wanneer we ons goed voelen, verandert onze gezichtsuitdrukking, lichaamshouding en manier van bewegen. Tegelijk wordt al jarenlang onderzocht of het bewust veranderen van een gezichtsuitdrukking ook enige invloed kan hebben op hoe we ons voelen. Dat onderzoek staat bekend als facial feedback. De resultaten zijn genuanceerder dan de populaire uitspraak dat je je brein kunt “foppen” door twee minuten te glimlachen. Grote studies en meta-analyses suggereren dat gezichtsuitdrukkingen inderdaad een klein effect op emotionele ervaring kunnen hebben, maar het effect is bescheiden en sterk afhankelijk van de situatie. Er is bovendien geen goede reden om te beweren dat een geforceerde glimlach simpelweg dopamine en serotonine vrijmaakt en je daardoor gelukkig maakt. Toch zit er een bruikbaar inzicht achter. Ons lichaam en onze mentale toestand beïnvloeden elkaar voortdurend. Wanneer je gespannen achter je computer zit, kun je bijvoorbeeld even opstaan, je schouders ontspannen, naar buiten lopen en bewust je gezichts- en lichaamsspanning loslaten. Dat zal een moeilijke dag niet plots veranderen in een geweldige dag, maar kleine lichamelijke veranderingen kunnen wel meehelpen om een vastgelopen toestand te doorbreken. Geluk hoeft daarbij geen prestatie te worden. Je hoeft jezelf niet te dwingen om te glimlachen wanneer je verdrietig bent. Soms is verdriet precies de emotie die op dat moment ruimte nodig heeft. 2. Gebruik je zintuigen wanneer je hoofd blijft doordraaien Wanneer we piekeren of gespannen zijn, verschuift onze aandacht gemakkelijk naar gedachten over wat gebeurd is of wat nog zou kunnen gebeuren. Je kunt minutenlang een gesprek opnieuw voeren dat al voorbij is of scenario's uitwerken voor een situatie die nog niet heeft plaatsgevonden. Op zulke momenten kan het helpen om de aandacht bewust terug te brengen naar concrete informatie uit je directe omgeving. De bekende 5-4-3-2-1-oefening is daar een eenvoudige manier voor. Je merkt vijf dingen op die je ziet, vier dingen die je lichamelijk kunt voelen, drie geluiden die je hoort, twee geuren die je waarneemt en één smaak. Het exacte aantal is minder belangrijk dan het principe erachter: je geeft je aandacht een concrete taak die verbonden is met het huidige moment. Deze oefening wordt vaak voorgesteld alsof je daarmee automatisch het parasympathische zenuwstelsel activeert en je brein van “stressmodus” naar “focusmodus” schakelt. Ons zenuwstelsel werkt complexer dan een schakelaar met twee standen. Wat de oefening vooral kan doen, is je aandacht tijdelijk verplaatsen van interne gedachten naar externe en lichamelijke waarneming. Voor iemand die vastzit in piekeren kan die verschuiving al waardevol zijn. Je hoeft daarna ook niet volledig rustig te zijn. Soms is het voldoende dat je opnieuw merkt waar je bent, wat je lichaam voelt en dat er naast de gedachten in je hoofd nog een hele werkelijkheid aanwezig is. 3. Let op hoe vaak je aandacht blijft hangen bij wat fout loopt Ons brein besteedt van nature veel aandacht aan mogelijke problemen. Vanuit evolutionair perspectief is dat begrijpelijk. Een gemiste dreiging kon grotere gevolgen hebben dan een gemiste aangename ervaring. In de psychologie wordt daarom vaak gesproken over een negativity bias: negatieve informatie kan onder bepaalde omstandigheden sterker onze aandacht trekken en beter onthouden worden. Daaruit volgt echter niet dat klagen letterlijk “negatieve neurale verbindingen” creëert die je brein steeds negatiever maken. Die uitleg klinkt neurowetenschappelijk, maar vereenvoudigt een veel complexer proces. Wat wel kan gebeuren, is dat herhaaldelijk aandacht geven aan dezelfde frustraties een gewoonte wordt. Je merkt steeds sneller op wat tegenvalt en besteedt daar vervolgens opnieuw veel tijd aan. Daarom vind ik het interessanter om klagen niet te verbieden, maar nauwkeuriger te maken. Wanneer iets je stoort, kun je jezelf afvragen wat er precies misloopt en of je er invloed op hebt. Soms leidt irritatie tot een nuttige actie: een grens aangeven, een probleem bespreken of iets veranderen. Wanneer je geen invloed hebt, kun je onderzoeken hoeveel aandacht je er nog aan wilt blijven geven. Positiviteit betekent daarbij niet dat je van iedere tegenslag iets moois moet maken. Als het een hele dag regent, hoef je jezelf niet wijs te maken dat je daar blij mee bent. Je kunt gewoon balen van het weer en daarna beslissen wat je met je dag wilt doen. 4. Sta bewust stil bij wat goed ging Een van de bekendste oefeningen uit de positieve psychologie is Three Good Things. Aan het einde van de dag schrijf je drie dingen op die goed gingen en eventueel ook waarom ze gebeurden. Dat kunnen belangrijke gebeurtenissen zijn, maar even goed kleine momenten die je anders gemakkelijk zou vergeten. Onderzoek naar dankbaarheids- en positieve-psychologie-interventies suggereert dat zulke oefeningen bij sommige mensen bescheiden verbeteringen in welzijn kunnen ondersteunen. Dat betekent niet dat drie positieve dingen opschrijven automatisch depressieve gevoelens wegneemt of dat iedereen na twee weken een duidelijk verschil ervaart. Het interessante zit vooral in wat je met je aandacht doet. Een moeilijke dag kan namelijk volledig als “een slechte dag” worden opgeslagen, terwijl er tegelijkertijd een fijn gesprek, een rustige wandeling of een klein succes heeft plaatsgevonden. Door daar bewust bij stil te staan, ontken je de moeilijke momenten niet. Je voorkomt vooral dat ze automatisch het volledige verhaal over je dag worden. Zelf vind ik dat een van de mooiste aspecten van dankbaarheid. Je hoeft het leven niet mooier te maken dan het is. Je leert vollediger kijken naar wat er allemaal aanwezig was. 5. Beweeg regelmatig, ook wanneer je geen sporter bent Lichaamsbeweging behoort tot de beter onderzochte leefstijlfactoren wanneer het gaat over mentale gezondheid. Regelmatig bewegen hangt samen met voordelen voor stemming, stressregulatie, slaap, cognitief functioneren en het risico op depressieve klachten. Ook relatief kleine hoeveelheden beweging kunnen betekenisvol zijn, zeker wanneer iemand vanuit een erg zittend leven begint. De verklaring wordt soms gereduceerd tot “sport maakt endorfine en serotonine vrij”, terwijl de werkelijkheid veel rijker is. Tijdens en na beweging vinden veranderingen plaats in verschillende neurotransmitters, neuromodulatoren, hormonen en groeifactoren. Ook lichaamstemperatuur, slaap, zelfvertrouwen, sociale interactie en het gevoel dat je iets hebt gedaan wat goed voor je is, kunnen bijdragen. Je hoeft daarom niet te wachten tot je zin hebt in een zware training. Tien of twintig minuten wandelen kan een uitstekende eerste stap zijn. Wanneer je buiten beweegt, komen daar mogelijk nog andere factoren bij, zoals daglicht, natuur en een tijdelijke afstand van je dagelijkse omgeving. De kracht zit uiteindelijk minder in één perfecte wandeling van tien minuten dan in het patroon dat je opbouwt. Een lichaam dat regelmatig beweegt, krijgt steeds opnieuw een andere ervaring dan een lichaam dat het grootste deel van de dag stilzit. 6. Investeer bewust in mensen bij wie je jezelf kunt zijn Onze relaties behoren tot de belangrijkste factoren in menselijk welzijn. Goede sociale verbindingen kunnen steun, plezier, betekenis en het gevoel geven dat we ergens bij horen. Langlopend onderzoek naar gezondheid en welzijn laat keer op keer zien dat de kwaliteit van onze relaties ertoe doet. Dat betekent niet dat je jezelf uitsluitend moet omringen met mensen die altijd positief zijn. Iedereen klaagt, heeft moeilijke periodes en brengt soms minder energie mee. Het idee dat je alle “negatieve mensen” uit je leven moet verwijderen, kan relaties onnodig oppervlakkig maken. Een goede vriend mag verdrietig, boos of uitgeput zijn zonder daardoor een zogenaamde energievreter te worden. Interessanter is de vraag hoe je je doorgaans voelt binnen een relatie. Kun je jezelf zijn? Is er wederkerigheid? Wordt er naar je geluisterd? Kun je ook iets moeilijks vertellen? Is er ruimte voor humor, kwetsbaarheid en verschil? En merk je dat jij dezelfde ruimte aan de ander geeft? Geluk ontstaat voor een belangrijk deel in verbinding. Soms is één gesprek waarin je je werkelijk gezien voelt waardevoller dan tien technieken waarmee je probeert je stemming in je eentje te verbeteren. 7. Geef emoties tijd zonder een stopwatch te gebruiken Een van de hardnekkigste claims op sociale media is de zogenaamde 90-secondenregel: een emotie zou biologisch maar negentig seconden duren en alles wat daarna blijft bestaan zou veroorzaakt worden doordat we erover blijven nadenken. Dat klinkt aantrekkelijk omdat het emoties overzichtelijk maakt, maar er bestaat geen wetenschappelijke regel die zegt dat menselijke emoties precies negentig seconden duren. Emoties kunnen seconden, minuten of veel langer aanwezig blijven en gedurende die tijd in intensiteit veranderen. Gedachten kunnen emoties inderdaad opnieuw aanwakkeren, maar ook lichamelijke toestand, herinneringen, omgeving en wat er op dat moment gebeurt spelen mee. Verdriet na een verlies verdwijnt uiteraard niet wanneer je anderhalve minuut wacht. Het bruikbare deel van het idee is dat er ruimte kan ontstaan tussen een emotie en wat je ermee doet. Wanneer je boos bent, hoef je niet onmiddellijk dat bericht te versturen. Wanneer je angst voelt, hoef je niet automatisch weg te lopen. Je kunt even voelen wat er lichamelijk gebeurt, rustig ademen en wachten tot de eerste impuls iets minder sterk is voordat je beslist hoe je wilt reageren. Dat is emotionele regulatie in een veel realistischer vorm. Je probeert emoties niet volgens een tijdschema weg te krijgen. Je leert voorkomen dat ieder sterk gevoel onmiddellijk je volgende handeling bepaalt. 8. Doe iets vriendelijks voor iemand anders Iets voor een ander doen kan verrassend veel betekenen voor je eigen welzijn. Onderzoek binnen de positieve psychologie naar prosociaal gedrag laat zien dat vriendelijke handelingen en geven aan anderen onder bepaalde omstandigheden samenhangen met positieve emoties en een groter gevoel van verbondenheid. Daarvoor hebben we geen simplistische verklaring nodig waarin ieder compliment rechtstreeks je oxytocine verhoogt. Menselijke verbinding is veel rijker dan één hormoon. Wanneer je iemand oprecht bedankt, een compliment geeft, hulp aanbiedt of even laat weten dat je aan hem of haar denkt, creëer je een sociaal moment waarin aandacht en waardering worden uitgewisseld. Het verschil zit vaak in oprechtheid. Drie complimenten uitdelen omdat een gelukslijstje zegt dat je er drie moet geven, kan mechanisch worden. Eén keer werkelijk opmerken wat je in iemand waardeert en dat uitspreken, kan veel meer betekenen. We onderschatten soms hoeveel kleine gebaren bij anderen blijven hangen. Een bericht sturen naar iemand die het moeilijk heeft, iemand bedanken voor iets wat vanzelfsprekend lijkt of gewoon zeggen dat je blij bent dat iemand in je leven is, kost weinig tijd en kan voor beide mensen een betekenisvol moment creëren. 9. Lichamelijke nabijheid kan helpen om verbinding te ervaren Aanraking speelt een bijzondere rol in menselijke relaties. Een knuffel, een hand op een schouder of even dicht bij iemand zitten kan veiligheid en verbondenheid uitdrukken zonder dat daar veel woorden voor nodig zijn. Onderzoek naar affectieve aanraking suggereert dat prettige, gewenste aanraking samenhangt met verschillende sociale en fysiologische processen die relevant zijn voor stress en verbinding. Ook hier wordt oxytocine vaak als een soort “knuffelhormoon” gepresenteerd dat automatisch vrijkomt en ons vervolgens gelukkig maakt. De rol van oxytocine in menselijk sociaal gedrag is veel complexer en contextafhankelijker. Een knuffel is bovendien alleen prettig wanneer die gewenst en veilig voelt. Daarom bestaat er geen zinvolle regel dat je iedere dag vijf mensen zou moeten knuffelen. Voor iemand die graag lichamelijke nabijheid ervaart, kan een lange knuffel van een partner, kind, familielid of goede vriend heel waardevol zijn. Voor iemand die aanraking minder prettig vindt, kan verbinding op een andere manier worden ervaren. De essentie zit opnieuw in contact. Mensen hebben verschillende manieren waarop ze nabijheid ervaren, en het is waardevol om te ontdekken welke vormen van verbinding jou daadwerkelijk goed doen. 10. Geef je brein regelmatig iets nieuws om te ontdekken Routine is ontzettend nuttig. Ze maakt ons leven voorspelbaar en zorgt ervoor dat we niet over iedere handeling opnieuw hoeven na te denken. Tegelijk kan een leven dat volledig uit dezelfde patronen bestaat vlak gaan aanvoelen. Nieuwe ervaringen trekken onze aandacht, stimuleren nieuwsgierigheid en kunnen ons opnieuw het gevoel geven dat we actief deelnemen aan ons leven. Daarvoor hoef je geen vliegtuig naar de andere kant van de wereld te nemen. Je kunt een nieuw gerecht koken, een andere wandelroute kiezen, muziek beluisteren die je niet kent, een cursus volgen, iemand ontmoeten, een museum bezoeken of eindelijk beginnen aan iets wat je al lang interessant vindt. Ook hier is “nieuwe dingen verhogen dopamine” een te eenvoudige verklaring. Dopamine speelt onder andere een belangrijke rol in motivatie, leren en beloningsvoorspelling, maar menselijke nieuwsgierigheid en plezier kunnen niet worden teruggebracht tot één chemische stof. Het psychologisch interessante aan nieuwe ervaringen is dat ze onze automatische piloot tijdelijk onderbreken. Wanneer iets onbekend is, moeten we opnieuw kijken, luisteren en leren. Daardoor zijn we vaak aandachtiger aanwezig en kunnen dagen minder snel in elkaar overvloeien. Geluk ontstaat vaker uit patronen dan uit trucs Wanneer je deze tien ideeën samenlegt, valt iets op. Geen enkele oefening is spectaculair. Je hoeft je brein niet te hacken, jezelf voortdurend positief toe te spreken of iedere negatieve emotie zo snel mogelijk te verwijderen. De meeste dingen die ons welzijn ondersteunen zijn verrassend gewoon: bewegen, aandacht geven, verbinding zoeken, vriendelijk zijn, voldoende herstellen, nieuwe dingen ontdekken en bewust stilstaan bij wat waardevol is. Daar zit tegelijkertijd de moeilijkheid. Een truc probeer je één keer. Een gewoonte vraagt herhaling. Eén wandeling kan je goed doen, terwijl regelmatig bewegen veel meer betekenis krijgt. Eén dankbaarheidsoefening kan aangenaam zijn, terwijl bewust aandacht leren geven aan positieve ervaringen geleidelijk een andere manier van kijken kan ondersteunen. Eén goed gesprek kan opluchten, terwijl duurzame relaties gedurende jaren bijdragen aan het gevoel dat je gedragen wordt. Geluk is daarom voor mij ook geen permanente emotionele toestand die we moeten proberen vast te houden. Niemand voelt zich voortdurend gelukkig en dat zou zelfs een vreemd doel zijn. Verdriet, boosheid, angst, teleurstelling en frustratie horen bij een volledig menselijk leven. Mentale gezondheid betekent dat al die ervaringen ruimte mogen krijgen en dat positieve ervaringen daarnaast ook voldoende kans krijgen om opgemerkt en beleefd te worden. Je hoeft je niet gelukkig te voelen om een goed leven te leiden Onze cultuur legt behoorlijk veel nadruk op geluk. Daardoor kan er zelfs een nieuwe vorm van druk ontstaan. Wanneer je je slecht voelt, lijkt het alsof je daar onmiddellijk iets aan moet doen. Je moet positiever denken, dankbaar zijn, sporten, mediteren of je mindset aanpassen. Wanneer dat niet werkt, kun je vervolgens het gevoel krijgen dat je ook nog eens faalt in gelukkig zijn. Dat vind ik een belangrijke valkuil. Een betekenisvol leven bevat ook moeilijke periodes. Rouw kan diep verdriet veroorzaken omdat iemand belangrijk voor je was. Angst kan verschijnen wanneer je iets waardevols dreigt te verliezen. Frustratie kan duidelijk maken dat een grens overschreden wordt. Emoties zijn geen storingen die zo snel mogelijk uit ons systeem verwijderd moeten worden. Geluk krijgt juist meer betekenis wanneer het niet voortdurend afgedwongen hoeft te worden. Soms bestaat welzijn uit plezier en enthousiasme. Op andere momenten bestaat het uit rust, verbondenheid, betekenis, veerkracht of het gevoel dat je ondanks een moeilijke periode trouw blijft aan wat voor jou belangrijk is. Daarom zou ik geluk nooit reduceren tot de vraag: “Hoe voel ik mij vandaag?” Een rijker perspectief is: “Hoe leef ik, waar geef ik aandacht aan en sluit dat leven aan bij wat ik belangrijk vind?” Kleine veranderingen kunnen toch veel betekenen Wanneer je meer welzijn wilt ervaren, hoef je deze tien ideeën uiteraard niet tegelijkertijd toe te passen. Dat maakt van zelfzorg opnieuw een takenlijst. Kies liever één kleine verandering die op dit moment bij je leven past. Als je veel in je hoofd zit, kan een dagelijkse wandeling een goede start zijn. Wanneer je merkt dat dagen vooral gevuld zijn met problemen, kun je 's avonds kort opschrijven wat ook goed ging. Wanneer je je eenzaam voelt, heeft contact zoeken waarschijnlijk meer betekenis dan nog een mindfulnessoefening. En wanneer je voortdurend bezig bent, kan je grootste verandering juist bestaan uit minder doen. Observeer vervolgens wat er gebeurt zonder van iedere oefening onmiddellijk resultaat te eisen. Sommige gewoontes passen bij je, andere nauwelijks. Mentale gezondheid vraagt geen perfecte routine. Het gaat erom dat je steeds beter leert herkennen wat jouw lichaam en hoofd nodig hebben en welke keuzes je welzijn op langere termijn ondersteunen. Meer rust, verbinding en ruimte in je dagelijks leven Bij Klarvida Coaching in Waregem spreek ik regelmatig mensen die rationeel heel goed weten wat goed voor hen zou zijn en toch merken dat het moeilijk blijft om dat in het dagelijkse leven toe te passen. Ze weten dat ze meer rust nodig hebben, maar blijven doorgaan. Ze begrijpen dat piekeren weinig oplost en merken toch dat hun hoofd 's avonds blijft malen. Ze willen beter voor zichzelf zorgen, maar voelen zich schuldig zodra ze een grens aangeven. Daarom kijken we tijdens begeleiding verder dan losse tips. We onderzoeken welke patronen ervoor zorgen dat je telkens opnieuw op dezelfde plek terechtkomt en welke kleine veranderingen werkelijk bij jouw leven passen. Mindfulness, ademhaling, aandacht, beweging, zelfcompassie en positieve psychologie kunnen daar allemaal een plaats in krijgen, afhankelijk van wat jij nodig hebt. Je kunt bij Klarvida eerst vrijblijvend kennismaken. Je vertelt wat er speelt, ik luister en samen bekijken we waar je behoefte aan hebt en of mijn manier van begeleiden daarbij aansluit. Lees ook: 👉 [De kracht van kleine gewoontes – transformeer je leven subtiel] 👉 [Dankbaarheid en je brein – hoe dankbaarheid je geluksniveau verhoogt] 👉 [Zelfliefde ontwikkelen in 4 stappen – begin bij jezelf]

  • Zelfvertrouwen coaching: wat werkt écht als je minder aan jezelf wilt twijfelen?

    Zelfvertrouwen wordt vaak voorgesteld alsof het een eigenschap is die je bezit of mist. Sommige mensen lijken zonder moeite een ruimte binnen te stappen, hun mening te geven, grenzen te stellen en beslissingen te nemen, terwijl anderen zichzelf voortdurend in twijfel trekken. Daardoor kan gemakkelijk het gevoel ontstaan dat zelfvertrouwen vooral een kwestie van persoonlijkheid is: je hebt het geluk ermee geboren te zijn, of je zult altijd harder moeten vechten tegen onzekerheid. De werkelijkheid is gelukkig genuanceerder. Zelfvertrouwen is geen vaststaand onderdeel van je persoonlijkheid en het is ook geen permanente toestand waarin je op een bepaald moment aankomt. Je kunt je bijzonder zeker voelen op je werk en tegelijk onzeker worden binnen een relatie. Je kunt zonder problemen een presentatie geven voor honderd mensen en vervolgens een uur piekeren over een opmerking van iemand die belangrijk voor je is. Je kunt jarenlang sterk functioneren en door een ontslag, relatiebreuk, afwijzing of andere ingrijpende gebeurtenis plots veel meer aan jezelf beginnen twijfelen. Dat maakt zelfvertrouwen dynamisch. Het wordt beïnvloed door eerdere ervaringen, verwachtingen, overtuigingen, relaties, vaardigheden en de situaties waarin je terechtkomt. Precies daarom geloof ik niet zo sterk in snelle trucs waarmee je in enkele dagen een totaal ander mens zou worden. Duurzamer zelfvertrouwen ontstaat meestal niet doordat alle onzekerheid verdwijnt, maar doordat je leert dat onzekerheid niet langer iedere keuze voor jou hoeft te maken. Dat is ook waar goede zelfvertrouwen coaching volgens mij over moet gaan. Niet over jezelf voortdurend vertellen hoe geweldig je bent, maar over beter begrijpen wat je klein houdt, nieuwe ervaringen opbouwen en stap voor stap leren vertrouwen op je vermogen om met moeilijke situaties om te gaan. Zelfvertrouwen en zelfbeeld zijn niet helemaal hetzelfde Wanneer iemand zegt weinig zelfvertrouwen te hebben, kunnen daar verschillende dingen onder schuilgaan. De ene persoon twijfelt vooral aan zijn capaciteiten. Een andere is bijzonder gevoelig voor kritiek en afwijzing. Iemand anders durft nauwelijks grenzen te stellen omdat de reactie van anderen zoveel spanning oproept. En weer iemand functioneert aan de buitenkant uitstekend, maar voelt vanbinnen voortdurend de druk om te bewijzen dat hij goed genoeg is. Daarom is het belangrijk om niet alleen te vragen “hoe krijg ik meer zelfvertrouwen?”, maar ook te onderzoeken waar en wanneer het vertrouwen in jezelf wegvalt. Misschien vertrouw je onvoldoende op je vaardigheden. Misschien beoordeel je je eigen waarde voortdurend aan de hand van de goedkeuring van anderen. Misschien stel je zulke hoge eisen aan jezelf dat vrijwel iedere prestatie onvoldoende voelt. Of misschien heb je door eerdere ervaringen geleerd om kritiek, conflicten of afwijzing zoveel mogelijk te vermijden. Ook zelfbeeld speelt daarin een rol. Je zelfbeeld bestaat uit de ideeën en overtuigingen die je over jezelf hebt opgebouwd. Sommige daarvan zijn redelijk realistisch, andere kunnen door ervaringen zo sterk zijn geworden dat je ze nauwelijks nog in vraag stelt. Wanneer je bijvoorbeeld jarenlang hebt gedacht dat je moeilijk bent, niet slim genoeg bent of anderen teleurstelt zodra je voor jezelf kiest, kan zo’n overtuiging je gedrag beïnvloeden zonder dat je daar iedere keer bewust bij stilstaat. Coaching rond zelfvertrouwen begint daarom niet met jezelf overtuigen dat je fantastisch bent. Ze begint vaak met nauwkeuriger leren kijken naar het verhaal dat je over jezelf bent gaan geloven. Waarom alleen positief denken meestal niet voldoende is Het klinkt aantrekkelijk: vervang negatieve gedachten door positieve gedachten en je zult je vanzelf zekerder voelen. In werkelijkheid werkt verandering zelden zo eenvoudig. Wanneer iemand diep overtuigd is van “ik ben niet goed genoeg”, zal tien keer voor de spiegel zeggen “ik ben fantastisch” die overtuiging niet automatisch doen verdwijnen. Sterker nog, een uitspraak die te ver verwijderd is van wat je werkelijk gelooft, kan onnatuurlijk of ongeloofwaardig aanvoelen. Je hoofd komt onmiddellijk met tegenargumenten. Je zegt dat je zelfverzekerd bent en denkt tegelijkertijd aan alle momenten waarop je dat volgens jezelf niet was. De affirmatie wordt dan bijna een discussie met jezelf. Dat betekent niet dat taal onbelangrijk is. De manier waarop je met jezelf spreekt kan wel degelijk invloed hebben op hoe je situaties interpreteert en benadert. Alleen hoeft een helpende gedachte niet overdreven positief te zijn om bruikbaar te zijn. Vaak werkt een realistische formulering beter. In plaats van “ik ben volledig zelfverzekerd” kun je bijvoorbeeld denken: “ik vind dit spannend en ik kan het toch proberen.” In plaats van “wat anderen denken maakt mij niets uit” kan een eerlijker uitgangspunt zijn: “ik vind hun mening belangrijk, maar ik hoef mijn volledige keuze er niet door te laten bepalen.” Het doel is dus niet om negatieve gedachten simpelweg te vervangen door positieve slogans. Het gaat erom dat je gedachten realistischer, ruimer en minder absoluut leert bekijken. Zelfvertrouwen groeit niet alleen door denken, maar vooral door ervaren Een van de belangrijkste principes bij het ontwikkelen van zelfvertrouwen is dat je brein niet alleen leert van wat je tegen jezelf zegt, maar ook van wat je daadwerkelijk meemaakt. Je kunt honderd keer lezen dat je grenzen mag stellen, maar de ervaring verandert pas werkelijk wanneer je ergens een grens aangeeft en ontdekt wat er vervolgens gebeurt. Stel dat je overtuigd bent dat mensen je zullen afwijzen wanneer je nee zegt. Zolang je altijd ja blijft zeggen, krijgt die overtuiging nooit een eerlijke test. Je vermijdt namelijk precies de ervaring die nieuwe informatie zou kunnen opleveren. Wanneer je uiteindelijk bij een relatief veilige situatie een kleine grens stelt, kan blijken dat de ander daar helemaal niet zo dramatisch op reageert. Misschien vindt iemand het jammer, maar blijft de relatie gewoon bestaan. Misschien reageert iemand wél teleurgesteld en ontdek je dat je ook met die teleurstelling kunt omgaan. In beide gevallen leer je iets wat je niet uit een boek had kunnen halen. Dat is waarom zelfvertrouwen vaak na het handelen groeit in plaats van ervoor. We wachten gemakkelijk tot we ons zeker genoeg voelen om iets te doen, terwijl het juist de ervaring van iets doen kan zijn die vertrouwen opbouwt. Je hoeft dus niet eerst volledig zelfverzekerd te worden voordat je een moeilijk gesprek voert, alleen naar een activiteit gaat of een grens aangeeft. Het kan precies die stap zijn die je leert dat je meer aankunt dan je dacht. Vermijding kan onzekerheid onbedoeld sterker maken Wanneer iets ons onzeker maakt, is vermijden een begrijpelijke reactie. Je zegt niets tijdens een vergadering omdat je bang bent iets doms te zeggen. Je stelt een moeilijk gesprek uit omdat je bang bent voor conflict. Je vraagt iemand niet mee uit omdat je afwijzing wilt voorkomen. Je laat anderen beslissen omdat je bang bent de verkeerde keuze te maken. Op korte termijn geeft vermijden vaak opluchting. Je hoeft de spanning niet te voelen en het gevreesde scenario kan niet plaatsvinden. Juist daardoor kan vermijding aantrekkelijk worden. Maar er zit een keerzijde aan. Wanneer je telkens wegblijft uit situaties waarin je onzekerheid ervaart, krijg je ook minder kansen om te ontdekken dat je ermee kunt omgaan. De impliciete boodschap aan jezelf kan daardoor steeds opnieuw worden: dit was te gevaarlijk, gelukkig heb ik het vermeden. Duurzaam zelfvertrouwen vraagt daarom vaak om kleine ervaringen waarin je iets doet terwijl er nog onzekerheid aanwezig is. Niet door jezelf onmiddellijk in de moeilijkste situatie te gooien, maar door de uitdaging zorgvuldig op te bouwen. Een kleine mening uitspreken kan voorafgaan aan een groot conflict aangaan. Eén duidelijke nee kan voorafgaan aan een veel moeilijkere grens. Een kort gesprek met een onbekende kan voorafgaan aan alleen naar een evenement gaan. Het doel is niet jezelf voortdurend uit je comfortzone te forceren. Het doel is je comfortzone niet zo klein te laten worden dat angst uiteindelijk bepaalt waar je nog durft te komen. Perfectionisme lijkt soms op ambitie, maar kan zelfvertrouwen ondermijnen Perfectionisme en onzekerheid gaan regelmatig hand in hand. Aan de buitenkant kan perfectionisme eruitzien als gedrevenheid: iemand werkt hard, bereidt zich uitstekend voor en legt de lat hoog. Vanbinnen kan er echter een andere regel spelen: ik mag pas tevreden zijn wanneer ik geen fouten maak. Wanneer je eigenwaarde afhankelijk wordt van foutloos presteren, wordt iedere fout bedreigend. Een kleine vergissing is dan niet langer iets wat je hebt gedaan, maar lijkt iets te zeggen over wie je bent. Complimenten worden gemakkelijk geminimaliseerd, terwijl kritiek bijzonder lang blijft hangen. Een goed resultaat geeft slechts tijdelijk rust, want de volgende prestatie moet opnieuw bewijzen dat je goed genoeg bent. Daardoor ontstaat een paradox. Iemand kan objectief heel competent zijn en zich toch nauwelijks zelfverzekerd voelen. Werken aan zelfvertrouwen betekent in zo’n situatie niet dat je minder ambitieus moet worden. Het betekent dat je leert om je waarde niet voortdurend te laten afhangen van het resultaat van je laatste prestatie. Je kunt iets belangrijk vinden en toch fouten maken. Je kunt streven naar kwaliteit zonder perfectie als minimale norm te gebruiken. En je kunt kritiek onderzoeken zonder automatisch te concluderen dat er iets fundamenteel mis is met jou. Een steviger zelfvertrouwen is daardoor niet hetzelfde als denken dat je alles uitstekend doet. Het is ook kunnen zeggen: ik kan iets verkeerd doen zonder dat ik daardoor als mens minder waard word. Pleasen kan tijdelijk bevestiging geven, maar maakt je afhankelijk van anderen Ook pleasegedrag kan sterk verbonden zijn met onzekerheid. Wanneer de waardering van anderen bepaalt hoe veilig of waardevol je je voelt, wordt het verleidelijk om voortdurend rekening te houden met wat zij nodig hebben. Je past je mening aan, vermijdt conflicten, zegt sneller ja dan je eigenlijk wilt en probeert teleurstelling bij anderen te voorkomen. Dat gedrag wordt vaak beloond. Mensen vinden je behulpzaam, vriendelijk en gemakkelijk. Je krijgt waardering en die waardering voelt goed. Daardoor kan het patroon zichzelf jarenlang in stand houden. Het probleem ontstaat wanneer je steeds minder weet wat jij zelf eigenlijk wilt. Je bent zo bezig met de verwachtingen, emoties en reacties van anderen dat je eigen grenzen pas zichtbaar worden wanneer je uitgeput, gefrustreerd of boos raakt. Meer zelfvertrouwen betekent daarom niet dat de mening van anderen je helemaal niets meer mag doen. Mensen zijn sociale wezens en verbinding is belangrijk. Het betekent eerder dat de reactie van een ander niet langer automatisch het bewijs vormt dat jouw keuze verkeerd was. Iemand mag teleurgesteld zijn omdat jij nee zegt. Dat maakt jouw grens niet noodzakelijk verkeerd. Iemand mag een andere mening over jou hebben zonder dat jij die mening moet overnemen als jouw identiteit. Dat leren verdragen is een belangrijk onderdeel van steviger worden. Grenzen stellen is geen teken dat je niemand nodig hebt Er bestaat ook een beeld van zelfvertrouwen waarin iemand volledig onafhankelijk wordt, overal zijn mening geeft en zich niets meer aantrekt van anderen. Dat is geen doel waar ik in coaching naartoe zou willen werken. Gezond zelfvertrouwen gaat niet over hard worden. Het gaat ook niet over altijd voor jezelf kiezen ten koste van anderen. Goede grenzen bestaan juist binnen relaties. Je kunt rekening houden met iemand én jezelf serieus nemen. Je kunt empathisch zijn én nee zeggen. Je kunt naar kritiek luisteren én uiteindelijk tot een andere conclusie komen. Een grens is daarom niet noodzakelijk een muur tussen jou en een ander. Een gezonde grens maakt duidelijk waar jouw verantwoordelijkheid eindigt en die van iemand anders begint. Je bent verantwoordelijk voor de manier waarop je communiceert, maar je kunt niet iedere emotionele reactie van een ander controleren. Voor iemand die lang heeft gepleased, kan dat aanvankelijk erg ongemakkelijk voelen. Schuldgevoel betekent echter niet automatisch dat je iets verkeerd hebt gedaan. Het kan ook betekenen dat je iets nieuws doet wat botst met een oud patroon. Juist daarom vraagt grenzen stellen vaak oefening. Niet alleen in de woorden die je gebruikt, maar vooral in het verdragen van wat je voelt nadat je die woorden hebt uitgesproken. Angst voor afwijzing verdwijnt niet doordat je doet alsof het je niets kan schelen Afwijzing raakt aan iets fundamenteels. We willen ergens bij horen, geliefd worden en serieus genomen worden. Het is daarom weinig realistisch om als doel te stellen dat afwijzing je uiteindelijk niets meer doet. Sterker zelfvertrouwen betekent niet dat afwijzing gevoelloos van je afglijdt. Het betekent dat een afwijzing niet automatisch verandert in een algemeen oordeel over jouw waarde. Wanneer iemand geen relatie met je wil, betekent dat niet dat je niet geliefd kunt worden. Wanneer je een baan niet krijgt, betekent dat niet dat je onbekwaam bent. Wanneer iemand kritiek heeft, betekent dat niet dat die persoon de definitieve waarheid over jou heeft ontdekt. Afwijzing kan nog steeds pijn doen. Het verschil zit in de betekenis die je eraan geeft. Wanneer je eigenwaarde grotendeels afhankelijk is van externe bevestiging, wordt iedere afwijzing een bedreiging voor je zelfbeeld. Wanneer je steviger in jezelf staat, kun je teleurgesteld zijn zonder jezelf volledig af te wijzen. Dat is een veel realistischer doel dan proberen nooit meer geraakt te worden. Zelfvertrouwen is niet hetzelfde als extravert of dominant zijn Een andere hardnekkige misvatting is dat zelfverzekerde mensen luid, sociaal en zichtbaar moeten zijn. Daardoor kunnen rustige, introverte of gevoelige mensen zichzelf onterecht als onzeker beschouwen. Zelfvertrouwen heeft weinig te maken met hoeveel ruimte je inneemt in een gesprek. Iemand kan luid spreken en ondertussen sterk afhankelijk zijn van bevestiging. Een ander kan rustig zijn, weinig behoefte hebben aan aandacht en toch uitstekend weten waar hij voor staat. Je hoeft dus geen extravertere versie van jezelf te worden om meer zelfvertrouwen te ontwikkelen. Het doel is niet dat je de luidste persoon in de kamer wordt, maar dat je jezelf niet kleiner hoeft te maken om je veilig te voelen in die kamer. Dat onderscheid is belangrijk, zeker wanneer je gevoelig bent voor prikkels of van nature meer observeert voordat je spreekt. Zelfvertrouwen betekent dan niet dat je die eigenschappen moet bestrijden. Je kunt leren vertrouwen op je eigen manier van aanwezig zijn. Je innerlijke dialoog verdient aandacht, maar geen oorlog Veel mensen met weinig zelfvertrouwen hebben een opvallend strenge interne stem. Een fout wordt onmiddellijk gevolgd door gedachten als “hoe kon ik zo dom zijn?”, “natuurlijk lukt dit mij weer niet” of “anderen kunnen dit veel beter.” Wanneer je jarenlang op die manier met jezelf praat, kan die toon zo vertrouwd worden dat je nauwelijks nog merkt hoe hard hij eigenlijk is. Het antwoord hoeft niet te zijn dat je iedere kritische gedachte probeert te verbannen. Ook zelfkritiek kan informatie bevatten. Misschien heb je werkelijk een fout gemaakt of had je iets anders willen aanpakken. Het verschil zit opnieuw in de manier waarop je die informatie verwerkt. Er is een groot verschil tussen “ik heb dat gesprek niet goed aangepakt en wil begrijpen wat ik volgende keer anders kan doen” en “ik verpest altijd alles.” De eerste gedachte laat ruimte voor verantwoordelijkheid en leren. De tweede maakt van één ervaring een algemene conclusie over jezelf. Binnen coaching kun je daarom leren om die interne taal eerder te herkennen en te onderzoeken. Ik gebruik daarbij onder andere reflectieve vragen, mindfulness en waar passend technieken uit NLP. NLP beschouw ik daarbij als een coachingskader om bijvoorbeeld taal, perspectieven en overtuigingen te onderzoeken, niet als een wetenschappelijk bewezen techniek waarmee je gedachten of je brein eenvoudig kunt herprogrammeren. Het doel is niet dat er nooit meer een kritische gedachte verschijnt. Het doel is dat je niet langer iedere kritische gedachte automatisch als waarheid hoeft te behandelen. Waarom alleen inzicht niet genoeg is Het kan enorm bevrijdend zijn om te begrijpen waar een patroon vandaan komt. Je ontdekt bijvoorbeeld dat je al vroeg hebt geleerd om conflicten te vermijden, dat je veel waardering kreeg voor presteren of dat je in een eerdere relatie voortdurend kritiek kreeg. Zulke inzichten kunnen verklaren waarom bepaalde situaties vandaag zoveel spanning oproepen. Maar begrijpen is nog niet hetzelfde als veranderen. Je kunt perfect weten waarom je geen nee durft te zeggen en toch opnieuw ja zeggen. Je kunt begrijpen waar je perfectionisme vandaan komt en toch drie uur langer aan een taak werken. Je kunt herkennen dat je bang bent voor afwijzing en toch ieder moeilijk gesprek vermijden. Daarom hoort bij goede coaching ook de vertaalslag van inzicht naar gedrag. Wanneer je ontdekt dat grenzen een thema zijn, wordt de vraag welke kleine grens je daadwerkelijk kunt oefenen. Wanneer perfectionisme je tegenhoudt, kun je onderzoeken waar goed genoeg deze week werkelijk voldoende zou zijn. Wanneer angst voor kritiek je klein houdt, kun je een situatie kiezen waarin je bewust een mening uitspreekt zonder vooraf zekerheid te hebben over hoe die ontvangen wordt. Zo wordt coaching geen eindeloze analyse van waarom je bent wie je bent. Inzicht wordt gebruikt om nieuwe ervaringen mogelijk te maken. Waarom snelle oplossingen voor zelfvertrouwen vaak tegenvallen De markt rond persoonlijke ontwikkeling houdt van snelle resultaten. Vijf technieken om onmiddellijk zelfverzekerder te worden, een ochtendroutine waarmee onzekerheid verdwijnt of één mentale truc waarmee je nooit meer bang bent voor kritiek. Zulke boodschappen zijn aantrekkelijk omdat onzekerheid pijnlijk kan zijn en we begrijpelijkerwijs snel verlichting willen. Er bestaan zeker technieken die op een bepaald moment kunnen helpen. Je houding veranderen, bewust ademen, je voorbereiding verbeteren of een helpende gedachte gebruiken kan een moeilijke situatie toegankelijker maken. Alleen is dat iets anders dan duurzaam zelfvertrouwen ontwikkelen. Wanneer onzekerheid verbonden is met jarenlang vermijden, perfectionisme, pleasegedrag of een negatief zelfbeeld, verandert dat patroon doorgaans niet door één inspirerende oefening. Verandering ontstaat eerder doordat je gedurende een langere periode anders leert waarnemen, denken en handelen en vervolgens nieuwe ervaringen opbouwt die niet meer volledig passen bij je oude overtuiging. Dat proces hoeft overigens niet eindeloos te duren. Ook in relatief korte tijd kunnen belangrijke inzichten en veranderingen ontstaan. Maar het is eerlijker om niet vooraf te beloven hoeveel sessies iemand nodig heeft of dat één techniek alles zal oplossen. Mensen, omstandigheden en hulpvragen verschillen daarvoor te sterk. Wat goede zelfvertrouwen coaching wél kan doen Goede coaching begint volgens mij met precies onderzoeken wat jij bedoelt wanneer je zegt dat je meer zelfvertrouwen wilt. Wil je gemakkelijker je mening uitspreken? Minder afhankelijk worden van goedkeuring? Grenzen leren stellen? Stoppen met jezelf voortdurend vergelijken? Minder perfectionistisch worden? Of wil je na een moeilijke periode opnieuw leren vertrouwen op je eigen beslissingen? Wanneer dat duidelijker wordt, kun je veel gerichter kijken naar de situaties waarin het patroon zichtbaar wordt. Wat gebeurt er vlak voordat je begint te twijfelen? Welke gedachte verschijnt? Wat voel je lichamelijk? Wat doe je vervolgens? En vooral: wat levert die reactie je op korte termijn op en wat kost ze je op langere termijn? Iemand die altijd ja zegt, voorkomt bijvoorbeeld tijdelijk conflict maar betaalt daar mogelijk met uitputting voor. Iemand die nooit zijn mening geeft, vermijdt kritiek maar mist tegelijk de ervaring dat zijn stem ertoe doet. Iemand die alles perfect probeert te doen, vermindert tijdelijk de kans op fouten maar bevestigt telkens opnieuw de overtuiging dat fouten gevaarlijk zijn. Coaching kan helpen om zulke patronen zichtbaar te maken en vervolgens een alternatief te oefenen dat haalbaar genoeg is om werkelijk uit te proberen. Niet door je te vertellen wie je moet worden, maar door samen te onderzoeken welke versie van jezelf steeds minder ruimte krijgt doordat onzekerheid de leiding neemt. Zelfvertrouwen groeit door kleine bewijzen aan jezelf Een bruikbaar uitgangspunt is om niet te wachten op één grote transformatie, maar kleine ervaringen op te bouwen waarin je anders handelt dan je oude patroon voorschrijft. Wanneer je normaal tijdens vergaderingen zwijgt, kan één vraag stellen een betekenisvolle stap zijn. Wanneer je altijd onmiddellijk beschikbaar bent voor anderen, kan het waardevol zijn om niet meteen op ieder bericht te reageren. Wanneer je moeite hebt met nee zeggen, kun je beginnen in een situatie waarin de inzet relatief klein is. Wanneer je jezelf voortdurend vergelijkt, kun je onderzoeken welk doel daadwerkelijk van jou is in plaats van welk doel indruk maakt op anderen. Die kleine handelingen lijken op zichzelf niet spectaculair. Maar iedere keer dat je een keuze maakt die beter aansluit bij wat jij belangrijk vindt, ontstaat nieuwe informatie over jezelf. Je ontdekt niet noodzakelijk: ik ben nergens meer bang voor. Je ontdekt iets bruikbaarders: ik kan bang zijn en toch handelen. Ik kan twijfelen en toch kiezen. Ik kan iemand teleurstellen en toch bij mijn grens blijven. Ik kan een fout maken en daarna verdergaan. Daar begint zelfvertrouwen veel meer op te lijken. Zelfvertrouwen betekent ook jezelf kunnen vertrouwen wanneer iets mislukt Dit is wellicht een van de belangrijkste verschuivingen. We denken vaak dat zelfvertrouwen betekent dat je ervan overtuigd bent dat iets zal lukken. Maar dat maakt vertrouwen bijzonder kwetsbaar. Zodra je geen zekerheid hebt over de uitkomst, verdwijnt het. Een steviger vorm van zelfvertrouwen klinkt anders. Niet: ik weet zeker dat dit goed zal gaan, maar: ik vertrouw erop dat ik ermee kan omgaan wanneer het anders loopt dan gehoopt. Je weet niet of iedereen je presentatie goed zal vinden, maar je kunt omgaan met feedback. Je weet niet of iemand positief reageert wanneer je een grens stelt, maar je kunt het gesprek aangaan. Je weet niet of je wordt aangenomen, maar een afwijzing hoeft niet te bepalen wat je daarna over jezelf denkt. Daarom kan falen zelfs onderdeel worden van het ontwikkelen van zelfvertrouwen. Niet omdat falen leuk is, maar omdat je ontdekt dat teleurstelling, schaamte of onzekerheid niet het einde van het verhaal hoeven te zijn. Zelfvertrouwen wordt dan minder afhankelijk van controle over de buitenwereld en meer verbonden met vertrouwen in je eigen vermogen om te reageren op wat die buitenwereld brengt. Een praktische oefening om vandaag te beginnen Wanneer je zelfvertrouwen wilt ontwikkelen, begin dan niet met de enorme vraag “hoe word ik een zelfverzekerd persoon?” Kies één concrete situatie waarin onzekerheid je momenteel beperkt. Dat kan een gesprek zijn dat je uitstelt, een grens die je niet durft uitspreken, een beslissing waarover je eindeloos blijft twijfelen of een situatie waarin je jezelf kleiner maakt dan nodig is. Onderzoek vervolgens wat je precies verwacht dat er zal gebeuren wanneer je anders handelt. Schrijf die verwachting zo concreet mogelijk op. Misschien denk je dat iemand boos zal worden wanneer je nee zegt, dat anderen je dom zullen vinden wanneer je een vraag stelt of dat één fout bewijst dat je iets niet kunt. Kies daarna een kleine, verantwoorde actie waarmee je die verwachting kunt testen. Niet de grootste stap die je kunt bedenken, maar een stap die voldoende spannend is om nieuwe informatie op te leveren en tegelijk haalbaar blijft. Kijk achteraf niet alleen naar het resultaat. Let ook op wat jij hebt gedaan. Heb je jezelf uitgesproken terwijl je spanning voelde? Heb je een grens behouden ondanks schuldgevoel? Heb je een fout verdragen zonder jezelf een volledige dag af te breken? Daar bevindt zich vaak de vooruitgang die we missen wanneer we alleen kijken of alles perfect is verlopen. Zelfvertrouwen coaching bij Klarvida in Waregem Bij Klarvida Coaching werk ik met mensen die merken dat onzekerheid, zelftwijfel, perfectionisme, pleasegedrag, angst voor kritiek of moeite met grenzen steeds opnieuw invloed hebben op hun keuzes. Daarbij probeer ik niet van jou een luidere, hardere of zogenaamd onverstoorbare versie van jezelf te maken. Het uitgangspunt is juist om beter te begrijpen waar jij jezelf verliest en hoe je opnieuw steviger kunt leren staan zonder iemand anders te hoeven worden. Tijdens de begeleiding kijken we naar concrete situaties uit je dagelijkse leven, de gedachten en overtuigingen die daarin geactiveerd worden en de patronen die je vervolgens automatisch volgt. We combineren inzicht met praktische oefeningen en kleine gedragsstappen, zodat verandering niet alleen iets blijft wat je begrijpt maar ook iets wordt wat je ervaart. Daarbij kunnen elementen uit mindfulness, positieve psychologie en NLP worden gebruikt wanneer die aansluiten bij jouw hulpvraag, steeds op een praktische manier en zonder te doen alsof één methode een magische oplossing biedt. Een sessie bij Klarvida duurt ongeveer 75 minuten en kost €80. Er is geen verplicht traject of vast aantal sessies: we bekijken samen wat je nodig hebt en wat voor jou passend voelt. Coaching is mogelijk in Waregem, online of wandelend, afhankelijk van wat het beste bij jou past. Wil je specifiek werken aan onzekerheid, grenzen en steviger leren vertrouwen op jezelf, dan vind je meer informatie op mijn pagina over zelfvertrouwen coaching in Waregem. Daar kun je ook rustig bekijken of mijn manier van begeleiden aansluit bij wat je zoekt. Coaching bij Klarvida is bedoeld als persoonlijke begeleiding bij onder andere onzekerheid, stress, piekeren, terugkerende patronen en persoonlijke groei. Coaching vervangt geen medische, psychologische of psychiatrische behandeling. Wanneer onzekerheid samenhangt met ernstige of sterk ontregelende psychische klachten, of wanneer je dagelijks functioneren aanzienlijk wordt beïnvloed, is het belangrijk om passende professionele zorg te betrekken. Zelfvertrouwen betekent uiteindelijk niet dat je nooit meer twijfelt, nooit meer bang bent voor afwijzing en altijd precies weet wat je moet doen. Het betekent dat twijfel niet automatisch het laatste woord krijgt. Je leert jezelf serieus nemen wanneer iets spannend wordt, je grenzen respecteren wanneer iemand anders liever iets anders zou zien en blijven staan wanneer niet iedereen je keuze begrijpt. Niet omdat je plots nergens meer bang voor bent, maar omdat je steeds meer ontdekt dat je jezelf ook kunt vertrouwen wanneer het leven geen garanties geeft.

  • Wat is mindfulness écht? 5 hardnekkige mythes over mindfulness ontkracht

    Mindfulness is de afgelopen jaren bijna overal opgedoken. Je vindt het in boeken, podcasts, apps, opleidingen, coachingspraktijken en gezondheidsprogramma’s, maar evengoed tussen inspirerende quotes op sociale media. Het woord wordt vaak vergezeld door beelden van mistige bossen, meditatiekussens, kaarsen en mensen die met gesloten ogen volkomen sereen lijken te zijn. Daardoor is een merkwaardig contrast ontstaan: bijna iedereen heeft inmiddels van mindfulness gehoord, terwijl er tegelijk opvallend veel misverstanden bestaan over wat het werkelijk betekent. Voor de ene persoon staat mindfulness gelijk aan ontspannen. Voor iemand anders betekent het mediteren, positief denken of proberen het hoofd leeg te maken. Anderen haken juist af omdat ze mindfulness associëren met spiritualiteit, zweverigheid of urenlang stilzitten. Geen van die beelden vertelt het volledige verhaal. Mindfulness is in essentie veel eenvoudiger en tegelijk diepgaander: het is het bewust leren opmerken van wat er op dit moment gebeurt, zonder iedere gedachte, emotie of lichamelijke sensatie onmiddellijk te moeten beoordelen, veranderen of volgen. Dat klinkt bijna té eenvoudig. Toch raakt het aan iets fundamenteels in ons dagelijks functioneren. Een groot deel van onze dag leven we immers op automatische piloot. We voeren gesprekken terwijl we al bezig zijn met wat we straks willen zeggen, eten terwijl we naar een scherm kijken, rijden naar huis terwijl we in gedachten nog op het werk zijn en liggen ’s avonds in bed terwijl ons hoofd alvast de volgende dag probeert op te lossen. Ons lichaam bevindt zich in het huidige moment, maar onze aandacht zit vaak ergens anders. Mindfulness probeert dat niet met geweld te veranderen. Het leert je vooral om eerder te herkennen wanneer je bent verdwenen in gedachten, emoties of automatische reacties en vervolgens bewust terug te keren naar wat er daadwerkelijk gebeurt. Niet één keer voorgoed, maar telkens opnieuw. Juist dat maakt mindfulness zo praktisch. Je hoeft niet te ontsnappen aan het gewone leven om het te beoefenen. Het gewone leven is de plaats waar de oefening uiteindelijk betekenis krijgt. Mindfulness is ouder dan de moderne wellnesscultuur Hoewel mindfulness vandaag vaak in een seculiere context wordt aangeboden, is het geen moderne uitvinding. Meditatieve aandachtstraining kent diepe historische wortels in onder andere boeddhistische contemplatieve tradities. In de twintigste eeuw werden bepaalde elementen daarvan vertaald naar westerse gezondheidszorg en psychologie. Een bekend voorbeeld is Mindfulness-Based Stress Reduction, ontwikkeld door Jon Kabat-Zinn, waarna ook andere gestructureerde programma’s ontstonden, waaronder Mindfulness-Based Cognitive Therapy. De moderne toepassing van mindfulness is daardoor niet identiek aan de religieuze en filosofische tradities waaruit bepaalde ideeën afkomstig zijn. Je hoeft geen boeddhist te worden om mindfulness te beoefenen, net zoals je geen bepaalde levensbeschouwing hoeft aan te nemen om aandachtiger te leren omgaan met gedachten en emoties. Tegelijk verdient de historische oorsprong wel respect. Mindfulness is niet uitgevonden door een meditatie-app of door de wellnessindustrie, ook al is het ondertussen sterk gecommercialiseerd. Die populariteit heeft bovendien een keerzijde. Naarmate mindfulness bekender werd, werden de beloften eromheen steeds groter. Het zou stress uitschakelen, het brein herprogrammeren, je productiever maken, trauma verwerken, je immuunsysteem versterken en uiteindelijk zelfs leiden tot een bijna permanente staat van innerlijke rust. Zulke claims maken mindfulness aantrekkelijker om te verkopen, maar ze doen geen recht aan wat de praktijk werkelijk kan betekenen. Mindfulness hoeft namelijk geen wondermiddel te zijn om waardevol te zijn. Juist wanneer we de overdreven beloften weghalen, blijft er een bijzonder bruikbare vaardigheid over: leren waarnemen wat er in jezelf gebeurt voordat je er volledig door wordt meegenomen. Mythe 1: mindfulness betekent dat je je gedachten moet uitschakelen Dit is waarschijnlijk het hardnekkigste misverstand over mindfulness. Iemand probeert voor het eerst te mediteren, sluit de ogen en ontdekt binnen enkele seconden dat het hoofd nog steeds volop gedachten produceert. Er verschijnt een boodschappenlijstje, een gesprek van gisteren, een taak voor morgen, een vervelende herinnering of simpelweg de gedachte dat mediteren blijkbaar niet lukt. Vervolgens ontstaat frustratie: ik kan dit niet, mijn hoofd is veel te druk. Maar een stil hoofd is niet het doel van mindfulness. Gedachten produceren is een normaal onderdeel van het menselijk functioneren. Je kunt je brein niet eenvoudig via een mentale aan-uitknop stilleggen, en dat hoeft ook niet. De oefening bestaat niet uit het voorkomen van gedachten, maar uit het eerder herkennen dat je aandacht door een gedachte is meegenomen. Stel dat je ’s avonds in bed ligt en plots denkt aan een collega die die dag kortaf reageerde. Eerst vraag je je af waarom. Daarna denk je dat hij geïrriteerd was. Vervolgens probeer je te achterhalen wat jij verkeerd zou kunnen hebben gedaan. Je herinnert je een opmerking tijdens een vergadering, begint die opnieuw te analyseren en bedenkt wat je beter had kunnen zeggen. Tien minuten later lig je een conflict te reconstrueren dat in werkelijkheid nooit heeft plaatsgevonden. Mindfulness voorkomt die eerste gedachte niet. Het interessante moment ontstaat wanneer je ineens herkent: ik ben niet langer een probleem aan het oplossen; ik ben een verhaal aan het bouwen rond iets waarvan ik eigenlijk niet weet wat het betekent. Dat bewustzijn verandert niet onmiddellijk de inhoud van de gedachte, maar wel je verhouding ertoe. Er ontstaat een kleine afstand tussen wat je denkt en wat je vervolgens met die gedachte doet. Je bent niet iedere gedachte die door je hoofd gaat We behandelen gedachten gemakkelijk alsof ze rechtstreeks de werkelijkheid beschrijven. Ik ga dit niet aankunnen. Ze vinden mij niet goed genoeg. Ik heb het verpest. Hij zal wel boos zijn. Dit komt nooit meer goed. Wanneer zo’n gedachte samengaat met een sterke emotie, voelt ze nog overtuigender. Angst kan een voorspelling laten aanvoelen als een feit, schaamte kan één fout veranderen in een oordeel over je volledige persoonlijkheid en verdriet kan tijdelijk het gevoel creëren dat niets nog zal veranderen. Mindfulness vraagt niet dat je daar onmiddellijk een positieve gedachte tegenover zet. Je hoeft “ik kan dit niet” niet geforceerd te vervangen door “ik kan alles”. De eerste stap is veel fundamenteler: je leert herkennen dat er een verschil bestaat tussen een gedachte hebben en een gedachte zijn. De uitspraak “ik ben niet goed genoeg” kan daardoor veranderen in “ik merk dat ik op dit moment de gedachte heb dat ik niet goed genoeg ben.” Dat lijkt op het eerste gezicht slechts een subtiele verandering in taal, maar psychologisch is het verschil belangrijk. De gedachte is nog aanwezig, alleen hoef je er niet volledig mee samen te vallen. Je kunt haar onderzoeken. Is dit een feit, een interpretatie, een angst of een voorspelling? Is er iets concreets wat deze gedachte van mij vraagt? Beschik ik over nieuwe informatie, of herhaal ik voor de twintigste keer hetzelfde scenario? Mindfulness betekent daarbij niet dat je iedere gedachte moet loslaten. Sommige gedachten bevatten nuttige informatie. Wanneer je denkt dat je morgen een belangrijke deadline hebt, kan de juiste reactie zijn om iets te plannen of af te werken. Wanneer je daarentegen voor de zoveelste keer denkt dat één fout bewijst dat je volledig onbekwaam bent, levert langer nadenken waarschijnlijk weinig nieuwe informatie op. Mindfulness helpt je niet om minder serieus te denken, maar om beter te onderscheiden welke gedachten werkelijk aandacht vragen en welke vooral aandacht blijven opeisen. Mythe 2: mindfulness betekent dat je altijd rustig en positief moet zijn Een tweede misverstand ontstaat doordat mindfulness voortdurend wordt afgebeeld als sereniteit. Een rustig gezicht, gesloten ogen, een prachtige omgeving en vooral geen spoor van boosheid, verdriet of frustratie. Daardoor kan de indruk ontstaan dat succesvolle mindfulness uiteindelijk betekent dat negatieve emoties verdwijnen. Dat is bijna het tegenovergestelde van wat mindfulness probeert te ontwikkelen. Mindfulness betekent niet dat je alleen aanwezig bent bij aangename ervaringen. Je probeert juist ook te leren aanwezig blijven wanneer er verdriet, frustratie, onzekerheid, spanning of boosheid is. Niet omdat je die emoties leuk moet vinden, maar omdat ze er op dat moment al zijn. Wanneer mindfulness uitsluitend wordt gebruikt om onaangename gevoelens zo snel mogelijk te verwijderen, kan zelfs meditatie een nieuwe vorm van controle worden. Je zit dan wel stil en volgt je ademhaling, maar ondertussen loopt er een tweede programma: de spanning moet weg, ik moet rustiger worden, waarom werkt dit nog niet, ik doe mindfulness blijkbaar verkeerd. De strijd met de ervaring blijft bestaan, alleen krijgt ze een rustiger uiterlijk. Werkelijke aandacht kan betekenen dat je merkt dat je gespannen bent zonder onmiddellijk te eisen dat die spanning verdwijnt. Je kunt voelen dat je boos bent en tegelijk besluiten nog geen bericht te sturen. Je kunt verdriet ervaren zonder jezelf te vertellen dat je positiever moet denken. Je kunt onzekerheid voelen voordat je een moeilijke stap zet en die stap alsnog zetten. Mindfulness maakt moeilijke emoties niet automatisch kleiner, maar kan wel veranderen hoe snel je door die emoties tot handelen wordt gedwongen. Acceptatie is iets anders dan berusting Ook het begrip acceptatie wordt binnen mindfulness gemakkelijk verkeerd begrepen. Wanneer iemand in een moeilijke situatie zit, kan de boodschap “je moet het accepteren” zelfs bijzonder ongevoelig klinken. Alsof je alles wat gebeurt maar moet toelaten en je nergens meer tegen mag verzetten. Acceptatie betekent hier iets anders. Het betekent in de eerste plaats erkennen wat op dit moment al waar is. Wanneer je boos bent, is de boosheid aanwezig. Wanneer iemand je heeft gekwetst, is dat gebeurd. Wanneer je bang bent voor een gesprek dat morgen plaatsvindt, bestaat die spanning vandaag. Ontkennen dat die ervaring er is, verandert haar niet. Vanuit die erkenning kan juist actie ontstaan. Je kunt accepteren dat een werksituatie je uitput en besluiten dat er iets moet veranderen. Je kunt erkennen dat iemand over je grens is gegaan en vervolgens duidelijker begrenzen. Je kunt accepteren dat je angst voelt en toch een belangrijk gesprek voeren. Acceptatie betekent dus niet “dit is goed en ik doe er niets aan”, maar eerder: “dit is wat er op dit moment aanwezig is; wat wil of kan ik van hieruit doen?” Daarmee wordt mindfulness veel actiever dan het stereotype beeld van iemand die alles gelaten over zich heen laat komen. Bewustzijn kan juist duidelijk maken waar verandering nodig is. Mindfulness is niet hetzelfde als positief denken Mindfulness wordt geregeld in één adem genoemd met affirmaties, dankbaarheid en positief denken. Dat zijn verschillende benaderingen. Wanneer je verdrietig bent, vraagt mindfulness niet dat je onmiddellijk drie redenen zoekt waarom het leven toch mooi is. Wanneer je angst voelt, hoef je jezelf niet te vertellen dat alles zeker goed komt. Wanneer je boos bent, hoef je die boosheid niet zo snel mogelijk om te zetten in dankbaarheid. Je begint met waarnemen wat er daadwerkelijk gebeurt. Je merkt bijvoorbeeld spanning in je borst, een snellere ademhaling, gedachten die zich herhalen en een sterke neiging om onmiddellijk te reageren. Alleen dat opmerken kan ervoor zorgen dat je reactie iets minder automatisch wordt. Positiviteit kan waardevol zijn wanneer ze werkelijk aansluit bij je ervaring, maar geforceerde positiviteit kan juist een manier worden om moeilijke gevoelens niet te hoeven ontmoeten. Mindfulness probeert geen mooiere laag over de werkelijkheid te leggen. Het vraagt je om de werkelijkheid iets nauwkeuriger te bekijken. Daarom kan een mindful moment ook ongemakkelijk zijn. Je ontdekt niet altijd rust. Je ontdekt soms dat je eigenlijk uitgeput bent, dat een situatie je meer raakt dan je wilde toegeven of dat je al weken over je eigen grenzen gaat. Ook dat bewustzijn is waardevol, omdat je pas kunt reageren op iets wat je eerst hebt opgemerkt. Mythe 3: mindfulness is alleen voor spirituele mensen Voor sommige mensen heeft mindfulness een spirituele dimensie en daar is niets mis mee. Voor anderen roept precies dat beeld weerstand op. Ze denken aan wierook, chakra’s, retraites, klankschalen en urenlange meditaties en besluiten dat het niets voor hen is. Maar aandacht heeft geen levensbeschouwing nodig. Je kunt mindfulness volledig nuchter en praktisch benaderen. Je hebt geen speciale kleding, meditatiekussen of rustige kamer nodig. In essentie heb je alleen een ervaring nodig waarop je aandacht kunt richten en de bereidheid om op te merken wanneer die aandacht afdwaalt. Dat kan gebeuren terwijl je koffie drinkt. In plaats van tegelijkertijd je berichten te bekijken, merk je enkele ogenblikken werkelijk de geur, warmte en smaak op. Het kan tijdens een douche, wanneer je het water voelt zonder ondertussen de volledige werkdag in je hoofd door te nemen. Het kan tijdens een wandeling, wanneer je je stappen, omgeving en ademhaling opmerkt. En het kan midden in een moeilijk gesprek, wanneer je merkt dat je lichaam gespannen raakt en je de impuls voelt om jezelf onmiddellijk te verdedigen. Juist dat laatste vind ik bijzonder interessant. Twintig minuten rustig mediteren kan waardevol zijn, maar uiteindelijk krijgt mindfulness haar betekenis wanneer je dezelfde kwaliteit van aandacht leert herkennen op het moment waarop het leven niet rustig is. Formele en informele mindfulness vullen elkaar aan Daarom is het nuttig om onderscheid te maken tussen formele en informele mindfulness. Bij formele beoefening maak je bewust tijd vrij voor een oefening. Je volgt bijvoorbeeld gedurende tien minuten je ademhaling, doet een bodyscan waarbij je aandacht systematisch door het lichaam beweegt of gebruikt wandelen als meditatie. Informele mindfulness gebeurt midden in je dagelijkse leven. Je merkt tijdens een vergadering dat je gedachten afdwalen, tijdens een gesprek dat je eigenlijk niet meer luistert of tijdens het autorijden dat je schouders voortdurend gespannen zijn. Je merkt tijdens het koken de geuren en bewegingen op of realiseert je tijdens een wandeling dat je al vijf minuten een gesprek repeteert dat nog niet eens heeft plaatsgevonden. De twee kunnen elkaar versterken. Formele oefening creëert een relatief rustige omgeving waarin je het mechanisme van aandacht leert kennen. Het dagelijkse leven laat vervolgens zien of je die vaardigheid ook kunt herkennen wanneer je moe bent, haast hebt, kritiek krijgt of onzeker wordt. Mindfulness is daardoor niet alleen iets wat je doet. Na verloop van tijd kan het steeds meer een manier worden waarop je bepaalde momenten opmerkt. Mythe 4: mindfulness kost veel tijd Een andere reden waarom mensen niet beginnen, is het idee dat mindfulness alleen effect heeft wanneer je iedere dag twintig, dertig of zestig minuten mediteert. Wanneer je agenda al overvol zit, wordt mindfulness dan nog een extra taak die je moet afvinken. Voor je het weet voel je je schuldig omdat je te gestrest was om je stressverminderende oefening te doen. Dat hoeft helemaal niet. Een langere en regelmatige meditatiepraktijk kan waardevol zijn, maar je hoeft daar niet mee te beginnen. Eén minuut bewust aandacht geven kan al voldoende zijn om te ontdekken hoe snel je aandacht beweegt. Ga maar eens zitten en probeer gedurende zestig seconden alleen te voelen hoe je ademhaling verloopt. Grote kans dat je binnen die minuut aan je planning, een geluid, een lichamelijke sensatie of iets totaal anders denkt. Dat betekent niet dat de minuut mislukt is. Integendeel. Op het moment waarop je merkt dat je aandacht verdwenen was, ontstaat precies het bewustzijn dat je probeert te oefenen. Je merkt het op en keert terug. Daarom is terugkeren veel belangrijker dan perfect geconcentreerd blijven. Mindfulness hoeft geen extra onderdeel van je agenda te worden Nog interessanter is dat je mindfulness kunt integreren in activiteiten die je toch al uitvoert. Je hoeft daardoor niet voortdurend nieuwe tijd vrij te maken. Je kunt de eerste slokken van je ochtendkoffie drinken zonder naar een scherm te kijken, tijdens de wandeling van je auto naar je werk bewust enkele stappen voelen of tijdens het wachten één volledige ademhaling volgen in plaats van onmiddellijk je telefoon te nemen. Het gaat niet om het romantiseren van iedere kleine handeling. Niemand hoeft van het poetsen van zijn tanden een spirituele ervaring te maken. Het interessante is dat je tijdens gewone activiteiten begint te ontdekken hoe vaak je lichaam iets doet terwijl je aandacht compleet ergens anders is. Dat inzicht kan confronterend zijn. Je realiseert je bijvoorbeeld dat je nauwelijks nog momenten zonder externe prikkels hebt. Tijdens het wandelen luister je naar een podcast, tijdens het eten kijk je naar een scherm, in de auto speelt de radio en zodra er dertig seconden niets gebeurt, verschijnt je telefoon. Mindfulness vraagt niet dat je al die dingen opgeeft. Het nodigt je wel uit om af en toe te ervaren hoe het is wanneer een leeg moment niet onmiddellijk gevuld hoeft te worden. Mythe 5: mindfulness lost al je problemen op Dit is wellicht de belangrijkste mythe om te ontkrachten, juist omdat mindfulness tegenwoordig vaak wordt gepresenteerd als antwoord op bijna alles. Stress, slapeloosheid, angst, concentratieproblemen, relatieproblemen, burn-out en zelfs lichamelijke klachten worden geregeld in één adem genoemd met mindfulness. Er bestaat inmiddels veel wetenschappelijk onderzoek naar mindfulness en meditatie, en bepaalde gestructureerde mindfulnessprogramma’s laten betekenisvolle resultaten zien voor specifieke klachten en groepen. Tegelijk betekent wetenschappelijk onderzocht niet hetzelfde als bewezen oplossing voor iedereen. Onderzoeken verschillen sterk in kwaliteit, interventie, deelnemers en vergelijking. Een begeleid programma van meerdere weken is bovendien iets heel anders dan dagelijks drie minuten een meditatie-app gebruiken. De meest evenwichtige conclusie is daarom dat mindfulness voor bepaalde mensen en bepaalde klachten een zinvolle ondersteuning kan zijn, maar dat de effecten doorgaans niet magisch of onbeperkt zijn. Dat is geen teleurstellende boodschap. Het maakt mindfulness juist geloofwaardiger. Een techniek hoeft je leven niet volledig te veranderen om waarde te hebben. Wanneer mindfulness ervoor zorgt dat je sneller merkt dat je aan het piekeren bent, eerder voelt dat je spanning opbouwt of minder automatisch vanuit boosheid reageert, kan dat op zichzelf al betekenisvol zijn. Mindfulness kan een structureel probleem niet wegmediteren Deze nuance is bijzonder belangrijk bij stress en burn-out. Wanneer iemand structureel te veel werk heeft, voortdurend bereikbaar moet zijn, nauwelijks autonomie ervaart of al maanden over zijn grenzen gaat, is tien minuten mediteren geen oplossing voor de omstandigheden die de overbelasting veroorzaken. Het risico bestaat anders dat mindfulness wordt gebruikt om mensen beter te leren verdragen wat eigenlijk veranderd moet worden. De boodschap wordt dan: je bent gestrest, dus je moet beter leren ontspannen. Terwijl een veel belangrijkere vraag kan zijn waarom iemand voortdurend onder zoveel druk staat. Mindfulness kan daar juist behulpzaam worden wanneer ze niet als verdoving wordt gebruikt. Je kunt bijvoorbeeld eerder merken hoe je lichaam reageert zodra je werkmail binnenkomt, hoe sterk je spanning stijgt voordat je opnieuw ja zegt tegen een extra taak of hoe uitgeput je eigenlijk bent wanneer je eindelijk stopt met doorgaan. De mindfulnessoefening heeft het probleem dan niet opgelost. Ze heeft iets anders gedaan: ze heeft zichtbaar gemaakt wat je op automatische piloot lange tijd bent blijven negeren. Van daaruit kunnen andere stappen nodig zijn. Grenzen stellen, werk anders organiseren, een gesprek voeren, herstellen, hulp vragen of professionele ondersteuning zoeken. Bewustzijn is vaak een beginpunt, geen eindpunt. Mindfulness is ook geen vervanging voor psychologische of medische zorg Hetzelfde geldt bij ernstigere psychische klachten. Mindfulness kan onderdeel zijn van bepaalde professionele behandelingen, maar zelfstandig mediteren is niet hetzelfde als psychotherapie, psychiatrische zorg of medische begeleiding. Wanneer iemand ernstige depressieve klachten ervaart, suïcidale gedachten heeft, sterk ontregeld raakt, psychotische symptomen ervaart of met ingrijpende traumatische klachten kampt, is het niet verantwoord om mindfulness als eenvoudige oplossing voor te stellen. In zulke situaties is passende professionele zorg belangrijk. Dat onderscheid doet niets af aan mindfulness. Integendeel. Een hulpmiddel serieus nemen betekent ook weten waar de grenzen ervan liggen. Binnen coaching kan mindfulness daarom gebruikt worden als een manier om aandacht, gedachten, emoties en automatische patronen te onderzoeken. Zodra een hulpvraag gespecialiseerde behandeling vraagt, hoort daar een andere vorm van ondersteuning bij. Nog een belangrijke mythe: mindfulness voelt altijd goed Er bestaat nog een misverstand dat veel minder besproken wordt: het idee dat mindfulness per definitie aangenaam moet voelen. Wie vertraagt en naar binnen kijkt, zou automatisch meer rust ervaren. Dat hoeft niet zo te zijn. Wanneer je een druk leven leidt en voortdurend bezig bent, kan stilte juist zichtbaar maken hoeveel spanning er aanwezig is. Gedachten die tijdens een volle dag worden overstemd, krijgen ineens ruimte. Verdriet dat je hebt weggeduwd kan voelbaarder worden. Lichamelijke onrust kan sterker opvallen zodra je er bewust aandacht aan geeft. Dat betekent niet automatisch dat mindfulness schadelijk is of dat je iets verkeerd doet. Maar het betekent wel dat je jezelf niet moet forceren. Wanneer een oefening sterke angst, ontregeling of overweldigende herinneringen oproept, kun je stoppen, je ogen openen, bewegen en je aandacht opnieuw naar je omgeving brengen. Wanneer zulke reacties terugkeren, is het verstandig om te bekijken of begeleiding aangewezen is. Mindfulness is geen test van mentale kracht. Je hoeft niet te bewijzen dat je ieder gevoel kunt verdragen door er langer bij te blijven. Wat mindfulness dan wél kan veranderen Wanneer mindfulness je omstandigheden niet automatisch verandert, moeilijke emoties niet verwijdert en je gedachten niet stillegt, lijkt het bijna alsof er weinig overblijft. In werkelijkheid bevindt precies daar de waarde van de praktijk zich. Mindfulness kan je helpen om eerder te merken wat er gebeurt. Je merkt dat je piekert voordat je er een uur in verdwenen bent. Je merkt dat je boos wordt voordat je een bericht verstuurt waar je later spijt van hebt. Je voelt dat je lichaam gespannen raakt voordat je automatisch opnieuw over je grens gaat. Je merkt dat je tijdens een gesprek al bezig bent met je antwoord en daardoor nauwelijks nog luistert. Je ziet jezelf voor de zoveelste keer je telefoon nemen zonder dat je werkelijk iets wilde bekijken. Geen van die momenten klinkt spectaculair. Toch bestaat een groot gedeelte van ons dagelijks gedrag precies uit zulke kleine automatische processen. Hoe eerder je ze leert herkennen, hoe groter de kans dat je niet onmiddellijk hoeft te doen wat je gewoonlijk doet. Daarom gaat mindfulness voor mij uiteindelijk veel meer over keuzevrijheid dan over ontspanning. Van automatische reactie naar bewuste keuze Ons brein automatiseert voortdurend gedrag en dat is noodzakelijk. Je zou onmogelijk iedere handeling volledig bewust kunnen uitvoeren. Het probleem ontstaat wanneer een automatische reactie die ooit nuttig was niet langer goed bij de huidige situatie past. Je krijgt kritiek en verdedigt jezelf onmiddellijk. Je voelt onzekerheid en trekt je terug. Je ervaart spanning en begint gedachteloos te scrollen. Iemand vraagt iets van je, je voelt eigenlijk weerstand en toch hoor je jezelf alweer ja zeggen. Je wordt boos en stuurt meteen een bericht. Zo’n reactie bestaat vaak uit verschillende stappen die razendsnel op elkaar volgen. Er gebeurt iets, je lichaam reageert, er verschijnt een gedachte, er ontstaat een emotie en vervolgens komt er een impuls om iets te doen. Wanneer die hele keten automatisch verloopt, voelt de uiteindelijke reactie bijna onvermijdelijk. Mindfulness kan helpen om ergens in dat proces wakker te worden. Je merkt bijvoorbeeld eerst de spanning in je borst op. Of je hoort de gedachte “ik moet mij verdedigen”. Of je voelt hoe sterk je de neiging hebt om onmiddellijk te antwoorden. Dat kleine moment verandert niet automatisch alles. Je kunt alsnog boos reageren of alsnog ja zeggen. Maar er is voor het eerst iets zichtbaar geworden wat daarvoor volledig automatisch verliep. En wat zichtbaar wordt, kan onderzocht worden. Daar begint verandering vaak. De ademhaling als anker, niet als afstandsbediening De ademhaling speelt binnen mindfulness een grote rol omdat ze altijd beschikbaar is en noodzakelijkerwijs in het huidige moment plaatsvindt. Je kunt niet gisteren ademen en je kunt geen voorraad ademhalingen voor morgen aanleggen. Daardoor is de adem een eenvoudig anker voor de aandacht. Dat betekent niet dat je via een perfecte ademhaling iedere emotie kunt uitschakelen. Tijdens een mindfulnessoefening hoef je je ademhaling zelfs niet noodzakelijk te veranderen. Je kunt beginnen met waarnemen hoe ze op dit moment verloopt. Voel je de adem het duidelijkst bij je neus, borstkas of buik? Is ze oppervlakkig of rustig? Kun je één volledige inademing en uitademing volgen? Na enkele seconden zal je aandacht waarschijnlijk verdwijnen. Je denkt aan iets wat straks moet gebeuren en voor je het beseft ben je dertig seconden verder. Dan merk je het op. Je keert terug naar de ademhaling en gaat verder. Daar zit de oefening. Niet in perfect ademen en niet in perfect geconcentreerd blijven, maar in het steeds opnieuw herkennen dat je bent afgedwaald en vervolgens terugkeren zonder jezelf daarvoor te veroordelen. Hoe je vandaag met mindfulness kunt beginnen Wanneer je mindfulness wilt ervaren, hoef je niet meteen een cursus te volgen of twintig minuten per dag te mediteren. Begin met drie minuten. Kies een plek waar je redelijk rustig kunt zitten en neem een houding aan die comfortabel maar wakker voelt. Je hoeft niet in lotushouding te zitten en je rug hoeft niet kaarsrecht te zijn. Voel eerst hoe je lichaam contact maakt met de stoel of de grond. Merk het gewicht van je lichaam op en voel je voeten en handen. Breng daarna je aandacht naar je ademhaling zonder haar bewust te veranderen. Volg enkele ademhalingen zo goed als je kunt. Op een bepaald moment zul je ontdekken dat je aandacht verdwenen is. Je denkt aan straks, gisteren, een geluid of het feit dat je je afvraagt hoelang die drie minuten nog duren. Dat moment is geen onderbreking van de mindfulnessoefening. Dat moment ís de mindfulnessoefening. Je hebt namelijk opgemerkt wat je aandacht deed. Vervolgens keer je rustig terug naar je ademhaling. Wanneer je opnieuw afdwaalt, herhaal je hetzelfde proces. Drie minuten lang hoef je niets anders te bereiken. Gedachten leren benoemen zonder erin te verdwijnen Wanneer je veel piekert, kan een eenvoudige aanvullende oefening helpen. In plaats van onmiddellijk op de inhoud van iedere gedachte in te gaan, kun je kort benoemen welk mentaal proces je opmerkt. Wanneer je een gesprek van gisteren opnieuw afspeelt, kun je herkennen dat je aan het herinneren bent. Wanneer je probeert te voorspellen hoe iemand morgen zal reageren, ben je aan het voorspellen. Wanneer je steeds opnieuw hetzelfde probleem analyseert zonder nieuwe informatie te vinden, kun je dat herkennen als piekeren. Wanneer je de komende dagen in je hoofd probeert te organiseren, ben je aan het plannen. Die woorden zijn geen diagnoses en je hoeft ze niet voortdurend te gebruiken. Ze creëren alleen een klein beetje afstand tussen jou en de inhoud van je gedachten. In plaats van onmiddellijk mee te gaan in het verhaal, herken je eerst welk proces er gaande is. Daarna kun je jezelf afvragen of er op dit moment iets concreets moet gebeuren. Wanneer dat zo is, kun je die actie uitvoeren of plannen. Wanneer er niets te doen valt, kun je je aandacht opnieuw richten op wat je werkelijk aan het doen bent. Op die manier wordt mindfulness geen abstract concept, maar een heel praktische manier om met een druk hoofd om te gaan. Mindfulness midden in het dagelijkse leven Een andere manier om te beginnen is één gewone activiteit per dag bewust uit te voeren. Kies iets wat je sowieso doet, zodat mindfulness geen extra verplichting wordt. Je eerste koffie, de douche, een korte wandeling of zelfs tandenpoetsen kan voldoende zijn. Wanneer je koffie drinkt, laat je telefoon enkele minuten liggen en merk je de warmte van de kop, de geur en de smaak op. Wanneer je doucht, voel je het water en merk je hoe snel je gedachten alweer naar je planning verdwijnen. Wanneer je wandelt, voel je het contact van je voeten met de grond en luister je bewust naar de geluiden rondom je. Het doel is niet dat iedere dagelijkse handeling een meditatie wordt. Het doel is dat je ontdekt hoe snel je aandacht het huidige moment verlaat en hoe eenvoudig je haar weer kunt terugbrengen. Na verloop van tijd kan die vaardigheid vanzelf in belangrijkere situaties verschijnen. Je merkt tijdens een gesprek dat je niet meer luistert. Je voelt tijdens een vergadering dat je spanning opbouwt. Je merkt tijdens een discussie dat je vooral bezig bent jezelf te verdedigen. En precies daar wordt mindfulness interessant. Mindful luisteren: aanwezig zijn bij een ander Een van de krachtigste vormen van mindfulness vindt niet plaats met gesloten ogen, maar midden in een gesprek. We denken vaak dat we goed luisteren, terwijl we ondertussen voortdurend bezig zijn met ons eigen antwoord. We vergelijken het verhaal van de ander met onze eigen ervaringen, formuleren advies of wachten op een opening om zelf iets te vertellen. Mindful luisteren betekent dat je probeert werkelijk te horen wat iemand zegt terwijl je tegelijkertijd je eigen impulsen opmerkt. Je hoeft een stilte niet onmiddellijk op te vullen. Je hoeft niet bij ieder probleem een oplossing aan te bieden. Je kunt merken dat je wilt onderbreken en toch nog even blijven luisteren. Dat kan een gesprek fundamenteel veranderen. De ander voelt meer ruimte en jij krijgt meer informatie omdat je niet voortdurend door je eigen interpretaties heen luistert. Mindfulness wordt dan niet alleen een methode om zelf rustiger te worden, maar ook een manier om kwalitatiever aanwezig te zijn bij andere mensen. Mindful wandelen: bewegen en aanwezig zijn Voor mensen die moeilijk stilzitten, kan mindful wandelen een bijzonder toegankelijke vorm van mindfulness zijn. Je hoeft niet te wachten tot je hoofd rustig genoeg is om te mediteren. Je beweegt terwijl je aandacht oefent. Tijdens het wandelen kun je je aandacht richten op het contact van je voeten met de grond, het ritme van je beweging, je ademhaling en de geluiden of kleuren rondom je. Wanneer je merkt dat je opnieuw volledig in gedachten zit, breng je je aandacht terug naar het lopen. Juist doordat de wereld rondom je blijft bewegen, is wandelen een mooie oefening voor het dagelijkse leven. Er rijden auto’s voorbij, mensen passeren, je hoort geluiden en ondertussen blijven je gedachten verschijnen. De bedoeling is niet dat al die prikkels verdwijnen. Je oefent om aanwezig te blijven terwijl het leven gewoon doorgaat. Voor wie merkt dat bewegen helpt om gemakkelijker te praten of uit het hoofd te komen, kan die combinatie ook binnen coaching interessant zijn. Bij Klarvida bied ik daarom ook wandelcoaching in Waregem aan, waarbij coaching en beweging gecombineerd kunnen worden in een natuurlijke omgeving. Mindfulness is geen prestatie Een van de belangrijkste dingen die je uiteindelijk kunt loslaten, is het idee dat je goed moet worden in mindfulness. Zodra mindfulness opnieuw een project wordt waarin je perfect moet presteren, neem je dezelfde prestatiedruk mee waarvan je probeerde afstand te nemen. Er bestaat geen niveau waarop je nooit meer afdwaalt, nooit meer piekert, nooit meer boos wordt en permanent in het huidige moment leeft. Zelfs iemand die jarenlang mediteert blijft een mens met gedachten, emoties, gewoonten en moeilijke dagen. Een oefening waarin je aandacht honderd keer afdwaalt, hoeft daarom geen slechte oefening te zijn. Wanneer je honderd keer hebt opgemerkt dat je was afgedwaald en opnieuw bent teruggekeerd, heb je honderd keer precies datgene geoefend waar mindfulness om draait. Dat verandert ook de manier waarop je naar jezelf kijkt. In plaats van “ik kan dit niet, want mijn hoofd is te druk” kan de conclusie worden: “mijn hoofd was vandaag bijzonder druk en ik heb dat verschillende keren opgemerkt.” Die tweede houding bevat veel minder strijd. Mindfulness gaat niet over ontsnappen aan je leven Wanneer we alle clichés, meditatiebeelden en commerciële beloften weghalen, blijft er uiteindelijk iets verrassend menselijks over. Mindfulness gaat over merken dat je koffie drinkt terwijl je koffie drinkt, luisteren wanneer iemand tegen je praat, voelen dat je gespannen raakt voordat je over je grens gaat en herkennen dat je piekert voordat je een volledig uur in dezelfde gedachten verdwijnt. Het betekent dat je een gedachte kunt opmerken zonder haar onmiddellijk als waarheid te behandelen, verdriet kunt erkennen zonder jezelf te vertellen dat je het niet mag voelen en rust kunt ervaren zonder die rust meteen productief te moeten maken. Mindfulness haalt je daardoor niet weg uit het gewone leven. Het doet precies het tegenovergestelde: het brengt je terug naar het leven dat zich al voor je afspeelt, maar waar je aandacht zo vaak aan voorbijgaat. Dat maakt mindfulness voor mij veel interessanter dan simpelweg leren ontspannen. Ontspanning kan een aangenaam gevolg zijn, maar bewustzijn gaat verder. Je begint beter te herkennen hoe je functioneert wanneer je gespannen, onzeker, moe, gekwetst of gehaast bent. En precies op die momenten ontstaat de mogelijkheid om iets anders te doen dan wat je altijd automatisch hebt gedaan. De paradox van mindfulness: je hoeft niet voortdurend iets te bereiken We zijn gewend om activiteiten te beoordelen op hun resultaat. We sporten om fitter te worden, studeren om kennis op te bouwen en werken om iets te realiseren. Daardoor nemen we dezelfde logica gemakkelijk mee naar mindfulness. We willen weten wanneer we rustiger zullen worden, hoeveel minuten we moeten mediteren voordat het werkt en wanneer het piekeren eindelijk vermindert. Die vragen zijn begrijpelijk. Regelmatig oefenen kan ook daadwerkelijk vaardigheden versterken. Maar wanneer je tijdens iedere oefening voortdurend controleert of je al voldoende resultaat ervaart, ben je alweer bezig met een toekomstig doel in plaats van met wat er op dat moment gebeurt. Daarin zit een mooie paradox. Je kunt mindfulness beoefenen omdat je bewuster wilt leren leven, maar tijdens de oefening hoef je niet voortdurend een bepaalde toestand te produceren. Wanneer er rust is, merk je rust op. Wanneer er onrust is, merk je onrust op. Wanneer je gedachten alle kanten opgaan, merk je dat eveneens. Je hoeft niet eerst een betere versie van het huidige moment te creëren voordat je erin aanwezig mag zijn. Dat is in onze voortdurende cultuur van optimaliseren, verbeteren en presteren op zichzelf al een bijzonder waardevolle oefening. Wat is mindfulness écht? Mindfulness is uiteindelijk geen leeg hoofd, geen permanente staat van rust en geen techniek waarmee je onaangename emoties kunt uitschakelen. Het is evenmin een spirituele eliteclub of een wondermiddel tegen ieder psychologisch probleem. Het is een vaardigheid waarmee je leert om bewuster aandacht te geven aan je huidige ervaring, eerder te herkennen wanneer gedachten en emoties je meenemen en opnieuw terug te keren zonder jezelf voortdurend te veroordelen omdat je bent afgedwaald. Daarmee kan mindfulness iets belangrijks toevoegen aan het dagelijkse leven. Niet doordat je plots nooit meer piekert of gestrest raakt, maar doordat je sneller kunt herkennen wat er in je gebeurt. En wanneer je iets eerder herkent, ontstaat er ook eerder ruimte om te kiezen hoe je ermee wilt omgaan. Je hoeft daarvoor vandaag geen uur te mediteren. Stop na het lezen van dit artikel eens dertig seconden. Voel hoe je lichaam contact maakt met de stoel of grond. Merk één volledige ademhaling op. Luister naar een geluid in je omgeving en kijk welke gedachte vervolgens verschijnt. Je hoeft die gedachte niet weg te krijgen en je hoeft haar niet verder uit te werken. Merk haar eenvoudig op en breng je aandacht terug. Dat kleine moment bevat eigenlijk de volledige essentie. Mindfulness bij Klarvida Coaching Binnen Klarvida gebruik ik mindfulness op een praktische, menselijke en nuchtere manier. Niet als belofte dat je altijd rustig zult worden en evenmin als techniek waarmee moeilijke emoties zo snel mogelijk weggewerkt moeten worden. Ik zie het vooral als een manier om gedachten, emoties, lichamelijke signalen en automatische patronen eerder te leren herkennen. Dat kan relevant zijn wanneer je veel piekert, voortdurend in je hoofd zit, snel overprikkeld raakt, moeite hebt met grenzen stellen of merkt dat stress zich steeds opnieuw op dezelfde manier opbouwt. Tijdens coaching kunnen we onderzoeken wat er gebeurt voordat je in een bekend patroon terechtkomt, welke gedachten daarbij verschijnen en hoe je meer ruimte kunt creëren tussen wat je voelt en wat je vervolgens automatisch doet. Daarbij combineer ik mindfulness waar passend met andere coachingsgerichte invalshoeken uit onder andere positieve psychologie en NLP. NLP gebruik ik daarbij als kader om bijvoorbeeld taal, perspectieven en overtuigingen te onderzoeken, niet als wetenschappelijk bewezen methode om het brein te herprogrammeren. De bedoeling is niet dat je na begeleiding nooit meer twijfelt, piekert of spanning ervaart, maar dat je jezelf beter leert begrijpen en meer keuzevrijheid ontwikkelt in hoe je met die ervaringen omgaat. Coaching bij Klarvida is bedoeld als persoonlijke begeleiding bij onder andere stress, piekeren, onzekerheid, terugkerende patronen en persoonlijke groei. Coaching vervangt geen medische, psychologische of psychiatrische behandeling. Wanneer klachten ernstig zijn, sterk ontregelend werken of je dagelijkse functioneren aanzienlijk beïnvloeden, is het belangrijk om passende professionele zorg te betrekken. Mindfulness hoeft uiteindelijk niet ingewikkelder te zijn dan dit: je hoeft niet te leren hoe je nooit meer afdwaalt. Je leert herkennen dat je bent afgedwaald en ontdekt dat je telkens opnieuw kunt terugkomen. En juist in dat steeds opnieuw terugkeren kan langzaam meer rust, bewustzijn en vrijheid ontstaan. Lees ook: 👉 [Afwijzing verwerken met mindfulness – zo blijf je mentaal sterk] 👉 [Train je brein om positief te denken (zonder fake positiviteit!)] 👉 [Hoe dankbaarheid je brein verandert en je gelukkiger maakt]

  • De grootste mentale skill? Rust bewaren wanneer alles tegenzit

    We krijgen het vaak te horen: “Blijf positief.” Alsof mentale kracht betekent dat je onder alle omstandigheden optimistisch, gemotiveerd en goedgehumeurd moet blijven. Zolang je maar positief denkt, zou je beter met stress omgaan en sterker door moeilijke periodes komen. Alleen werkt een mens niet zo. Wanneer je verdrietig bent, teleurgesteld raakt, onder druk staat of simpelweg een slechte dag hebt, verdwijnt die ervaring niet omdat je jezelf vertelt dat je positief moet blijven. Integendeel, wanneer je boven op een moeilijke emotie ook nog de verwachting legt dat je je anders zou moeten voelen, kan er een tweede strijd ontstaan: niet alleen “dit is moeilijk”, maar ook “ik zou hier beter mee moeten kunnen omgaan.” Mentale kracht betekent daarom voor mij niet dat je altijd rustig bent en evenmin dat moeilijke omstandigheden je niet meer raken. Het gaat veel meer over het vermogen om te merken wat er in jezelf gebeurt zonder onmiddellijk door iedere gedachte, emotie of impuls te worden meegesleept. Je kunt spanning ervaren en toch bewust reageren. Je kunt verdriet voelen zonder te besluiten dat alles verloren is. Je kunt onzeker zijn zonder onmiddellijk zekerheid te moeten creëren. En je kunt midden in een chaotische periode momenten vinden waarop niet alles opgelost is, maar waarop je systeem toch even niet hoeft te vechten. Echte mentale kracht is niet voortdurend positief blijven. Het is leren flexibel omgaan met wat er daadwerkelijk aanwezig is. De mythe van altijd positief blijven Positief denken kan waardevol zijn. Hoop, optimisme en het vermogen om mogelijkheden te blijven zien kunnen ons helpen wanneer we voor moeilijkheden staan. Het probleem ontstaat wanneer positiviteit een verplichting wordt. Wanneer je tegen jezelf zegt dat je niet boos mag zijn, dat verdriet negatieve energie is of dat angst betekent dat je onvoldoende aan jezelf gewerkt hebt, gebruik je positiviteit niet langer om je perspectief te verbreden. Je gebruikt haar om een deel van je ervaring weg te duwen. Dat wordt weleens toxic positivity genoemd: de neiging om moeilijke emoties te minimaliseren of te snel te vervangen door een positieve boodschap. Iemand verliest iets belangrijks en krijgt onmiddellijk te horen dat er wel iets beters zal komen. Iemand voelt zich uitgeput en probeert zichzelf ervan te overtuigen dat hij gewoon dankbaarder moet zijn. Iemand is bang en vindt vervolgens dat hij zijn gedachten beter onder controle zou moeten hebben. Hoewel zulke boodschappen vaak goed bedoeld zijn, kunnen ze ervoor zorgen dat er minder ruimte overblijft voor wat iemand werkelijk ervaart. Mentale flexibiliteit vertrekt vanuit een ander uitgangspunt. Je hoeft een moeilijke emotie niet eerst te verwijderen voordat je verstandig kunt handelen. Je kunt erkennen: “Dit doet pijn. Ik ben bang. Ik ben teleurgesteld. Ik voel veel spanning.” Vervolgens kun je onderzoeken wat die ervaring nodig heeft en welke reactie passend is. Daarmee geef je een emotie ruimte zonder haar automatisch de leiding te geven. Je brein is niet gemaakt om je voortdurend gelukkig te houden Ons brein is niet uitsluitend gericht op geluk. Het helpt ons voortdurend om informatie te verwerken, veranderingen op te merken, risico’s in te schatten, eerdere ervaringen te gebruiken en ons voor te bereiden op wat mogelijk gaat gebeuren. Daardoor krijgen negatieve of bedreigende informatie en onzekere situaties gemakkelijk onze aandacht. Vanuit evolutionair perspectief is dat niet vreemd: mogelijke dreiging opmerken kon belangrijker zijn dan voortdurend een aangenaam gevoel behouden. Dat betekent echter niet dat ieder gevoel van onrust wijst op werkelijk gevaar. Ons denken kan ook blijven zoeken naar problemen nadat er praktisch niets meer opgelost kan worden. We herhalen een gesprek, proberen te voorspellen hoe iemand zal reageren, analyseren een beslissing opnieuw of maken in gedachten allerlei toekomstige scenario’s. Het voelt alsof we bezig zijn een oplossing te zoeken, terwijl we na verloop van tijd nauwelijks nog nieuwe informatie produceren. Denken is dan overgegaan in piekeren. Daarom vind ik een vraag bijzonder waardevol wanneer je merkt dat je hoofd blijft draaien: “Helpt dit denken mij op dit moment om iets concreets te begrijpen of te doen, of probeer ik vooral onzekerheid weg te denken?” Wanneer er een concrete actie mogelijk is, kan denken bijzonder nuttig zijn. Wanneer dezelfde gedachten alleen blijven circuleren, kan het verstandiger zijn om je aandacht tijdelijk ergens anders naartoe te brengen. Wat het Default Mode Network hiermee te maken heeft Een begrip dat regelmatig opduikt wanneer we spreken over onze innerlijke gedachtenwereld is het Default Mode Network, vaak afgekort tot DMN. Het gaat om een netwerk van hersengebieden dat onder andere betrokken is bij zelfgerichte gedachten, herinneringen, het voorstellen van toekomstige situaties en nadenken over jezelf en anderen. Het wordt vaak relatief actief wanneer onze aandacht niet sterk op een externe taak gericht is. Dat maakt het DMN op zichzelf niet goed of slecht. Zonder dit soort mentale processen zouden zelfreflectie, autobiografisch geheugen en toekomstgericht denken veel moeilijker zijn. Het zou daarom te eenvoudig zijn om te zeggen dat het Default Mode Network verantwoordelijk is voor je innerlijke dialoog of dat een actief DMN automatisch betekent dat je piekert. De werkelijkheid is complexer. Onderzoek heeft wel verbanden gevonden tussen bepaalde patronen van zelfgericht denken, mind-wandering, ruminatie en activiteit of connectiviteit binnen netwerken waaronder het DMN, maar daaruit volgt niet dat we één hersennetwerk simpelweg moeten uitschakelen om rust te vinden. Het praktische inzicht is veel eenvoudiger: je aandacht kan ongemerkt langdurig terechtkomen in zelfgerichte gedachten, herinneringen en toekomstscenario’s, en je kunt leren herkennen wanneer dat denken niet langer behulpzaam is. Mindfulness sluit daar mooi bij aan. Het doel is niet om je DMN uit te zetten en ook niet om je hoofd leeg te maken. Je oefent eerder om op te merken waar je aandacht zich bevindt en haar bewust terug te brengen naar iets wat nu aanwezig is: je ademhaling, je lichaam, geluiden, wat je ziet of de taak waarmee je bezig bent. Gedachten mogen ondertussen blijven verschijnen. Het verschil is dat je ze niet allemaal hoeft te volgen. Een moment dat mij meer leerde dan een theorie Ik moet daarbij vaak terugdenken aan een moment met een goede vriendin van mij die in de psychiatrie werkt. Niet tijdens haar werk, maar gewoon in haar privéleven. Rondom ons was er behoorlijk wat chaos: geluid, beweging, verschillende mensen die door elkaar spraken en voortdurend nieuwe prikkels. Zo’n situatie waarin je aandacht gemakkelijk alle kanten op wordt getrokken en waarin je bijna automatisch kunt denken: dit is te druk, ik wil hier weg, dit is mij te veel. Terwijl ik zelf die drukte duidelijk registreerde, keek ik naar haar en zag ik dat ze rustig haar teennagels aan het lakken was. Ik moest er achteraf om lachen omdat het contrast zo groot was. Rondom haar gebeurde van alles en zij zat daar geconcentreerd met haar nagellak alsof er niets bijzonders aan de hand was. Wat mij vooral bijbleef, was niet dat de omgeving haar kennelijk helemaal niet raakte — dat kan ik natuurlijk niet weten — maar dat haar aandacht op dat moment niet voortdurend door iedere prikkel werd meegenomen. De chaos bestond en tegelijkertijd bestond er ook nog dat kleine gebied waarop haar aandacht gericht was. Ik zou dat vandaag ook niet meer verklaren als “zij liet haar aandacht niet kapen door haar Default Mode Network”, omdat zo’n uitspraak veel specifieker over haar hersenactiviteit zou zijn dan we uit een observatie kunnen weten. Wat het moment voor mij wél prachtig illustreerde, is iets wat centraal staat binnen mindfulness: rust vereist niet noodzakelijk dat de buitenwereld eerst stil wordt. Je kunt leren om je aandacht bewust ergens te laten rusten terwijl er rondom jou nog steeds dingen gebeuren. Dat betekent niet dat je immuun wordt voor prikkels of dat iedereen midden in chaos kalm moet kunnen blijven. Het betekent alleen dat de omgeving en je innerlijke reactie daarop niet exact hetzelfde zijn. Mentale kracht is vooral mentale flexibiliteit Wanneer we mentale kracht voorstellen als onverstoorbaarheid, creëren we opnieuw een onrealistische norm. Een mentaal sterke persoon wordt dan iemand die nooit instort, nooit twijfelt, altijd rationeel blijft en onder iedere vorm van druk kalm functioneert. Maar mensen zijn geen machines. Zelfs iemand die jarenlang mindfulness beoefent, kan overspoeld raken door verdriet, angst, stress of woede. Ook sterke mensen kunnen uitgeput raken en ook mensen met veel zelfkennis kunnen in oude patronen terechtkomen. Een bruikbaarder begrip is daarom psychologische flexibiliteit: kunnen reageren op veranderende omstandigheden zonder volledig vast te raken in één automatische reactie. Dat kan betekenen dat je in de ene situatie doorzet en in een andere situatie rust neemt. Dat je op het ene moment een emotie ruimte geeft en later besluit om actie te ondernemen. Dat je een gedachte serieus onderzoekt zonder automatisch te besluiten dat ze waar is. Mentale kracht zit dan niet in het vermijden van moeilijke ervaringen, maar in het vergroten van het aantal manieren waarop je ermee kunt omgaan. Dat verschil is belangrijk. Wanneer je denkt dat je altijd kalm moet blijven, kan zelfs stress een nieuwe reden worden om jezelf te beoordelen. Wanneer je flexibiliteit als doel neemt, mag stress er zijn. De vraag wordt dan: “Wat helpt mij om hier op een passende manier mee om te gaan?” Alleen al die verschuiving kan veel vriendelijker en realistischer zijn. Rust is iets anders dan een goede stemming Een goede stemming en innerlijke rust zijn ook niet hetzelfde. Je kunt enthousiast en vrolijk zijn terwijl je lichamelijk sterk geactiveerd bent, en je kunt tegelijkertijd verdrietig én rustig zijn. Denk aan een moment waarop je iemand mist maar daar niet langer tegen vecht. Het verdriet is niet verdwenen, maar er kan toch een zekere zachtheid ontstaan. Dat laat zien waarom het doel niet altijd hoeft te zijn om je zo snel mogelijk beter te voelen. Rust betekent ook niet dat je voortdurend ontspannen moet zijn. Stress heeft een functie. Wanneer er werkelijk iets moet gebeuren, helpt activering je om in beweging te komen. Het probleem ontstaat eerder wanneer je systeem nauwelijks nog momenten kent waarop het niet hoeft te reageren. Wanneer iedere stilte onmiddellijk wordt gevuld met analyse, iedere onzekerheid om een antwoord vraagt en ieder probleem in gedachten opgelost moet worden voordat je jezelf toestemming geeft om te ontspannen, wordt rust afhankelijk van een voorwaarde die zelden volledig vervuld raakt: eerst moet alles in orde zijn. Daarom kan het bevrijdend zijn om rust niet uitsluitend als eindresultaat te zien. Je hoeft niet te wachten totdat ieder probleem opgelost is voordat je tien minuten mag wandelen, rustig mag eten, je telefoon weglegt of gewoon even niets probeert te verbeteren. Herstel is geen beloning die je pas verdient nadat het leven onder controle is. Controle loslaten zonder passief te worden Loslaten wordt gemakkelijk verkeerd begrepen. Het betekent niet dat je problemen negeert of jezelf vertelt dat alles vanzelf wel goedkomt. Wanneer je financiële problemen hebt, kan een concreet budget belangrijker zijn dan meditatie. Wanneer iemand herhaaldelijk je grenzen overschrijdt, heb je mogelijk een gesprek of afstand nodig. Wanneer je structureel overbelast bent, is het niet voldoende om alleen anders te leren ademen. De omstandigheden zelf kunnen verandering vragen. De uitdaging is om onderscheid te maken tussen actie en mentale herhaling. Je kunt bijvoorbeeld een moeilijk gesprek voorbereiden, maar daarna nog drie uur alle mogelijke reacties van de ander proberen te voorspellen. Het eerste kan nuttig zijn; het tweede geeft je waarschijnlijk geen volledige zekerheid. Je kunt je financiën berekenen en vervolgens iedere avond dezelfde bedragen opnieuw bekijken omdat je hoopt dat de angst daardoor verdwijnt. Op een bepaald moment verandert voorbereiding in een poging om via denken een gevoel van totale controle te creëren. Rust ontstaat daarom niet noodzakelijk wanneer je controle loslaat, alsof dat één simpele handeling is. Ze kan eerder groeien wanneer je steeds beter onderscheid leert maken tussen wat werkelijk actie vraagt en wat je op dat moment niet kunt oplossen. Daarmee blijf je betrokken bij je leven zonder te eisen dat je iedere uitkomst vooraf kent. Van controleren naar ervaren Wanneer je merkt dat je hoofd blijft zoeken naar antwoorden, kun je oefenen om een paar minuten niet nóg een gedachte aan het probleem toe te voegen. Je hoeft daarvoor geen speciale meditatietechniek te beheersen. Je kunt eenvoudig opmerken hoe je lichaam op dat moment aanvoelt. Waar voel je spanning? Hoe voelt je ademhaling zonder dat je probeert haar te veranderen? Welke geluiden hoor je? Waar rusten je voeten? Welke gedachte verschijnt er wanneer je even niets probeert op te lossen? De bedoeling is niet dat je jezelf kalm maakt. Dat is een belangrijk verschil. Zodra mindfulness een opdracht wordt waarbij je binnen vijf minuten ontspannen moet zijn, ontstaat opnieuw controle. De oefening is eerder om te merken wat er al aanwezig is zonder onmiddellijk te eisen dat het anders wordt. Als je spanning voelt, merk je spanning op. Als je gedachten snel gaan, merk je dat op. Als je niets bijzonders ervaart, is ook dat prima. Je verschuift gedurende enkele ogenblikken van “hoe krijg ik dit weg?” naar “wat gebeurt er eigenlijk?” Die verandering lijkt klein, maar ze kan helpen om de automatische keten tussen ervaring en reactie te onderbreken. Er ontstaat een beetje ruimte waarin je niet onmiddellijk hoeft te beslissen, reageren of oplossen. Niet iedere gedachte verdient een antwoord Een groot deel van mentale onrust ontstaat niet alleen doordat gedachten verschijnen, maar doordat we het gevoel hebben dat we erop moeten reageren. Wat als het misgaat? vraagt om een scenario. Wat denkt die persoon van mij? vraagt om analyse. Heb ik de juiste keuze gemaakt? vraagt om een herbeoordeling. Iedere gedachte opent als het ware een nieuw gesprek in je hoofd. Maar niet iedere vraag die je brein produceert heeft op dit moment een antwoord nodig. Je kunt leren herkennen dat een gedachte er is zonder haar volledig uit te werken. Dat betekent niet dat je gedachten onderdrukt. Je zegt niet “ik mag dit niet denken”, maar eerder: “Ik merk dat mijn hoofd hier opnieuw een antwoord op probeert te vinden, terwijl dat antwoord nu niet beschikbaar is.” Daar ligt een vorm van innerlijke vrijheid die veel realistischer is dan altijd positief denken. Niet de vrijheid om zelf te bepalen welke gedachten en emoties ooit nog verschijnen, maar de vrijheid om niet op iedere gedachte automatisch verder te bouwen. Wanneer ‘sterk zijn’ zelf uitputtend wordt In mijn praktijk in Waregem ontmoet ik mensen die zichzelf lang als sterk hebben beschouwd. Ze blijven functioneren, zorgen voor anderen, analyseren problemen, nemen verantwoordelijkheid en zoeken oplossingen. Aan de buitenkant lijkt het alsof ze alles aankunnen. Vanbinnen is er ondertussen nauwelijks nog ruimte waarin niets hoeft. Zelfs rust wordt een opdracht: ik moet ontspannen, ik moet mijn hoofd leegmaken, ik moet beter leren omgaan met stress. Juist daar vind ik het belangrijk om mentale kracht opnieuw te definiëren. Sterk zijn betekent niet eindeloos kunnen doorgaan. Het kan net zo goed betekenen dat je tijdig merkt dat iets te veel wordt. Dat je een grens aangeeft voordat je volledig uitgeput bent. Dat je toegeeft dat je iets niet weet. Dat je hulp vraagt wanneer je eigen strategieën niet meer voldoende zijn. Dat je een emotie niet onmiddellijk probeert te repareren, maar haar even laat bestaan. De momenten waarop iemand zegt “er is eigenlijk nog niets opgelost, maar ik voel dat ik even niet meer hoef te vechten” zijn daarom minstens zo waardevol als momenten waarop iemand een groot inzicht krijgt. Rust hoeft niet altijd uit een antwoord voort te komen. Ze kan ook ontstaan doordat de zoektocht naar het antwoord even stopt. Rust bewaren betekent niet dat niets je meer raakt De titel van deze blog kan gemakkelijk verkeerd begrepen worden. Rust bewaren wanneer alles tegenzit betekent niet dat het hoogste niveau van mentale ontwikkeling bestaat uit onverstoorbaar blijven terwijl je wereld instort. Er zijn omstandigheden waarin onrust, verdriet, boosheid of angst volkomen begrijpelijke reacties zijn. Je hoeft geen boeddhistische monnik te worden die door niets meer geraakt wordt om mentaal sterk te zijn. De werkelijke vaardigheid is subtieler. Je kunt leren om sneller te herkennen wat er in jezelf gebeurt, minder automatisch op iedere gedachte te reageren en jezelf niet extra te veroordelen omdat je een moeilijke emotie ervaart. Je kunt leren wanneer je moet handelen en wanneer je niets meer kunt oplossen. Je kunt herstellen voordat je volledig uitgeput bent en je kunt accepteren dat innerlijke rust op bepaalde dagen gemakkelijker toegankelijk is dan op andere. Mentale kracht is daarom niet de afwezigheid van innerlijke onrust. Het is het vermogen om steeds opnieuw een werkbare verhouding te vinden tot wat er in en rondom jou gebeurt. Je hoeft niet altijd positiever te worden Je hoeft jezelf dus niet voortdurend naar een betere stemming te duwen. Op bepaalde dagen is hoop waardevol, op andere dagen heb je vooral rust nodig. De ene situatie vraagt perspectief, de andere vraagt verdriet. De ene gedachte verdient onderzoek en een andere mag voorbijgaan zonder dat je haar oplost. De ene periode vraagt actie en een andere vraagt herstel. Dat is ook waarom ik mentale flexibiliteit uiteindelijk interessanter vind dan positiviteit. Positiviteit heeft één gewenste richting: je beter voelen. Flexibiliteit laat meerdere menselijke ervaringen toe en vraagt vervolgens welke reactie op dit moment behulpzaam is. Daardoor hoeft persoonlijke ontwikkeling geen project te worden waarin je uiteindelijk alleen nog maar de juiste emoties mag ervaren. Misschien is echte innerlijke rust uiteindelijk niet dat je hoofd nooit meer druk wordt, maar dat je niet meer bang hoeft te zijn voor ieder moment waarop het druk wordt. Je weet dat gedachten kunnen komen en weer veranderen, dat emoties ruimte mogen innemen zonder je volledige identiteit te worden en dat je niet alles vandaag hoeft op te lossen. Je hoeft niet altijd goedgezind te zijn om goed voor jezelf te zorgen. Meer rust in je hoofd bij Klarvida Binnen Klarvida begeleid ik mensen die merken dat hun hoofd moeilijk tot rust komt, die veel analyseren of piekeren, die zichzelf voortdurend onder druk zetten of die al zo lang proberen sterk te blijven dat ze nauwelijks nog voelen wat ze zelf nodig hebben. Samen onderzoeken we welke patronen je spanning versterken, waar je werkelijk invloed op hebt en hoe je anders kunt leren omgaan met gedachten en emoties zonder dat je ze hoeft weg te drukken. Daarbij kunnen oefeningen en inzichten uit mindfulness, NLP en positieve psychologie praktische hulpmiddelen bieden. Niet om je brein te herprogrammeren, moeilijke emoties uit te schakelen of van jou iemand te maken die altijd positief is, maar om meer bewustzijn, flexibiliteit en keuzevrijheid te ontwikkelen in de manier waarop je met jezelf omgaat. Coaching vervangt geen medische, psychologische of psychiatrische behandeling. Wanneer stress, angst, somberheid of andere klachten ernstig of langdurig zijn of je dagelijks functioneren sterk beïnvloeden, is het belangrijk om passende professionele hulp te zoeken. Wanneer je merkt dat je hoofd nauwelijks nog stilvalt en je verlangt naar meer rust zonder jezelf opnieuw een hele reeks opdrachten op te leggen, kunnen we tijdens een gratis en vrijblijvend kennismakingsgesprek rustig bekijken wat er speelt en of mijn manier van begeleiden bij jou past. Je hoeft niet eerst positiever, rustiger of sterker te worden om dat gesprek te mogen voeren.

  • Waar gaat je energie naartoe? Over controle, invloed en innerlijke rust

    Er komt in het leven van veel mensen een moment waarop ze merken dat vermoeidheid niet alleen te maken heeft met wat ze fysiek doen of hoeveel taken er op hun agenda staan. Je kunt een relatief rustige dag hebben en toch 's avonds het gevoel hebben dat je hoofd een marathon heeft gelopen. Gedachten blijven terugkeren naar een gesprek van gisteren, je probeert te begrijpen waarom iemand op een bepaalde manier reageerde, je denkt vooruit naar wat er volgende week mis zou kunnen gaan en ondertussen voer je in gedachten gesprekken die in werkelijkheid nooit plaatsvinden. Je lichaam zit op de bank, maar je aandacht reist voortdurend tussen gisteren, morgen en wat andere mensen mogelijk denken. Dat soort mentale activiteit kan veel energie vragen. Niet omdat iedere gedachte op zichzelf problematisch is, maar omdat je aandacht nauwelijks de kans krijgt om ergens te landen. Piekeren, voortdurend analyseren en proberen onzekerheid weg te nemen kunnen het gevoel geven dat je actief met een probleem bezig bent, terwijl je in werkelijkheid steeds opnieuw rond dezelfde vragen beweegt. Je zoekt naar zekerheid in situaties waarin volledige zekerheid eenvoudigweg niet beschikbaar is. We groeien bovendien gemakkelijk op met het idee dat rust vanzelf zal verschijnen wanneer alles eindelijk op zijn plaats valt. Wanneer het conflict opgelost is. Wanneer die persoon ons begrijpt. Wanneer we weten wat de toekomst brengt. Wanneer het werk rustiger wordt. Wanneer we voldoende geld hebben. Wanneer iedereen tevreden is. Alleen verschuift die grens voortdurend, omdat het leven nooit volledig voorspelbaar of controleerbaar wordt. Daarom kan een andere vraag veel waardevoller zijn: wat ligt werkelijk binnen mijn controle, waarop kan ik invloed uitoefenen en wat zal ik uiteindelijk moeten leren verdragen zonder het volledig te kunnen sturen? Dat onderscheid lijkt eenvoudig, maar kan fundamenteel veranderen hoe je met stress, piekeren en onzekerheid omgaat. Niet alles wat je bezighoudt ligt binnen je invloed Een groot deel van onze mentale energie kan terechtkomen bij zaken waarover we nauwelijks controle hebben. Wat iemand over ons denkt, bijvoorbeeld. Wat gisteren gebeurd is. Een beslissing die iemand anders moet nemen. Hoe een gesprek dat volgende week plaatsvindt precies zal verlopen. Of iemand ons volledig begrijpt. Welke onverwachte gebeurtenissen zich volgend jaar zullen voordoen. Het zijn allemaal zaken die betekenis kunnen hebben en waarover je begrijpelijkerwijs kunt nadenken, maar denken verandert niet automatisch hoeveel controle je erover hebt. Dat onderscheid is belangrijk, want het doel is niet om te doen alsof dingen buiten je controle je niets mogen raken. Wanneer iemand die belangrijk voor je is afstand neemt, kan dat pijn doen. Wanneer je financiële onzekerheid ervaart, helpt het weinig wanneer iemand eenvoudig zegt dat je het moet loslaten. Wanneer je wacht op medische resultaten, een sollicitatiegesprek of een belangrijke beslissing, kan onzekerheid bijzonder zwaar zijn. Geen controle hebben betekent niet dat iets onbelangrijk is. De moeilijkheid ontstaat wanneer je geest controle probeert te creëren op een plaats waar die controle niet beschikbaar is. Je leest een bericht opnieuw om te ontdekken wat die ene punt aan het einde van de zin betekent. Je herbeleeft een gesprek en bedenkt wat je anders had moeten zeggen. Je probeert alle mogelijke scenario's voor volgende week vooraf uit te werken. Iedere ronde lijkt even alsof je dichter bij een antwoord komt, maar kort daarna verschijnt dezelfde onzekerheid opnieuw. Dat is een belangrijk verschil tussen nadenken en piekeren. Nadenken kan leiden tot informatie, een beslissing of een concrete volgende stap. Piekeren kan blijven doorgaan nadat die mogelijkheden uitgeput zijn. Je brein probeert onzekerheid niet zomaar voor niets op te lossen Het zou te eenvoudig zijn om tegen iemand die veel piekert te zeggen dat hij gewoon moet stoppen met nadenken over dingen die hij niet kan controleren. Wanneer dat zo gemakkelijk was, zou vrijwel niemand langdurig piekeren. Ons brein probeert voortdurend betekenis te geven aan wat er gebeurt en verwachtingen te vormen over wat waarschijnlijk zal volgen. Dat vermogen is bijzonder nuttig. We kunnen plannen, risico's inschatten, leren uit eerdere ervaringen en ons voorbereiden op toekomstige situaties. Dezelfde capaciteit kan echter doorschieten wanneer er weinig zekerheid beschikbaar is. Dan blijft het denken zoeken naar een oplossing die er op dat moment niet is. Piekeren kan daardoor tijdelijk het gevoel geven dat je iets doet. Zolang je analyseert, ben je tenminste niet volledig machteloos. Je probeert voorbereid te zijn, een fout te voorkomen of jezelf te beschermen tegen een onaangename verrassing. Alleen is meer denken niet altijd hetzelfde als betere voorbereiding. Een bruikbare vraag is daarom: “Geeft dit denken mij op dit moment nieuwe informatie of een concrete actie, of probeer ik vooral een gevoel van onzekerheid weg te denken?” Die vraag hoeft je gedachten niet onmiddellijk te stoppen. Ze kan wel helpen herkennen wat er gebeurt. Controle en invloed zijn niet hetzelfde Tussen volledige controle en volledige machteloosheid bevindt zich een groot gebied dat we gemakkelijk vergeten: invloed. Je kunt bijvoorbeeld niet controleren of iemand jou aanneemt voor een job, maar je kunt wel je sollicitatie voorbereiden. Je kunt niet bepalen of iemand jouw grens prettig vindt, maar je kunt wel bepalen hoe helder en respectvol je haar communiceert. Je kunt niet garanderen dat een relatie standhoudt, maar je kunt wel eerlijk communiceren, luisteren en verantwoordelijkheid nemen voor je eigen gedrag. Dat verschil voorkomt twee uitersten. Aan de ene kant staat de overtuiging dat je alles moet kunnen sturen wanneer je maar voldoende je best doet. Aan de andere kant staat het idee dat je toch nergens invloed op hebt en dus maar moet afwachten. De werkelijkheid bevindt zich meestal ergens daartussen. Neem gezondheid. Je kunt je gezondheid niet volledig controleren. Genetica, ziekte, toeval en omstandigheden spelen mee. Toch kun je invloed uitoefenen via beweging, slaap, voeding, medische zorg en andere keuzes. Hetzelfde geldt voor relaties, werk en persoonlijke ontwikkeling. Je beheerst de uitkomst niet volledig, maar dat betekent niet dat je geen handelingsruimte hebt. Innerlijke rust ontstaat daarom niet noodzakelijk door controle op te geven en alles maar te laten gebeuren. Ze kan juist groeien wanneer je nauwkeuriger wordt in waar je wel en niet verantwoordelijkheid voor neemt. Een eenvoudige indeling: controle, invloed en aanvaarding Wanneer je hoofd vol zit, kan het helpen om wat je bezighoudt in drie gebieden te verdelen. Het eerste gebied bestaat uit zaken waarover je relatief directe controle hebt: wat je vandaag doet, welke woorden je gebruikt, of je een bepaald telefoontje pleegt, hoe je een grens formuleert, welke taak je eerst uitvoert en of je op dit moment nog twintig minuten blijft piekeren of iets anders probeert te doen. Zelfs daar is controle overigens nooit absoluut; emoties, gezondheid en omstandigheden beïnvloeden wat mogelijk is. Toch ligt hier meestal de grootste directe handelingsruimte. Het tweede gebied bestaat uit zaken waarop je invloed kunt uitoefenen zonder de uitkomst te kunnen bepalen. Je kunt een gesprek voorbereiden, maar niet de reactie van de ander. Je kunt goed werk leveren, maar niet volledig bepalen hoe het beoordeeld wordt. Je kunt investeren in een relatie, maar niet in je eentje bepalen wat de andere persoon ermee doet. Hier ligt de uitdaging in handelen zonder garantie. Het derde gebied bestaat uit zaken die je op dit moment niet kunt veranderen. Het verleden is daarvan het duidelijkste voorbeeld. Ook beslissingen van anderen, bepaalde omstandigheden en een groot deel van wat in de toekomst kan gebeuren vallen hieronder. Aanvaarding betekent in dat gebied niet dat je iets goedkeurt of prettig vindt. Het betekent dat je erkent dat extra mentale strijd de werkelijkheid op dit moment niet verandert. Juist dat onderscheid kan voorkomen dat je dezelfde hoeveelheid energie geeft aan alles wat je bezighoudt. De mening van anderen: belangrijk, maar niet controleerbaar Een van de gebieden waar mensen enorm veel mentale energie aan kunnen verliezen, is de vraag hoe anderen hen zien. We proberen gesprekken perfect te voeren, leggen achteraf ieder woord onder een vergrootglas en interpreteren stiltes, gezichtsuitdrukkingen en berichten in de hoop te achterhalen wat iemand werkelijk denkt. Het is logisch dat de mening van anderen ons raakt. We leven niet los van elkaar en feedback kan bijzonder waardevol zijn. Het zou daarom ook niet verstandig zijn om iedere reactie af te doen met “wat jij denkt is jouw probleem.” Andere mensen kunnen ons dingen laten zien die we zelf missen. Maar luisteren naar feedback is iets anders dan proberen iemands volledige beeld van jou te beheersen. Je kunt zorgvuldig communiceren en toch verkeerd begrepen worden. Je kunt integer handelen en toch iemand teleurstellen. Je kunt uitleg geven en toch merken dat iemand bij zijn eigen interpretatie blijft. Op een bepaald moment houdt jouw deel op. De vraag wordt dan niet meer: “Hoe zorg ik ervoor dat deze persoon mij begrijpt?” maar: “Heb ik gedaan wat redelijkerwijs binnen mijn verantwoordelijkheid lag?” Dat kan een bijzonder bevrijdend verschil zijn. Het verleden begrijpen zonder het voortdurend opnieuw te proberen veranderen Het verleden is een ander gebied waar veel mentale energie naartoe kan gaan. Reflecteren op eerdere ervaringen kan waardevol zijn. Je kunt begrijpen waarom je iets deed, verantwoordelijkheid nemen voor een fout, verdriet verwerken of herkennen welk patroon je niet wilt herhalen. Maar reflectie kan overgaan in een poging om via gedachten alsnog een andere uitkomst te creëren. Had ik dit maar gezegd. Waarom zag ik dat toen niet? Wat als ik die beslissing niet had genomen? Het brein kan tientallen alternatieve versies van een gebeurtenis construeren, terwijl geen daarvan nog werkelijk kan plaatsvinden. Dat betekent niet dat je tegen jezelf moet zeggen dat je het verleden gewoon moet loslaten. Sommige ervaringen vragen tijd, verwerking en in bepaalde gevallen professionele ondersteuning. Maar er bestaat een verschil tussen leren van wat gebeurd is en jezelf eindeloos berechten met kennis die je pas achteraf hebt gekregen. Een zachtere vraag kan zijn: “Wat weet ik vandaag dat ik toen nog niet wist, en wat wil ik met die kennis vanaf hier doen?” Daarmee verschuift de aandacht langzaam van een onveranderbaar gisteren naar een keuze die vandaag nog mogelijk is. De toekomst voorbereiden zonder haar volledig te willen voorspellen Ook vooruitdenken heeft een duidelijke functie. Een planning maken, financiële reserves opbouwen, je voorbereiden op een moeilijk gesprek of nadenken over mogelijke risico's kan verstandig zijn. Het probleem ontstaat wanneer voorbereiding verandert in een eindeloze zoektocht naar zekerheid. Er bestaat namelijk altijd een volgend scenario. Wanneer je oplossing A hebt bedacht, verschijnt “ja, maar wat als B gebeurt?” Zodra B afgedekt lijkt, komt C. Het denken kan zo blijven doorgaan omdat de echte vraag niet langer is hoe je je moet voorbereiden, maar hoe je absolute zekerheid kunt krijgen dat er niets verkeerd zal lopen. Die zekerheid bestaat niet. Daarom kan het helpen om jezelf bij toekomstgericht piekeren af te vragen: “Is er iets concreets dat ik vandaag kan voorbereiden?” Wanneer het antwoord ja is, kun je die actie uitvoeren. Wanneer het antwoord nee is, ligt de oefening niet langer in méér voorbereiding, maar in het leren verdragen dat je nog niet weet wat er zal gebeuren. Dat is moeilijker dan een lijst maken, maar vaak veel dichter bij de kern. Waar je wél rechtstreeks mee kunt werken Wanneer mensen horen dat ze niet alles kunnen controleren, klinkt dat gemakkelijk alsof ze machteloos zijn. Maar er blijft veel over waarop je wel invloed kunt uitoefenen. Je kunt bijvoorbeeld onderzoeken hoe je tegen jezelf spreekt wanneer iets mislukt. Je kunt merken dat je gedachten onmiddellijk naar het ergste scenario springen en leren daar niet automatisch in mee te gaan. Je kunt je grenzen duidelijker formuleren, je omgeving aanpassen, hulp vragen, rust nemen, informatie verzamelen of een concrete volgende stap zetten. Ook hier is nuance belangrijk. Je kunt niet iedere gedachte kiezen voordat ze verschijnt en evenmin iedere emotie bepalen. Wanneer iemand zegt “kies gewoon andere gedachten”, doet dat geen recht aan hoe automatisch veel mentale processen verlopen. Wat je wel kunt oefenen, is hoe je reageert op wat verschijnt. Een gedachte als “dit gaat volledig mis” kan automatisch opkomen. Je hoeft jezelf niet te verwijten dat die gedachte er is. Je kunt wel onderzoeken of ze een feit is, welke informatie ervoor en ertegen spreekt en wat op dit moment een redelijke volgende stap is. Daarmee verschuift persoonlijke verantwoordelijkheid van “ik moet bepalen wat ik voel en denk” naar iets veel menselijkers: “ik kan leren hoe ik mezelf begeleid wanneer moeilijke gedachten en gevoelens verschijnen.” Innerlijke rust betekent niet dat de buitenwereld geen invloed meer heeft Hier vind ik een belangrijke correctie nodig op het idee dat stabiliteit volledig in jezelf gevonden kan worden. De omstandigheden waarin mensen leven doen er wel degelijk toe. Een onveilige relatie, financiële problemen, chronische overbelasting, discriminatie, ziekte of een toxische werkomgeving kunnen niet worden opgelost door alleen anders naar je gedachten te kijken. Niet iedere vorm van stress is een aandachtsprobleem. Af en toe is de meest gezonde vorm van innerlijk werk juist erkennen dat er extern iets moet veranderen. Een grens moet worden gesteld. Een gesprek moet plaatsvinden. Een job moet anders georganiseerd worden. Er is medische hulp nodig. Een relatie vraagt verandering of afstand. Innerlijke rust betekent daarom niet dat je leert alles te verdragen. Het betekent ook dat je beter leert onderscheiden wanneer acceptatie nodig is en wanneer actie nodig is. Dat onderscheid is essentieel. Mindfulness: aandacht terugbrengen naar wat er nu werkelijk gebeurt Mindfulness kan binnen dit proces een praktisch hulpmiddel zijn. Niet omdat mindfulness ervoor zorgt dat je nooit meer piekert of dat moeilijke gedachten verdwijnen, maar omdat je leert opmerken waar je aandacht zich bevindt. Je zit bijvoorbeeld thuis, maar in gedachten voer je voor de zesde keer een gesprek dat morgen misschien zal plaatsvinden. Op het moment dat je dat opmerkt, ontstaat er een kleine opening. Je kunt jezelf vragen of er nog iets voorbereid moet worden. Wanneer dat niet zo is, kun je je aandacht terugbrengen naar wat er op dit moment werkelijk aanwezig is: je ademhaling, het gevoel van je voeten op de grond, het geluid in de kamer of de taak waarmee je bezig was. Niet om de gedachte te bestrijden, maar om haar niet automatisch nog twintig minuten te voeden. Dat is een veel realistischer doel dan proberen je hoofd volledig stil te maken. Een menselijke geest produceert gedachten. Mentale rust betekent niet noodzakelijk afwezigheid van gedachten, maar kan ook betekenen dat niet iedere gedachte onmiddellijk je volledige aandacht krijgt. Waar aandacht naartoe gaat, gaat niet letterlijk je hele werkelijkheid naartoe De uitspraak “waar aandacht naartoe gaat, stroomt energie en daar vormt zich je werkelijkheid” klinkt aantrekkelijk, maar vraagt nuance. Aandacht beïnvloedt wat we opmerken, waar we tijd aan besteden en welke ervaringen sterk aanwezig zijn in ons bewustzijn. Daardoor kan ze indirect invloed hebben op gedrag en beleving. Maar aandacht creëert de werkelijkheid niet. Wanneer iemand financiële problemen heeft, verdwijnen die niet door de aandacht op overvloed te richten. Wanneer iemand ziek is, heeft dat geen verband met onvoldoende positieve focus. En moeilijke gebeurtenissen ontstaan niet omdat iemand zijn energie verkeerd heeft gericht. Dat onderscheid vind ik belangrijk, juist binnen persoonlijke groei. Je aandacht is krachtig, maar niet almachtig. Een betere formulering is: waar je herhaaldelijk aandacht aan geeft, kan sterk beïnvloeden wat mentaal ruimte krijgt en welk gedrag je vervolgens stelt. Dat geeft voldoende reden om bewust met aandacht om te gaan zonder er een magische verklaring van te maken. Een praktische oefening: waar ligt dit probleem? Wanneer je merkt dat iets veel ruimte in je hoofd inneemt, neem dan een blad papier en schrijf bovenaan wat je bezighoudt. Probeer het vervolgens zo concreet mogelijk te formuleren. Niet “alles gaat mis”, maar bijvoorbeeld: “Ik weet niet hoe die persoon morgen op mijn voorstel zal reageren.” Vraag jezelf daarna af in welk gebied het probleem voornamelijk ligt. Kan ik hier nu rechtstreeks iets doen? Kan ik alleen invloed uitoefenen zonder de uitkomst te bepalen? Of ligt dit op dit moment grotendeels buiten mijn invloed? Wanneer er een concrete actie mogelijk is, noteer dan de kleinste zinvolle volgende stap. Wanneer je invloed hebt maar geen garantie, bepaal wat voor jou voldoende voorbereiding is en waar jouw verantwoordelijkheid stopt. Wanneer er op dit moment niets veranderd kan worden, probeer dan niet onmiddellijk te eisen dat je het emotioneel moet loslaten. Erken liever: “Dit raakt mij, maar ik kan hier op dit moment niets extra's aan doen.” Dat laatste is geen magische zin die alle spanning doet verdwijnen. Het is een manier om te stoppen met doen alsof de volgende ronde denken alsnog controle zal opleveren. Rust vraagt niet altijd om loslaten, maar vaak om duidelijker onderscheiden We horen vaak dat we dingen moeten loslaten. Maar loslaten kan een frustrerend advies zijn wanneer niemand uitlegt wat dat eigenlijk betekent. Je kunt een gedachte niet op bevel uit je hoofd verwijderen en je kunt een gevoel niet simpelweg besluiten niet meer te ervaren. Wat je wel kunt leren, is onderscheid maken. Is dit een probleem dat actie vraagt? Dan handel je. Is dit iets waarop je invloed kunt uitoefenen? Dan doe je wat redelijkerwijs mogelijk is. Is dit iets wat je vandaag niet kunt veranderen? Dan kun je oefenen om niet iedere keer opnieuw dezelfde mentale strijd te voeren. En wanneer je merkt dat je toch opnieuw begint te piekeren, betekent dat niet dat de oefening mislukt is. Het moment waarop je het opmerkt is al het moment waarop er opnieuw keuze ontstaat. Van voortdurend reageren naar bewuster leven Bewust leven betekent niet dat je voortaan altijd rustig, rationeel en volledig aanwezig bent. Je zult nog steeds piekeren. Je zult situaties proberen te controleren die je niet kunt controleren. Je zult gesprekken in je hoofd herhalen en je zorgen maken over dingen die uiteindelijk nooit gebeuren. Dat hoort voor een deel bij mens-zijn. Het verschil kan ontstaan in hoe snel je begint te herkennen wat er gebeurt. Je merkt dat je opnieuw probeert de gedachten van iemand anders te voorspellen. Je ziet dat je voor de tiende keer een gebeurtenis uit het verleden analyseert. Je voelt dat je bezig bent met een scenario waarvoor vandaag geen enkele actie mogelijk is. En in plaats van jezelf daarvoor te veroordelen, vraag je: “Waar ligt mijn invloed nu?” Daarmee breng je jezelf terug naar het enige moment waarin je daadwerkelijk iets kunt doen: het huidige. Niet alles in je leven ligt binnen jouw controle. Gelukkig hoeft dat ook niet. Je taak is niet om ieder risico uit te sluiten, iedere mening te beïnvloeden en iedere toekomstige gebeurtenis vooraf te begrijpen. Je kunt leren zorgvuldig te handelen waar je invloed hebt, verantwoordelijkheid te nemen voor wat van jou is en ruimte te laten voor wat nooit volledig van jou zal zijn. Misschien ligt innerlijke rust uiteindelijk minder in het beheersen van je leven dan in steeds beter leren onderscheiden wat op dit moment werkelijk van jou gevraagd wordt en wat je niet langer hoeft te dragen alsof het volledig van jou is. Meer rust wanneer je hoofd moeilijk stopt Wanneer je merkt dat veel van je energie verloren gaat aan piekeren, controle, verwachtingen van anderen of voortdurend vooruitdenken, kunnen we binnen Klarvida onderzoeken welke patronen daaronder liggen en waar je opnieuw meer ruimte kunt creëren. Daarbij kunnen inzichten en oefeningen uit mindfulness, NLP en positieve psychologie gebruikt worden als praktische hulpmiddelen om gedachten bewuster te herkennen, grenzen te onderzoeken en anders met onzekerheid om te leren gaan. Het doel is niet dat je nooit meer piekert of altijd innerlijk rustig wordt. Het doel is dat je beter leert herkennen waar je werkelijk invloed hebt en waar je hoofd probeert controle te creëren die er niet is, zodat je energie opnieuw vaker terechtkomt bij wat vandaag daadwerkelijk aandacht verdient. Coaching vervangt geen medische, psychologische of psychiatrische behandeling. Wanneer angst, piekeren of andere psychische klachten ernstig of langdurig zijn of je dagelijks functioneren sterk beïnvloeden, is passende professionele ondersteuning belangrijk. Wil je eerst rustig bespreken waar jouw hoofd zo vaak mee bezig is en bekijken of mijn manier van begeleiden bij je past? Je kunt gratis en vrijblijvend kennismaken

  • Stoppen met pleasen: wat The Courage to Be Disliked ons leert over grenzen, vrijheid en jezelf zijn

    We willen bijna allemaal graag gezien worden. We willen erbij horen, gewaardeerd worden en voelen dat we belangrijk zijn voor de mensen rondom ons. Daar is niets verkeerd mee. Verbinding en sociale aanvaarding zijn fundamentele menselijke behoeften. Het wordt pas moeilijk wanneer de mening van anderen zo belangrijk wordt dat je steeds minder voelt wat je zelf nodig hebt. Je zegt ja terwijl je eigenlijk nee bedoelt, denkt lang na over hoe iemand op een bericht zal reageren, verzacht je mening om spanning te vermijden en voelt je verantwoordelijk wanneer iemand teleurgesteld of boos is. Wanneer iemand afstandelijk reageert, begint je hoofd onmiddellijk te zoeken naar wat jij verkeerd zou kunnen hebben gedaan. Van buitenaf kan dat eruitzien als vriendelijkheid, betrokkenheid en flexibiliteit, terwijl er vanbinnen iets heel anders speelt: de behoefte om afwijzing, conflict of teleurstelling te voorkomen. Dat is waar vriendelijk zijn geleidelijk kan overgaan in pleasen. The Courage to Be Disliked van Ichiro Kishimi en Fumitake Koga biedt een interessante manier om daarover na te denken. Het boek is geschreven als een dialoog tussen een filosoof en een jonge man en is sterk geïnspireerd door de ideeën van psychiater Alfred Adler. Een van de centrale vragen die door het hele boek loopt, is even eenvoudig als confronterend: hoeveel van je leven wordt bepaald door wat andere mensen van je denken? Het boek bevat krachtige ideeën, al hoeven we die niet allemaal als wetenschappelijke feiten te beschouwen. Adler ontwikkelde zijn theorieën in een andere periode en The Courage to Be Disliked is vooral een filosofisch en psychologisch zelfhulpboek, geen moderne wetenschappelijke handleiding voor mentale gezondheid. Toch biedt het een aantal bijzonder bruikbare kaders om na te denken over pleasen, grenzen, verantwoordelijkheid, eigenwaarde en vrijheid. Want stoppen met pleasen betekent uiteindelijk niet dat de mening van anderen je niets meer mag doen. Het betekent dat hun reactie niet langer als enige kompas bepaalt hoe jij leeft. Waarom pleasen zoveel verder gaat dan vriendelijk zijn Er bestaat een belangrijk verschil tussen rekening houden met iemand en jezelf voortdurend aanpassen om de relatie veilig te houden. Wanneer je iets voor iemand doet omdat je dat oprecht wilt, kan dat een prachtige vorm van verbondenheid zijn. Wanneer je hetzelfde doet omdat je bang bent dat de ander anders boos, teleurgesteld of afstandelijk wordt, krijgt het gedrag een andere functie. Dat maakt pleasen zo moeilijk om te herkennen. Het gedrag zelf ziet er immers vaak positief uit. Je bent behulpzaam, begripvol, beschikbaar, attent en degene op wie iedereen kan rekenen. Daardoor kun je jarenlang complimenten krijgen voor precies het patroon dat je ondertussen uitput. De interessantere vraag is daarom niet alleen waarom je zoveel voor anderen doet, maar ook wat er zou gebeuren wanneer je het eens níét zou doen. Ben je bang voor afwijzing? Voor schuldgevoel? Voor conflict? Voor de gedachte dat iemand je egoïstisch zal vinden? Of voor het gevoel dat iemand je minder graag zal zien wanneer je niet langer voortdurend beschikbaar bent? Op dat punt wordt pleasen veel meer dan een karaktereigenschap. Het wordt een strategie waarmee je probeert een bepaalde emotionele uitkomst te voorkomen. En juist daar kunnen de ideeën van Adler interessant worden. Je verleden kan iets verklaren zonder je toekomst volledig te bepalen Adler legde sterk de nadruk op doelgerichtheid. In The Courage to Be Disliked wordt daarom niet alleen gevraagd waar bepaald gedrag vandaan komt, maar ook welke functie het vandaag heeft. Dat kan een waardevolle verschuiving zijn, zolang we er geen absolute theorie van maken. Je verleden doet er namelijk wel degelijk toe. Ervaringen uit je jeugd, relaties, sociale omgeving en ingrijpende gebeurtenissen kunnen invloed hebben op hoe je jezelf en andere mensen leert begrijpen. Bij trauma kan die invloed bijzonder diepgaand zijn. Het zou daarom te eenvoudig zijn om te zeggen dat mensen hun huidige gedrag gewoon gebruiken omdat ze daarmee een bepaald doel willen bereiken. Tegelijk kan uitsluitend naar het verleden kijken eveneens beperkend worden wanneer het verhaal eindigt bij: “Ik ben nu eenmaal zo omdat dit vroeger gebeurd is.” Beide perspectieven kunnen naast elkaar bestaan. Je kunt begrijpen waarom een patroon ooit is ontstaan en tegelijkertijd onderzoeken wat dat patroon vandaag nog voor je doet. Iemand kan bijvoorbeeld geleerd hebben dat conflict onveilig voelt, waardoor aanpassen en pleasen een manier werden om spanning te verminderen. Dat betekent niet dat die persoon bewust beslist om iedereen tevreden te houden; het patroon kan grotendeels automatisch verlopen. Maar zodra je het begint te herkennen, ontstaat er ruimte om te onderzoeken of die strategie vandaag nog noodzakelijk en behulpzaam is. Je verleden kan veel verklaren zonder dat iedere toekomstige keuze daardoor al vastligt. Wat is van mij en wat is van jou? Een van de bekendste ideeën uit The Courage to Be Disliked is wat het boek de scheiding van taken noemt. Het uitgangspunt is dat veel spanning ontstaat doordat we verantwoordelijkheid proberen te dragen voor zaken die uiteindelijk bij iemand anders liggen. Wanneer jij bijvoorbeeld een grens aangeeft, ligt jouw verantwoordelijkheid onder andere bij de manier waarop je die grens communiceert. Je kunt proberen helder, respectvol en eerlijk te zijn, luisteren naar de ander en rekening houden met de mogelijke gevolgen van je keuze. Wat je niet volledig kunt bepalen, is hoe de ander zich daarbij zal voelen. Dat onderscheid is essentieel wanneer je veel pleast. Wanneer een grens voor jou alleen goed voelt als de ander haar eveneens prettig vindt, ben je uiteindelijk nog steeds afhankelijk van diens goedkeuring. Een grens kan respectvol zijn en toch teleurstelling oproepen. Een keuze kan zorgvuldig zijn en toch niet door iedereen begrepen worden. Dat betekent natuurlijk niet dat de reacties van andere mensen er nooit toe doen. Wanneer verschillende mensen aangeven dat jouw gedrag hen kwetst, kan dat waardevolle informatie zijn. “Dat is jouw taak” mag nooit een excuus worden om feedback te negeren of verantwoordelijkheid voor je eigen gedrag af te schuiven. De veel gezondere vraag wordt: waarvoor ben ik verantwoordelijk en welk deel kan ik niet voor de ander controleren? Grenzen stellen zonder iemand anders te worden Mensen die jarenlang hebben gepleased, kunnen bij het ontdekken van grenzen gemakkelijk naar het andere uiterste bewegen. Na jarenlang ja zeggen kan een krachtig nee bijna bevrijdend voelen. Toch hoeven grenzen geen tegenaanval te worden. Een grens beschrijft in essentie wat jij wel en niet kunt of wilt doen. Je kunt bijvoorbeeld zeggen: “Ik help je graag, maar vanavond lukt het mij niet.” Of: “Ik wil dit gesprek voeren, maar niet wanneer we tegen elkaar roepen. Ik praat er graag verder over wanneer we rustiger zijn.” Dat is iets anders dan proberen het gedrag van de ander volledig te controleren. Daarbij kan schuldgevoel ontstaan. Voor iemand die gewend is zichzelf aan te passen, kan een gezonde grens in het begin verrassend ongezond voelen. Je zegt één keer nee en vervolgens denk je urenlang na: Was ik te hard? Had ik toch moeten helpen? Wat zal die persoon nu van mij denken? Het is verleidelijk om dat schuldgevoel te gebruiken als bewijs dat de grens verkeerd was, terwijl gevoelens geen automatische morele uitspraken zijn. Schuldgevoel kan betekenen dat je werkelijk iets hebt gedaan wat niet bij je waarden past, maar het kan ook ontstaan doordat je iets doet wat nieuw is en botst met een oud patroon waarin je gewend was verantwoordelijkheid te dragen voor het comfort van anderen. Een waardevolle vraag wordt dan: “Heb ik iemand werkelijk onnodig slecht behandeld, of voelt dit vooral ongemakkelijk omdat ik voor één keer niet heb gedaan wat ik normaal doe?” Wat als iemand je daadwerkelijk minder leuk gaat vinden? Dit is waarschijnlijk een van de moeilijkste onderdelen van stoppen met pleasen. Het is gemakkelijk om te zeggen dat je gewoon jezelf moet zijn en dat de mening van anderen niet belangrijk is, maar mensen zijn sociale wezens en afwijzing kan werkelijk pijn doen. Bovendien is het mogelijk dat iemand je minder prettig vindt wanneer je verandert. Wanneer je jarenlang altijd beschikbaar was en plots grenzen begint te stellen, verandert er iets in de bestaande relatie. De ander moet zich daar mogelijk aan aanpassen en niet iedereen zal daar onmiddellijk enthousiast op reageren. Dat betekent overigens niet automatisch dat die relatie ongezond is. Mensen mogen teleurgesteld zijn. Ze mogen tijd nodig hebben om aan een nieuwe dynamiek te wennen. Jij mag bovendien ontdekken dat je eerste pogingen tot grenzen stellen nog wat onhandig zijn. Vrijheid betekent daarom niet dat je immuun wordt voor afwijzing. Vrijheid betekent eerder dat je bereid wordt een zekere mate van afkeuring te verdragen wanneer voortdurend aanpassen de prijs zou zijn om die afkeuring te voorkomen. Dat is veel moeilijker dan zeggen dat de mening van anderen je niets kan schelen, maar het is ook veel realistischer. Gelijkwaardigheid in plaats van jezelf voortdurend vergelijken Een ander belangrijk thema bij Adler is de manier waarop we onszelf tegenover andere mensen plaatsen. Ben ik succesvoller? Slimmer? Aantrekkelijker? Verder in mijn leven? Heb ik genoeg bereikt? Doe ik voldoende? Wanneer eigenwaarde sterk afhankelijk raakt van zulke vergelijkingen, ontstaat een probleem dat nauwelijks op te lossen valt. Er zal bijna altijd iemand bestaan die op een bepaald vlak meer heeft, meer weet of verder lijkt te staan. Adler legde daarom veel nadruk op gemeenschap en bijdrage. In plaats van voortdurend te vragen “waar sta ik tegenover jou?”, kun je onderzoeken: “hoe wil ik mij tot jou verhouden en wat wil ik bijdragen?” Ook dat idee verdient nuance, want je eigenwaarde hoeft niet uitsluitend te ontstaan uit wat je voor anderen betekent. Wanneer bijdrage opnieuw een voorwaarde wordt om jezelf waardevol te mogen vinden, kan pleasen gewoon in een ander jasje terugkomen. Je hoeft niet nuttig te zijn om bestaansrecht te verdienen. Bijdragen kan betekenis geven en verbinding kan betekenis geven, maar rusten, ontvangen en eenvoudig aanwezig zijn horen eveneens bij een menselijk leven. De moed om gewoon te zijn Een van de mooiste ideeën uit The Courage to Be Disliked vind ik daarom de moed om gewoon te zijn. Je hoeft niet voortdurend bijzonder te zijn om betekenis te hebben. Dat klinkt eenvoudig, maar raakt aan iets fundamenteels. Veel mensen leren zichzelf onbewust waarderen via prestaties. Wanneer ik goed presteer, ben ik goed bezig. Wanneer mensen mij nodig hebben, ben ik belangrijk. Wanneer anderen mij bewonderen, doe ik ertoe. Daardoor kan zelfs persoonlijke ontwikkeling een wedstrijd worden waarin je productiever, rustiger, zelfverzekerder, succesvoller of emotioneel sterker moet worden voordat je eindelijk tevreden met jezelf mag zijn. De moed om gewoon te zijn stelt een andere mogelijkheid voor. Je kunt ambitie hebben zonder dat je prestaties je volledige waarde bepalen. Je kunt groeien zonder jezelf vandaag af te wijzen. Je kunt talenten ontwikkelen zonder voortdurend te moeten bewijzen dat je bijzonder bent. Dat is geen gebrek aan ambitie. Het betekent dat je ambitie probeert los te maken van je bestaansrecht. Je mag iets willen bereiken omdat het betekenis voor je heeft, niet omdat het resultaat eindelijk moet bewijzen dat jij voldoende bent. Pleasen en zelfvertrouwen Pleasen en onzekerheid kunnen sterk met elkaar verweven raken. Wanneer je voortdurend probeert te voorspellen wat anderen nodig hebben, verschuift je aandacht steeds verder naar buiten. Wat verwachten zij? Was mijn antwoord goed? Heb ik iets verkeerd gezegd? Vinden ze mij nog aardig? Daardoor oefen je nauwelijks om jezelf een andere reeks vragen te stellen: Wat vind ik eigenlijk? Wat wil ik? Wat heb ik nodig? Waar ligt mijn grens? Zelfvertrouwen betekent daarom niet alleen dat je positiever over jezelf leert denken. Het kan ook groeien doordat je ervaart dat je eigen keuzes kunt maken en vervolgens kunt omgaan met wat daarop volgt. Dat gebeurt vaak in kleine situaties. Je spreekt een voorkeur uit waar je vroeger “maakt mij niet uit” zou hebben gezegd. Je vraagt tijd om na te denken voordat je ergens mee instemt. Je geeft tijdens een vergadering een mening zonder vooraf zekerheid te hebben dat iedereen akkoord zal gaan. Iedere ervaring levert nieuwe informatie op: ik kan mezelf laten zien zonder volledige controle te hebben over de reactie van anderen. Daar kan geleidelijk een veel steviger vorm van zelfvertrouwen uit groeien. Conflict vermijden beschermt een relatie niet altijd Pleasen lijkt op het eerste gezicht relationeel: je past je aan omdat je de verbinding wilt bewaren. Maar wanneer dat jarenlang gebeurt, kan juist afstand ontstaan. De ander krijgt immers niet altijd te zien wat jij werkelijk denkt, nodig hebt of vervelend vindt. Irritaties worden ingeslikt, grenzen worden pas zichtbaar wanneer ze al ver overschreden zijn en uiteindelijk kan frustratie ontstaan over dingen waarvan de ander nauwelijks wist dat ze een probleem vormden. Een gezonde relatie heeft daarom niet alleen harmonie nodig. Ze moet ook verschil kunnen verdragen. Je kunt van iemand houden en het oneens zijn. Je kunt iemand respecteren en nee zeggen. Je kunt teleurgesteld zijn zonder dat de relatie daarmee waardeloos wordt. Gelijkwaardige communicatie betekent niet dat conflicten verdwijnen, maar dat beide mensen ruimte krijgen om iets anders te voelen of nodig te hebben zonder dat één van hen zichzelf voortdurend moet verkleinen. Emoties zijn informatie, maar geen eenvoudige handleiding In de oorspronkelijke tekst werd woede vooral gekoppeld aan een overschreden grens of machteloosheid en schaamte aan de vrees om buitengesloten te worden. Dat kunnen mogelijke verklaringen zijn, maar emoties zijn complexer dan één vaste betekenis. Woede kan samenhangen met frustratie, onrecht, bedreiging, vermoeidheid, pijn of verschillende factoren tegelijk. Schaamte kan te maken hebben met sociale afwijzing, maar ook met overtuigingen over jezelf, eerdere ervaringen en normen die je hebt geïnternaliseerd. Daarom vind ik een andere formulering sterker: een emotie is informatie die onderzocht mag worden, geen diagnose die zichzelf verklaart. Wanneer je boos wordt, kun je onderzoeken wat er geraakt wordt. Wanneer je je schaamt, kun je kijken welke betekenis je aan de situatie geeft. Wanneer je bang bent iemand teleur te stellen, kun je onderzoeken wat je denkt dat die teleurstelling over jou zegt. Je hoeft je gevoelens dus niet blind te volgen, maar je hoeft ze evenmin weg te duwen. Je verleden erkennen zonder erin opgesloten te raken Hier wordt het verschil tussen Adler en hedendaagse inzichten rond trauma belangrijk. Een strikte lezing van het idee dat het verleden ons niet bepaalt kan bevrijdend klinken, maar voor mensen met ingrijpende ervaringen ook te simplistisch zijn. Trauma is niet simpelweg een verhaal dat iemand besluit te blijven vertellen. Ernstige ervaringen kunnen langdurige gevolgen hebben voor emoties, lichamelijke reacties, relaties en het gevoel van veiligheid. Iemand vertellen dat hij gewoon anders moet kiezen, doet daardoor onvoldoende recht aan wat er werkelijk kan spelen. Tegelijk hoeft erkennen wat gebeurd is niet te betekenen dat verandering onmogelijk is. Twee waarheden kunnen naast elkaar bestaan: wat je hebt meegemaakt kan vandaag nog invloed hebben én je bent meer dan wat je hebt meegemaakt. Je geschiedenis verdient erkenning, terwijl er tegelijkertijd ruimte kan ontstaan om nieuwe ervaringen op te doen en andere keuzes te leren maken. Wanneer er sprake is van ernstige traumaklachten, is gespecialiseerde professionele hulp aangewezen en kan coaching die behandeling niet vervangen. Vrijheid zonder verantwoordelijkheid is geen vrijheid Een andere valkuil bij The Courage to Be Disliked is dat de boodschap verkeerd kan worden gelezen als: doe gewoon wat jij wilt en trek je niets aan van anderen. Dat is niet de vrijheid waar het boek op zijn sterkst naar verwijst. Volwassen autonomie houdt juist rekening met consequenties. Je kunt jezelf afvragen of een keuze overeenkomt met je waarden, welke gevolgen ze voor jou en anderen kan hebben, of je bereid bent die gevolgen te dragen en of je eerlijk hebt gecommuniceerd over wat je nodig hebt. Daarmee ontstaat een belangrijk verschil tussen zelfstandig kiezen en egoïstisch handelen. Je hoeft niet voor iedere emotie van een ander verantwoordelijk te zijn, maar je gedrag heeft wel invloed op andere mensen. Je hoeft geen toestemming te vragen om een grens te hebben, maar je kunt die grens wel respectvol communiceren. Vrijheid en verbondenheid hoeven daardoor geen tegenpolen te worden. Juist wanneer je niet langer voortdurend bezig bent de reactie van anderen te beheersen, kan er ruimte ontstaan voor eerlijkere verbinding. Van goedkeuring naar waarden Wanneer je merkt dat je vaak pleast, probeer dan niet onmiddellijk te veranderen in iemand die overal nee tegen zegt. Kies één terugkerende situatie waarin je jezelf regelmatig aanpast en onderzoek die rustig. Wat gebeurt er precies? Wat doe je normaal? Waar ben je op dat moment bang voor? Als ik nee zeg, denkt die persoon dat ik egoïstisch ben. Als ik mijn mening geef, ontstaat er conflict. Als ik niet help, stel ik iemand teleur. Stel jezelf vervolgens een andere vraag: “Als ik niet hoefde te garanderen dat deze persoon mij aardig blijft vinden, wat zou dan een respectvolle keuze zijn die beter bij mijn waarden past?” Het gaat niet om doen wat jij wilt zonder rekening te houden met iemand anders, maar evenmin om doen wat nodig is zodat niemand ooit teleurgesteld raakt. Zoek het gebied daartussen en formuleer één kleine zin die daarbij past. Dat kan zijn: “Ik wil daar even over nadenken voordat ik antwoord.” Of: “Ik begrijp dat dit belangrijk voor je is, maar dit lukt mij vandaag niet.” Of eenvoudig: “Ik zie dat anders.” Het interessantste deel van de oefening komt vervolgens pas. Kun je na het uitspreken van die zin het ongemak even verdragen zonder onmiddellijk terug te krabbelen, extra uitleg te geven of alsnog toe te geven? Juist daar wordt zichtbaar hoe sterk pleasen verbonden kan zijn met de behoefte om spanning onmiddellijk weg te nemen. Grenzen leren stellen gaat daarom niet alleen over de juiste woorden vinden. Het gaat ook over leren verdragen dat een ander niet altijd tevreden hoeft te zijn voordat jij rustig mag blijven. Stoppen met pleasen betekent niet dat je minder warm wordt Mensen die sterk gericht zijn op anderen zijn vaak bang dat grenzen hen koud, egoïstisch of afstandelijk zullen maken. Maar het tegenovergestelde kan gebeuren. Wanneer je niet langer overal ja op hoeft te zeggen, krijgt je ja meer betekenis. Wanneer je niet voortdurend geeft uit angst voor afwijzing, kun je geven omdat je werkelijk wilt geven. Wanneer je niet automatisch instemt, wordt overeenstemming eerlijker. En wanneer je durft te vertellen wat je nodig hebt, krijgt de ander eindelijk de mogelijkheid om jou werkelijk te leren kennen. Je hoeft dus niet te kiezen tussen vriendelijkheid en grenzen. Je kunt warm én duidelijk zijn. Je kunt behulpzaam zijn zonder jezelf verantwoordelijk te maken voor iedereen. Je kunt rekening houden met iemand zonder jezelf voortdurend te verlaten. En je kunt van iemand houden zonder dat die persoon iedere keuze die jij maakt hoeft goed te keuren. Juist daarin kan een veel volwassenere vorm van verbinding ontstaan: niet omdat twee mensen elkaar voortdurend tevreden houden, maar omdat beiden voldoende ruimte krijgen om zichzelf te zijn. De moed om niet door iedereen begrepen te worden Dat is uiteindelijk een mooie manier om de titel The Courage to Be Disliked te begrijpen. Het doel is niet dat je onverschillig wordt voor mensen of actief bereid moet zijn relaties kwijt te raken. Het gaat om de moed om te accepteren dat volledige goedkeuring onmogelijk is. Hoe zorgvuldig je ook leeft, iemand zal je verkeerd begrijpen. Iemand zal een keuze niet waarderen. Voor de ene persoon ben je te stil en voor een andere te aanwezig. De ene vindt je te ambitieus, terwijl iemand anders vindt dat je meer uit jezelf zou moeten halen. Wanneer je al die beoordelingen probeert te beheersen, ontstaat een leven waarin je voortdurend van vorm verandert. Vrijheid begint daarom niet wanneer de mening van anderen je niets meer doet. Ze begint wanneer je jezelf niet meer iedere keer hoeft te verlaten zodra iemand iets anders van je verwacht. Dat is geen eenmalige beslissing waarna pleasen voorgoed verdwenen is. Het is een vaardigheid die groeit door kleine momenten waarin je leert voelen wat van jou is, daar woorden aan geeft en vervolgens ruimte laat voor het feit dat een ander daar anders over kan denken. Van pleasen naar steviger in jezelf staan In mijn coachingpraktijk in Waregem zie ik regelmatig mensen die ontzettend goed kunnen aanvoelen wat anderen nodig hebben, maar veel moeilijker kunnen benoemen wat ze zelf willen. Ze zeggen gemakkelijk ja, twijfelen lang over een nee, analyseren gesprekken achteraf en voelen zich snel verantwoordelijk voor de sfeer of emoties van anderen. In je oorspronkelijke tekst zat al een mooie observatie vanuit je praktijk: verandering begint daarbij vaak niet met enorme stappen, maar met één inzicht, één eerlijk moment of één kleine grens. Binnen Klarvida kunnen we onderzoeken waar zo'n patroon vandaan komt, welke functie het vandaag nog heeft en vooral wat jij anders wilt leren doen. Daarbij kunnen inzichten en oefeningen uit NLP, mindfulness en positieve psychologie praktische hulpmiddelen bieden om gedachten, zelfbeeld, grenzen en gedrag bewuster te onderzoeken. Het doel is niet dat je voortaan nooit meer rekening houdt met andere mensen. Het doel is dat jij ook één van de mensen wordt met wie je rekening houdt. Coaching vervangt geen medische, psychologische of psychiatrische behandeling. Wanneer er sprake is van trauma, ernstige psychische klachten of een hulpvraag waarvoor gespecialiseerde ondersteuning aangewezen is, is passende professionele zorg belangrijk. Wil je onderzoeken waarom je jezelf zo gemakkelijk aanpast en hoe je steviger je eigen grenzen kunt leren voelen en aangeven? Je kunt gratis en vrijblijvend kennismaken. We bekijken rustig wat er speelt, waar je tegenaan loopt en of mijn manier van begeleiden bij jou past.

  • Emoties en mentale energie: hoe je beter leert omgaan met wat je voelt

    Emoties kunnen de kleur van een volledige dag veranderen. Wanneer je angstig bent, kan onzekerheid plots veel bedreigender aanvoelen. Wanneer je boos bent, vallen andere dingen op dan wanneer je ontspannen bent. Verdriet kan je aandacht naar verlies trekken, terwijl hoop ervoor kan zorgen dat mogelijkheden opnieuw zichtbaarder worden. We spreken daarom gemakkelijk over positieve en negatieve emoties, over goede of slechte energie en zelfs over emoties die ons naar beneden of naar boven zouden trekken. Die taal is begrijpelijk, omdat we lichamelijk heel duidelijk kunnen ervaren dat de ene emotionele toestand lichter voelt dan de andere. Toch is het belangrijk om emoties niet voor te stellen als een ladder waarop je voortdurend hoger moet proberen te komen. Angst, verdriet, schaamte en boosheid zijn niet automatisch lagere of slechte emoties, net zoals dankbaarheid, enthousiasme en vreugde niet betekenen dat je emotioneel op een hoger niveau functioneert. Emoties zijn complexe menselijke ervaringen die samenhangen met onze gedachten, lichamelijke reacties, herinneringen, verwachtingen, relaties en omstandigheden. Ze kunnen onze aandacht en ons gedrag sterk beïnvloeden, maar hun waarde zit niet in een denkbeeldige frequentie. De interessantere vraag is daarom niet: “Hoe krijg ik mijn energie zo snel mogelijk omhoog?”, maar: “Wat ervaar ik op dit moment, wat vertelt dat mij en hoe wil ik ermee omgaan?” Je emotionele toestand beïnvloedt hoe je de wereld ervaart We kijken nooit volledig neutraal naar de werkelijkheid. Hoe we ons voelen speelt mee in wat onze aandacht trekt, hoe we situaties interpreteren en welke mogelijkheden we opmerken. Wanneer je bijvoorbeeld angstig bent, kan je aandacht gemakkelijker gericht raken op mogelijke problemen of afwijzing. Wanneer je langere tijd onder stress staat, kun je sneller geïrriteerd raken, meer gaan piekeren en moeilijker afstand nemen van negatieve scenario's. Wanneer je je veilig en ontspannen voelt, ontstaat er vaak meer ruimte om verschillende perspectieven te zien. Dat betekent niet dat je emoties de werkelijkheid creëren. Wanneer je financiële zorgen hebt, verdwijnt die situatie niet doordat je dankbaarheid beoefent. Wanneer iemand je slecht behandelt, wordt die relatie niet gezond doordat jij anders leert denken. En wanneer je werk structureel te veel van je vraagt, is het niet automatisch jouw mindset die moet veranderen. Onze innerlijke toestand beïnvloedt hoe we omstandigheden beleven, maar onze omstandigheden beïnvloeden op hun beurt hoe we ons voelen. Juist daarom is het belangrijk om beide kanten serieus te nemen. Een emotie kan dus aanleiding zijn om naar binnen én naar buiten te kijken. Wat gebeurt er in mij? Welke gedachten verschijnen? Wat voel ik lichamelijk? Maar ook: wat gebeurt er daadwerkelijk rondom mij? Is er iets wat aandacht nodig heeft? Moet ik een grens stellen, een gesprek voeren, herstellen, informatie verzamelen of hulp vragen? Emotionele ontwikkeling betekent niet dat je alles intern moet oplossen. Moeilijke emoties zijn niet het probleem Veel mensen hebben geleerd om bepaalde emoties zo snel mogelijk kwijt te willen. Angst moet verdwijnen, verdriet moet verwerkt worden, boosheid moet onder controle en onzekerheid moet plaatsmaken voor zelfvertrouwen. Daardoor ontstaat gemakkelijk een tweede probleem boven op de oorspronkelijke emotie. Je voelt angst en wordt vervolgens bang voor die angst. Je bent verdrietig en denkt dat je ondertussen sterker zou moeten zijn. Je voelt boosheid en veroordeelt jezelf omdat je blijkbaar niet rustig genoeg bent. Maar moeilijke emoties zijn op zichzelf geen bewijs dat er iets verkeerd gaat. Angst kan je waarschuwen wanneer iets onzeker of bedreigend voelt. Boosheid kan zichtbaar maken dat een grens geraakt wordt. Schuld kan je helpen beseffen dat je iets wilt herstellen. Verdriet kan horen bij het verliezen van iets wat belangrijk voor je was. Dat betekent niet dat iedere emotie altijd een perfecte boodschap bevat of dat je haar automatisch moet volgen. Het betekent vooral dat je niet iedere onaangename ervaring onmiddellijk hoeft te behandelen alsof ze uit je systeem verwijderd moet worden. Emotionele kracht zit daarom niet in het vermijden van moeilijke gevoelens, maar in het ontwikkelen van meer mogelijkheden om ermee om te gaan. Je kunt boos zijn zonder onmiddellijk uit te halen. Je kunt angst voelen en toch een belangrijke stap zetten. Je kunt verdriet toelaten zonder te besluiten dat je nooit meer gelukkig zult worden. Een emotie mag aanwezig zijn zonder automatisch te bepalen wat je vervolgens doet. Wanneer een emotie langzaam een identiteit wordt Een emotie wordt zwaarder wanneer ze niet langer iets is wat je ervaart, maar iets wat je over jezelf begint te geloven. Er bestaat een belangrijk verschil tussen “ik ervaar onzekerheid” en “ik ben onzeker”. De eerste uitspraak beschrijft een ervaring; de tweede maakt er een identiteit van. Hetzelfde gebeurt wanneer “ik voel me vandaag angstig” langzaam verandert in “ik ben nu eenmaal een angstig persoon” of wanneer een periode van uitputting wordt vertaald naar “ik kan het leven gewoon niet aan.” Ons taalgebruik lijkt onschuldig, maar kan mee bepalen hoe vast een patroon aanvoelt. Zodra we een ervaring als een vaste eigenschap van onszelf beschouwen, vallen uitzonderingen minder snel op. Misschien voel je je onzeker in nieuwe sociale situaties, maar helemaal niet wanneer je met iemand praat die je vertrouwt. Misschien pieker je sterk wanneer je financiële onzekerheid ervaart, maar nauwelijks tijdens een ontspannen vakantie. Misschien ben je bang om fouten te maken op het werk, terwijl je tijdens een hobby zonder problemen experimenteert. Door preciezer te worden ontstaat ruimte. “Ik merk dat ik in deze situatie onzekerheid ervaar.” Dat is geen truc om onzekerheid weg te praten. Het is een nauwkeurigere beschrijving van wat er gebeurt. En precies daarin zit vrijheid: wat je ervaart is een deel van dit moment, maar hoeft niet de volledige definitie te worden van wie je bent. Wat langdurige stress met je kan doen Emoties spelen zich niet alleen in ons hoofd af. Wanneer je gespannen bent, kun je dat merken aan je ademhaling, spieren, hartslag, maag of slaap. Ons lichaam reageert voortdurend op wat er gebeurt en op wat we verwachten dat er gaat gebeuren. Stressreacties zijn daarbij niet automatisch schadelijk. Wanneer je een belangrijke presentatie moet geven, plots moet reageren in het verkeer of voor een moeilijke taak staat, kan tijdelijke activatie juist helpen om alert te worden. Het wordt anders wanneer belasting langdurig hoog blijft en herstel structureel te weinig ruimte krijgt. Wanneer je weken of maanden onder druk staat, slecht slaapt, voortdurend alert bent en nauwelijks momenten hebt waarop je systeem tot rust kan komen, kunnen vermoeidheid, prikkelbaarheid, concentratieproblemen, slaapproblemen en lichamelijke spanning steeds nadrukkelijker worden. Daarbij spelen verschillende biologische systemen mee; het is te eenvoudig om dit uitsluitend aan één hormoon zoals cortisol toe te schrijven. Een bruikbaar onderscheid is daarom dat tussen belasting en herstel. Je hoeft niet te voorkomen dat je ooit stress ervaart. Dat zou onmogelijk zijn en stress heeft bovendien een functie. Veel belangrijker is de vraag of er voldoende momenten bestaan waarop de belasting vermindert en herstel mogelijk wordt. Een lichaam kan veel dragen wanneer het ook de gelegenheid krijgt om te herstellen. Wanneer die balans langdurig verdwijnt, verdient dat aandacht. Je zenuwstelsel hoeft niet voortdurend kalm te zijn Ook rond het zenuwstelsel bestaan tegenwoordig veel simplificaties. We horen over overlevingsmodus, fight-or-flight, reguleren en het zenuwstelsel dat opnieuw veiligheid moet leren. Die begrippen kunnen bepaalde ervaringen begrijpelijk maken, maar een gezond zenuwstelsel is niet een systeem dat permanent rustig blijft. Het hoort juist flexibel te kunnen reageren op verschillende omstandigheden. Wanneer je sport, enthousiast bent, schrikt of een spannend gesprek voert, verandert je lichamelijke activatie. Dat is niet noodzakelijk een probleem. Regulatie betekent daarom niet dat je hartslag altijd laag moet zijn of dat je jezelf bij ieder ongemakkelijk gevoel onmiddellijk moet kalmeren. Het gaat veel meer om flexibiliteit: geactiveerd kunnen worden wanneer de situatie dat vraagt en daarna opnieuw kunnen herstellen. Daarom kan het bevrijdend zijn om niet iedere lichamelijke spanning als teken te zien dat je systeem ontregeld is. Je kunt gespannen zijn voor een sollicitatie en toch perfect functioneren. Je kunt zenuwachtig zijn voor een moeilijk gesprek en het toch voeren. Je hoeft niet eerst volledig kalm te worden voordat je iets moeilijks aankunt. Van overleven naar leven: wanneer stress te lang blijft duren Het woord overlevingsmodus kan wel herkenbaar zijn wanneer iemand het gevoel heeft voortdurend alert te moeten blijven. Je staat 's morgens op en je hoofd begint onmiddellijk te werken. Tijdens een rustig moment denk je alweer aan wat nog moet gebeuren. Zelfs wanneer er objectief even niets aan de hand is, voelt ontspannen moeilijk omdat je systeem gewend geraakt is aan voortdurende activiteit. In zo'n situatie is het verleidelijk om het probleem uitsluitend intern te zoeken. Je moet beter leren ontspannen, mediteren, positiever denken of je zenuwstelsel reguleren. Maar het is minstens zo belangrijk om te onderzoeken waarom je voortdurend geactiveerd bent. Misschien ligt je agenda structureel te vol. Misschien draag je te veel verantwoordelijkheid voor anderen. Misschien bestaat er financiële onzekerheid, een conflict, een ongezonde werksituatie of een relatie waarin je voortdurend op je woorden moet letten. Niet iedere stressreactie vraagt dus om een ademhalingsoefening. Bepaalde stress vraagt om verandering. Innerlijk werk en uiterlijke omstandigheden mogen daarbij naast elkaar bestaan. Dankbaarheid zonder geforceerde positiviteit Dankbaarheid kan een waardevolle oefening zijn, juist omdat onze aandacht onder stress gemakkelijk vernauwt naar problemen, risico's en alles wat nog moet gebeuren. Bewust stilstaan bij iets wat prettig, betekenisvol of waardevol was, kan je perspectief verbreden. Dat hoeft niets groots te zijn. Een kop koffie in stilte, zonlicht tijdens een wandeling, een goed gesprek, muziek waarvan je geniet of iemand die onverwacht vriendelijk tegen je was kan voldoende zijn. De kracht zit niet in het idee dat je daarmee negatieve energie omzet in positieve energie of je brein naar een hogere frequentie brengt. Je oefent simpelweg om naast moeilijkheden ook andere informatie te blijven waarnemen. Wanneer je aandacht wekenlang uitsluitend naar problemen gaat, kan zo'n bewuste verschuiving waardevol zijn. Maar dankbaarheid mag nooit een opdracht worden om je beter te voelen. Je kunt dankbaar zijn voor wat je hebt en tegelijkertijd verdriet ervaren over wat je verloren bent. Je kunt van je gezin houden en toch uitgeput zijn. Je kunt een mooie woning hebben en financiële stress ervaren. Je kunt een goede dag hebben en 's avonds toch angstig worden. Dankbaarheid hoeft moeilijke emoties niet te vervangen om waardevol te zijn. Je hoeft niet ‘hoog te vibreren’ Binnen persoonlijke ontwikkeling wordt geregeld gesproken over hoge en lage vibraties, het verhogen van je frequentie of het aantrekken van gebeurtenissen die overeenkomen met je energie. Als spirituele metafoor kan iemand daar persoonlijk betekenis aan geven, maar wetenschappelijk gezien bestaat er geen aangetoonde emotionele frequentieschaal waarop bijvoorbeeld schaamte laag en liefde hoog zou vibreren. Dat onderscheid is belangrijk, omdat het idee anders onbedoeld schuld kan creëren. Wanneer je gelooft dat je emotionele frequentie bepaalt wat je aantrekt, kan tegenslag voelen alsof je zelf de verkeerde werkelijkheid hebt gecreëerd. Je zou te negatief gedacht hebben, te veel angst gevoeld hebben of onvoldoende vanuit overvloed hebben geleefd. Dat legt een verantwoordelijkheid bij mensen die onmogelijk volledig bij hen kan liggen. Onze gedachten en emoties kunnen ons gedrag beïnvloeden en daardoor indirect gevolgen hebben. Wanneer je ervan overtuigd bent dat iedereen je zal afwijzen, kun je jezelf bijvoorbeeld meer terugtrekken, waardoor nieuwe verbinding inderdaad moeilijker wordt. Dat is een herkenbaar psychologisch mechanisme. Maar het is iets heel anders dan beweren dat je innerlijke energie gebeurtenissen rechtstreeks aantrekt. Je hebt invloed op je gedrag en keuzes, maar niet op alles wat het leven op je pad brengt. Mindfulness: voelen zonder onmiddellijk te reageren Mindfulness kan helpen om een andere relatie met emoties te ontwikkelen. Niet door emoties uit te schakelen, maar door ze eerder op te merken. In plaats van volledig mee te gaan in “dit gaat fout” kun je leren herkennen: “Ik merk dat mijn hoofd op dit moment voorspelt dat het fout zal gaan.” In plaats van “ik ben angstig” wordt het: “ik merk angst op.” Dat lijkt een klein verschil, maar het verandert je positie tegenover de ervaring. Je hoeft de gedachte niet te ontkennen en je hoeft jezelf ook niet te overtuigen van het tegenovergestelde. Je merkt haar op als een mentale gebeurtenis die op dit moment aanwezig is. Vervolgens kun je onderzoeken wat je ermee wilt doen. Mindfulness betekent ook niet dat je altijd observerend en kalm moet blijven. Er bestaan momenten waarop een emotie je volledig raakt. Dat is menselijk. De oefening zit eerder in het steeds opnieuw terugvinden van die kleine ruimte tussen wat er verschijnt en wat je vervolgens doet. NLP en de verhalen die we over onszelf vertellen Binnen NLP wordt veel aandacht besteed aan taal, overtuigingen, betekenissen en de manier waarop we ervaringen interpreteren. Dat kan binnen coaching interessante vragen opleveren. Wanneer iemand bijvoorbeeld voortdurend denkt “ik moet alles onder controle hebben”, kunnen we onderzoeken wanneer die gedachte verschijnt, welke functie ze heeft, wat ze iemand kost en of er een preciezere overtuiging mogelijk is. Dat betekent niet dat we het brein of het onderbewuste simpelweg kunnen herprogrammeren. Mensen zijn complexer dan software. Een overtuiging die jarenlang gevormd werd door ervaringen, relaties en herhaling verdwijnt niet noodzakelijk doordat je haar één keer vervangt door een positieve affirmatie. Bovendien kan een gedachte als “ik ben goed genoeg” ongeloofwaardig aanvoelen wanneer iemand diep vanbinnen het tegenovergestelde gelooft. Een interessantere beweging is vaak van absoluut naar precies. “Ik kan dit niet” wordt bijvoorbeeld “ik vind dit moeilijk en ik weet nog niet hoe ik het moet aanpakken.” “Niemand neemt mij serieus” kan veranderen in “ik voelde mij tijdens dat gesprek niet serieus genomen.” Daarmee maak je de situatie niet kunstmatig positief. Je voorkomt vooral dat één ervaring verandert in een allesomvattende conclusie. Neuroplasticiteit: je bent niet volledig vastgezet in oude patronen Dat brengt ons bij neuroplasticiteit: het vermogen van onze hersenen en ons zenuwstelsel om zich onder invloed van ervaring, leren en herhaling aan te passen. Dat is een hoopvol gegeven omdat het betekent dat gedrag, vaardigheden en bepaalde gewoontes niet noodzakelijk voor altijd hetzelfde hoeven te blijven. Neuroplasticiteit betekent echter niet dat ieder probleem oplosbaar is wanneer je maar voldoende positief denkt of oefent. Onze ontwikkeling wordt ook beïnvloed door gezondheid, genetische factoren, omgeving, relaties, middelen en omstandigheden. Het is dus geen wetenschappelijk bewijs dat je je volledige werkelijkheid kunt creëren. De kracht van het concept zit juist in een veel bescheidener boodschap: wat vandaag automatisch voelt, hoeft niet noodzakelijk altijd automatisch te blijven. Je kunt nieuwe vaardigheden oefenen, andere reacties uitproberen en ervaringen opdoen die oude conclusies over jezelf minder absoluut maken. Verandering kan langzaam verlopen en terugval hoort daar regelmatig bij. Dat maakt de verandering niet minder echt. Een praktische oefening: wat vraagt deze emotie van mij? Wanneer je merkt dat een emotie sterk aanwezig is, hoef je haar niet op een schaal te plaatsen of zo snel mogelijk te vervangen. Probeer eerst nauwkeurig te benoemen wat je ervaart. Is het werkelijk angst, of eerder onzekerheid? Ben je boos, teleurgesteld of voel je je niet gehoord? Ben je verdrietig of vooral uitgeput? Alleen al preciezer benoemen kan helpen om meer helderheid te krijgen. Merk vervolgens op wat er tegelijkertijd gebeurt. Welke gedachten verschijnen? Wat voel je lichamelijk? Wat gebeurde er vlak voordat de emotie sterker werd? Daarna stel je jezelf een eenvoudige vraag: “Wat vraagt deze situatie op dit moment van mij?” Angst kan vragen om informatie of steun. Boosheid kan vragen om een grens. Verdriet kan vragen om tijd. Overprikkeling kan vragen om minder input. Schuld kan vragen om herstel of excuses. Een bepaalde emotie kan ook helemaal geen onmiddellijke actie vragen en gewoon even aanwezig mogen zijn. Pas daarna zoek je naar één haalbare stap. Niet: “Hoe kom ik zo snel mogelijk uit deze emotie?” maar: “Wat zou nu zorgzaam, verstandig of belangrijk zijn?” Dat kan bewegen, rusten, iemand bellen, een gesprek aangaan, iets opschrijven, een grens stellen of besluiten vandaag geen beslissing te nemen. Je emotionele toestand is niet je identiteit Wanneer een bepaalde emotie lang aanwezig blijft, kan ze uiteindelijk gaan voelen als een onderdeel van wie je bent. Na maanden stress wordt “ik ervaar veel spanning” langzaam “ik ben nu eenmaal een gestrest persoon.” Herhaalde onzekerheid kan veranderen in “ik heb geen zelfvertrouwen.” Piekeren wordt “zo werkt mijn hoofd gewoon.” Maar mensen zijn veel contextgevoeliger dan zulke uitspraken suggereren. Misschien pieker je nauwelijks wanneer je wandelt, maar sterk wanneer je 's avonds alleen bent. Misschien voel je weinig zelfvertrouwen op je werk, terwijl je in een andere omgeving vanzelf initiatief neemt. Misschien ervaar je vooral stress wanneer je het gevoel hebt geen controle te hebben. Zulke verschillen zijn belangrijk, omdat ze laten zien dat een patroon niet noodzakelijk overal en altijd aanwezig is. In plaats van te vragen “wat is er mis met mij?” kun je daarom onderzoeken: “Onder welke omstandigheden wordt dit patroon sterker en wanneer wordt het zwakker?” Die vraag opent veel meer mogelijkheden. Emotionele gezondheid betekent niet voortdurend gelukkig zijn Een emotioneel gezond leven is geen leven waarin je voornamelijk aangename emoties ervaart. Het bevat ook teleurstelling, angst, frustratie, verdriet, twijfel en boosheid. Wat verandert, is niet noodzakelijk welke emoties ooit nog verschijnen, maar hoe je ermee leert omgaan. Je hoeft niet volledig samen te vallen met iedere gedachte. Je hoeft niet iedere emotie onmiddellijk om te zetten in actie. Je kunt herstellen nadat iets je geraakt heeft. Je kunt steun zoeken wanneer iets te zwaar wordt. En je kunt erkennen dat er omstandigheden bestaan waarin je niet alleen intern iets hoeft te veranderen, maar ook extern een andere keuze moet maken. Dat is voor mij een veel realistischer vorm van emotionele veerkracht dan altijd positief blijven of permanent op een hoge energie proberen te functioneren. Het doel is niet minder menselijk worden. Het doel is meer ruimte krijgen om mens te zijn zonder dat iedere innerlijke beweging je volledige richting bepaalt. Van overleven naar bewuster leven Binnen Klarvida begeleid ik mensen die merken dat stress, piekeren, onzekerheid, zelfkritiek of terugkerende patronen veel ruimte innemen. Daarbij proberen we moeilijke emoties niet simpelweg te verwijderen. We onderzoeken wat er gebeurt, welke gedachten en overtuigingen ermee verbonden zijn, welke omstandigheden een patroon versterken en waar opnieuw meer keuzevrijheid mogelijk kan worden. Daarbij kunnen inzichten en oefeningen uit mindfulness, NLP en positieve psychologie praktische hulpmiddelen bieden. Niet om negatieve emoties uit te schakelen, je brein te herprogrammeren of voortdurend positief te worden, maar om gedachten en gevoelens beter te leren herkennen en bewuster te reageren. Coaching vervangt geen medische, psychologische of psychiatrische behandeling. Wanneer emoties langdurig overweldigend zijn, je dagelijks functioneren sterk beïnvloeden of er sprake is van trauma, ernstige somberheid of andere psychische klachten, is passende professionele ondersteuning belangrijk. Misschien is dat uiteindelijk de belangrijkste verschuiving: je emoties hoeven niet hoger. Ze mogen beter begrepen worden. Angst, verdriet, boosheid, vertrouwen, dankbaarheid en vreugde zijn allemaal onderdelen van een menselijk leven. Innerlijke groei betekent niet dat je steeds verder van de moeilijke emoties verwijderd raakt, maar dat je steeds vrijer wordt in hoe je ermee omgaat. Voel je dat stress, piekeren, onzekerheid of zelfkritiek steeds opnieuw veel ruimte innemen? Dan kunnen we tijdens een gratis en vrijblijvend kennismakingsgesprek rustig bekijken wat er speelt en of mijn manier van begeleiden bij jou past. Je hoeft niet eerst beter, positiever of rustiger te worden. We kunnen beginnen bij wat er vandaag werkelijk aanwezig is.

  • Joe Dispenza en neuroplasticiteit: waarom we oude patronen herhalen en hoe verandering mogelijk wordt

    Veranderen klinkt vaak eenvoudiger dan het in werkelijkheid is. De meeste mensen weten behoorlijk goed wat hen zou kunnen helpen. We weten dat voldoende slaap belangrijk is, dat bewegen goed voor ons is, dat voortdurend piekeren weinig oplost en dat grenzen aangeven soms gezonder is dan altijd maar proberen iedereen tevreden te houden. En toch doen we vaak precies datgene waarvan we weten dat het ons niet helpt. Misschien neem je jezelf voor om voortaan sneller je grenzen aan te geven, maar hoor je jezelf enkele dagen later alweer “ja” zeggen terwijl je eigenlijk “nee” voelt. Misschien weet je rationeel dat je niet voortdurend bevestiging van anderen nodig hebt, maar merk je dat één afstandelijk bericht voldoende is om aan jezelf te beginnen twijfelen. Of misschien begrijp je perfect waarom je piekert en lig je 's avonds toch opnieuw dezelfde gesprekken en scenario's in je hoofd af te spelen.Dat verschil tussen weten en daadwerkelijk veranderen is één van de interessantste thema's binnen persoonlijke ontwikkeling. De Amerikaanse auteur en spreker Joe Dispenza heeft daar een groot deel van zijn werk rond opgebouwd. Hij combineert ideeën over meditatie, gewoontes, emoties, identiteit en neuroplasticiteit met een veel bredere visie op bewustzijn en menselijke transformatie. Sommige van zijn uitspraken over het brein, bewustzijn en genezing gaan verder dan wat op basis van het huidige wetenschappelijke onderzoek met zekerheid kan worden geconcludeerd. Het is daarom belangrijk om zijn ideeën niet automatisch als neurowetenschappelijke feiten te behandelen. Tegelijkertijd raakt hij aan een vraag die ook binnen psychologie en neurowetenschappen bijzonder relevant is: waarom worden sommige patronen zo automatisch dat ze uiteindelijk beginnen aan te voelen als een onderdeel van wie we zijn? Daar biedt neuroplasticiteit een interessant perspectief op. Waarom we zo gemakkelijk terugvallen in oude patronen Ons brein probeert niet bij iedere handeling opnieuw vanaf nul te beginnen. Dat zou bijzonder inefficiënt zijn. Door ervaring en herhaling leren we patronen herkennen en vaardigheden automatiseren. Denk maar aan autorijden. Tijdens je eerste rijlessen vraagt bijna iedere handeling bewuste aandacht. Je kijkt naar je spiegels, denkt na over je snelheid, let op het verkeer en probeert ondertussen te onthouden wat je met je handen en voeten moet doen. Na voldoende ervaring gebeuren veel van die handelingen bijna vanzelf. Dat vermogen om te leren en te automatiseren is bijzonder nuttig. Alleen beperkt het zich niet tot autorijden of andere praktische vaardigheden. Ook gewoontes en manieren van reageren kunnen door herhaling steeds vertrouwder worden. Wanneer je bijvoorbeeld jarenlang gewend bent om conflicten te vermijden, kan toegeven automatisch aanvoelen. Wanneer je vaak aan jezelf twijfelt, kan bevestiging zoeken een vertrouwde reactie worden. Wanneer je onder spanning alles probeert te controleren, kan onzekerheid onmiddellijk de neiging oproepen om nog meer te analyseren. Dat betekent niet dat er letterlijk één “pleasen-netwerk”, “piekernetwerk” of “onzekerheidsnetwerk” in je hersenen ontstaat. Menselijk gedrag is daarvoor veel te complex. Het betekent wel dat ervaring en herhaling invloed hebben op wat vertrouwd, gemakkelijk en automatisch wordt. En precies daarom kan verandering in het begin zo onnatuurlijk aanvoelen. Het brein gebruikt het verleden om het heden te begrijpen Een interessante ontwikkeling binnen de neurowetenschappen is het idee dat het brein niet alleen reageert op informatie, maar voortdurend verwachtingen vormt over wat er waarschijnlijk gaat gebeuren. Eerdere ervaringen spelen daarbij een belangrijke rol. Wanneer je een kamer binnenloopt, hoef je niet bewust ieder voorwerp opnieuw te analyseren. Je brein gebruikt bestaande kennis om snel betekenis te geven aan wat je ziet. Hetzelfde gebeurt, zij het veel complexer, in sociale en emotionele situaties. Wanneer iemand bijvoorbeeld regelmatig kritiek heeft ervaren, kan die persoon sneller gevoelig worden voor signalen die als afwijzing geïnterpreteerd kunnen worden. Wie vaak teleurgesteld is in relaties, kan sneller onzekerheid voelen wanneer iemand afstandelijk reageert. En wie lange tijd onder druk heeft gestaan, kan sneller alert worden op alles wat opnieuw tot problemen zou kunnen leiden. Dat betekent niet dat je brein de werkelijkheid simpelweg verkeerd waarneemt of dat ieder psychologisch patroon neurologisch verklaard kan worden. Het betekent dat we de wereld nooit volledig los van onze eerdere ervaringen bekijken. We brengen altijd iets van ons verleden mee naar het heden. En soms is precies dat verleden niet langer de beste gids voor wat vandaag gebeurt. Waarom inzicht alleen niet altijd voldoende is Dit verklaart ook waarom inzicht zo waardevol kan zijn en tegelijkertijd soms frustrerend weinig verandert. Je kunt perfect begrijpen dat je te streng bent voor jezelf en jezelf de volgende dag toch opnieuw afbreken na een fout. Je kunt weten dat perfectionisme je uitput en toch moeite hebben om iets af te geven dat volgens jou nog niet goed genoeg is. Je kunt begrijpen dat voortdurend piekeren je geen zekerheid geeft en toch opnieuw een uur nadenken over wat iemand met één bepaalde zin bedoelde. Dat betekent niet dat je inzicht waardeloos is. Integendeel: zien wat je doet is vaak de eerste voorwaarde om iets anders te kunnen doen. Maar tussen begrijpen en veranderen ligt meestal een fase waarin je nieuwe reacties moet oefenen. En precies daar wordt persoonlijke groei minder theoretisch. Een grens begrijpen is iets anders dan hem uitspreken. Weten dat je niet verantwoordelijk bent voor ieders gevoelens is iets anders dan verdragen dat iemand teleurgesteld is wanneer je nee zegt. Begrijpen dat een gedachte geen feit is, is iets anders dan midden in een stressvolle situatie niet automatisch in die gedachte meegaan. Verandering wordt daardoor niet alleen een kwestie van inzicht, maar ook van ervaring. Neuroplasticiteit: waarom verandering mogelijk blijft Hier komt neuroplasticiteit in beeld. Neuroplasticiteit verwijst naar het vermogen van de hersenen en het zenuwstelsel om zich gedurende het leven aan te passen. Leren en ervaring kunnen veranderingen teweegbrengen in de manier waarop neuronen en hersennetwerken functioneren en met elkaar communiceren. Dat is belangrijk omdat het betekent dat volwassen hersenen niet volledig vastliggen. Wanneer iemand een taal leert, een muziekinstrument oefent of een nieuwe vaardigheid ontwikkelt, past het brein zich aan dat leerproces aan. Ook bij gedragsverandering speelt leren uiteraard een rol. Maar neuroplasticiteit betekent niet dat je met voldoende gedachten ieder onderdeel van je brein naar wens kunt “herprogrammeren”. En het betekent evenmin dat ieder emotioneel of psychologisch probleem simpelweg een oud neuraal netwerk is dat vervangen moet worden door een nieuw. Die populaire voorstelling is aantrekkelijk omdat ze verandering eenvoudig en controleerbaar laat lijken. De werkelijkheid is complexer. Wat we wél kunnen zeggen, is dat leren gedurende het leven mogelijk blijft en dat herhaalde ervaring een belangrijke rol speelt bij het ontwikkelen van nieuwe vaardigheden en gewoontes. Dat klinkt minder spectaculair dan “transformeer je brein”, maar het is eigenlijk een bijzonder hoopvolle boodschap. Waarom het vertrouwde zo krachtig kan voelen Een oud patroon hoeft niet prettig te zijn om vertrouwd te voelen. Dat onderscheid is belangrijk. Iemand kan jarenlang overmatig verantwoordelijk zijn voor anderen en daar volledig uitgeput van raken. Toch kan nee zeggen veel ongemakkelijker voelen dan opnieuw ja zeggen. Niet omdat ja zeggen beter is, maar omdat het bekend is. Hetzelfde kan gebeuren met perfectionisme. Je weet dat 80 procent soms voldoende is, maar iets afgeven voordat het perfect voelt kan spanning oproepen. Of je weet dat je niet ieder probleem onmiddellijk hoeft op te lossen, maar niets doen voelt veel moeilijker dan opnieuw beginnen analyseren. Daarom is ongemak niet altijd een teken dat je een verkeerde keuze maakt. Soms ontstaat ongemak juist omdat je niet doet wat je automatisch gewend bent te doen. Dat is een belangrijk inzicht binnen persoonlijke groei. Een nieuwe grens kan eerst ongemakkelijk voelen. Meer rust nemen kan in het begin vreemd zijn. Niet onmiddellijk reageren op een bericht kan spanning geven. Jezelf niet verantwoorden wanneer je nee zegt kan bijna onnatuurlijk aanvoelen. Nieuw gedrag wordt niet noodzakelijk onmiddellijk comfortabel omdat het gezonder of bewuster is. Zijn emoties gewoontes van het lichaam? Hier maakt Joe Dispenza regelmatig een interessante, maar ook controversiële stap. In zijn werk beschrijft hij emoties soms alsof het lichaam letterlijk “verslaafd” kan raken aan bepaalde emotionele toestanden en mensen daardoor dezelfde ervaringen blijven creëren. Als metafoor kan dat herkenbaar klinken. Wetenschappelijk moeten we voorzichtiger zijn. Emoties zijn geen eenvoudige lichamelijke verslavingen. Ze ontstaan uit een complexe wisselwerking tussen hersenen, lichaam, gedachten, context, eerdere ervaringen en verwachtingen. Wel kan iemand door langdurige ervaring vertrouwd raken met bepaalde manieren van reageren. Wie bijvoorbeeld lange tijd onder veel druk heeft gestaan, kan merken dat ontspannen niet onmiddellijk vanzelfsprekend voelt. Wie voortdurend bezig is geweest met anderen tevreden te houden, kan schuldgevoel ervaren zodra hij meer voor zichzelf kiest. Dat betekent niet noodzakelijk dat het lichaam “spanning nodig heeft”. Het laat vooral zien dat vertrouwd en comfortabel niet altijd hetzelfde zijn. En dat is opnieuw belangrijk bij verandering: soms moet je niet alleen leren iets nieuws te doen, maar ook leren omgaan met het ongemak dat ontstaat doordat je het oude even niet doet. Het Default Mode Network en het verhaal over jezelf Een ander interessant onderzoeksgebied is het Default Mode Network, een netwerk van hersengebieden dat onder andere betrokken is bij zelfgerichte gedachten, autobiografische herinneringen en het voorstellen van mogelijke toekomstige situaties. Het wordt soms omschreven als het netwerk van onze “innerlijke verteller”. Dat is een aantrekkelijke metafoor, zolang we ze niet te letterlijk nemen. Wanneer je niet volledig geconcentreerd bent op een taak, kan je aandacht gemakkelijk naar binnen bewegen. Je denkt terug aan wat er gebeurd is, vraagt je af wat iemand van je vindt, stelt je voor wat morgen kan gebeuren of denkt na over wie je bent. Daarbij ontstaan verhalen over jezelf. Ik ben onzeker. Ik ben iemand die altijd alles alleen moet doen. Ik ben slecht in relaties. Ik mag geen fouten maken. Ik moet sterk zijn. Wanneer zulke gedachten vaak terugkomen, kunnen ze vertrouwd gaan klinken. Uiteindelijk merk je misschien niet eens meer dat het interpretaties zijn. Ze voelen gewoon als beschrijvingen van wie je bent. Maar een vaak herhaalde gedachte is nog geen objectief feit over je identiteit. Misschien heb je vaak onzeker gereageerd. Dat betekent niet noodzakelijk dat “onzeker” jouw vaste identiteit is. Misschien heb je jarenlang anderen vooropgezet. Dat betekent niet dat je voor altijd iemand bent die geen grenzen kan aangeven. Juist daar kan ruimte voor verandering ontstaan. Gedrag veranderen is ook je zelfbeeld uitdagen Wanneer mensen iets willen veranderen, richten ze zich vaak eerst op gedrag. Ik wil meer sporten. Ik wil minder piekeren. Ik wil vaker nee zeggen. Ik wil minder perfectionistisch zijn. Dat zijn concrete en zinvolle doelen. Maar soms botst nieuw gedrag met een oud zelfbeeld. Stel dat iemand zichzelf jarenlang heeft gezien als “degene die altijd klaarstaat voor anderen.” Wanneer die persoon plots grenzen begint te stellen, verandert er niet alleen gedrag. Er ontstaat ook een vraag: wie ben ik als ik niet altijd iedereen help? Of iemand heeft jarenlang gedacht: “Ik ben nu eenmaal onzeker.” Dan kan een zelfverzekerde keuze vreemd aanvoelen, niet omdat die keuze verkeerd is, maar omdat ze niet past bij het bestaande verhaal over zichzelf. Daarom vind ik de vraag “Wie ben ik?” soms minder interessant dan: “Welk verhaal over mezelf blijf ik herhalen?” Dat verhaal hoeft niet onmiddellijk vervangen te worden door een overdreven positieve versie. Je hoeft niet van “ik ben onzeker” naar “ik ben de meest zelfverzekerde persoon ter wereld” te gaan. Misschien is een eerlijkere verschuiving: “Ik merk dat ik in sommige situaties snel aan mezelf twijfel, maar ik kan leren om toch op mijn eigen oordeel te vertrouwen.” Dat geeft ruimte voor ontwikkeling zonder jezelf iets wijs te maken. De rol van aandacht Aandacht is een ander belangrijk thema in het werk van Joe Dispenza en vormt ook binnen mindfulness een centraal onderwerp. Onze aandacht is beperkt. We kunnen onmogelijk alles wat rondom en binnen ons gebeurt even sterk registreren. Daardoor beïnvloedt waar onze aandacht naartoe gaat wat we opmerken. Wie bang is om fouten te maken, merkt fouten sneller op. Wie sterk bezig is met afwijzing, kan extra alert worden op signalen dat iemand afstand neemt. Wie zichzelf voortdurend vergelijkt, ziet gemakkelijk mensen die volgens hem verder staan. Dat betekent niet dat je simpelweg op positieve dingen moet focussen en problemen vervolgens verdwijnen. Het betekent wel dat het interessant is om jezelf af te vragen: Waar gaat mijn aandacht automatisch naartoe? Misschien merk je dat je na een gesprek vooral nadenkt over die ene zin die je beter had willen formuleren en nauwelijks stilstaat bij de twintig minuten waarin het gesprek gewoon goed liep. Aandacht leren sturen betekent dan niet dat je die fout ontkent. Je probeert alleen te voorkomen dat één detail automatisch je volledige beeld van de situatie bepaalt. Mindfulness: ruimte tussen impuls en reactie Daar sluit mindfulness mooi bij aan. Mindfulness gaat niet over het volledig stilzetten van gedachten. Het gaat onder andere over het leren opmerken van gedachten, emoties en lichamelijke gewaarwordingen zonder er onmiddellijk automatisch op te reageren. Stel dat iemand niet antwoordt op je bericht en je eerste gedachte is: “Ik heb waarschijnlijk iets verkeerd gedaan.” Normaal gesproken kan die gedachte onmiddellijk een hele keten op gang brengen. Je leest het gesprek opnieuw, zoekt naar fouten, begint je af te vragen wat de ander denkt en voelt steeds meer spanning. Met mindfulness probeer je eerst iets veel eenvoudigers te doen: Ik merk dat mijn hoofd nu het verhaal maakt dat ik iets verkeerd heb gedaan. De situatie is niet veranderd. De gedachte is ook niet verdwenen. Maar jij staat er net iets anders tegenover. En in dat kleine verschil ontstaat keuze. Ga ik het gesprek opnieuw tien keer lezen? Stuur ik onmiddellijk nog een bericht? Of kan ik even verdragen dat ik op dit moment simpelweg niet weet waarom iemand nog niet heeft geantwoord? Dat is geen spectaculaire transformatie. Maar het is precies het soort kleine moment waarop een oud patroon niet volledig automatisch hoeft te worden uitgevoerd. Verandering is meestal minder spectaculair dan we hopen Persoonlijke ontwikkeling wordt graag verteld als een groot kantelpunt. Je leest een boek, krijgt een inzicht, neemt een beslissing en vanaf dat moment verandert alles. Soms bestaan zulke momenten. Maar veel echte verandering ziet er veel minder indrukwekkend uit. Je merkt dat je wilt pleasen en zegt deze keer toch nee. Je voelt de drang om jezelf te verdedigen en wacht even voordat je reageert. Je begint te piekeren en herkent sneller dat je opnieuw hetzelfde scenario analyseert. Je maakt een fout en probeert jezelf niet onmiddellijk volledig af te breken. De eerste keer lijkt dat misschien nauwelijks iets. Maar vervolgens doe je het opnieuw. En opnieuw. Geleidelijk ontdek je dat er tussen een prikkel en je automatische reactie iets is ontstaan wat vroeger nauwelijks aanwezig leek: keuze. Dat is misschien één van de meest bruikbare manieren om neuroplasticiteit naar het dagelijkse leven te vertalen. Niet als de belofte dat je jezelf volledig kunt transformeren door hard genoeg te denken, maar als het besef dat mensen nieuwe vaardigheden en reacties kunnen leren. Wat kunnen we dan wél meenemen van Joe Dispenza? Je hoeft niet iedere wetenschappelijke verklaring van Joe Dispenza te aanvaarden om iets waardevols uit zijn werk mee te nemen. Zijn nadruk op het herkennen van automatische patronen, het bewust worden van je innerlijke verhaal, aandacht en het daadwerkelijk oefenen van ander gedrag sluit aan bij bredere inzichten uit gedragsverandering, mindfulness en leren. Waar ik voorzichtiger mee zou omgaan, zijn grote uitspraken over het letterlijk herprogrammeren van het brein, het lichaam dat verslaafd raakt aan emoties of gedachten die rechtstreeks je biologische werkelijkheid zouden bepalen. Zulke ideeën klinken krachtig, maar menselijke psychologie en neurowetenschappen zijn ingewikkelder. En eigenlijk hebben we die spectaculaire claims ook helemaal niet nodig. De eenvoudige boodschap is al krachtig genoeg: Wat je tot vandaag hebt geleerd, hoeft niet alles te bepalen wat je morgen doet. Je kunt een patroon herkennen. Je kunt begrijpen waarvoor het ooit diende. Je kunt merken wanneer het opnieuw verschijnt. En vervolgens kun je, soms met vallen en opstaan, iets anders oefenen. Dat is geen magische transformatie. Dat is leren. Een kleine oefening: welk patroon herhaal jij? Denk eens aan één situatie die regelmatig terugkomt in je leven. Misschien gaat het over werk, relaties, grenzen, onzekerheid of piekeren. Probeer niet onmiddellijk te analyseren waarom je zo bent geworden. Kijk eerst eenvoudig naar het patroon zelf. Wat gebeurt er meestal? Wat denk ik op dat moment? Wat voel ik? Wat doe ik vervolgens? En wat is uiteindelijk het resultaat? Vraag jezelf daarna af wat je automatische reactie probeert te bereiken. Misschien wil je conflicten voorkomen. Misschien zoek je zekerheid. Misschien wil je goedkeuring. Misschien probeer je controle te houden. En stel jezelf vervolgens één laatste vraag: Als ik de volgende keer niet automatisch hetzelfde zou doen, wat zou één kleine andere reactie kunnen zijn? Niet de perfecte reactie. Niet de persoon die je vanaf morgen wilt worden. Gewoon één andere mogelijkheid. Daar begint verandering vaak. Wanneer je merkt dat je steeds in dezelfde patronen terechtkomt Sommige patronen zijn gemakkelijk zelf te herkennen. Andere zijn moeilijker zichtbaar omdat je er middenin zit. Je ziet telkens het probleem van vandaag, maar niet noodzakelijk het patroon dat verschillende situaties met elkaar verbindt. Tijdens coaching bij Klarvida in Waregem kunnen we samen kijken naar zulke terugkerende patronen. Misschien gaat het over voortdurend piekeren, jezelf wegcijferen, perfectionisme, onzekerheid, grenzen stellen of telkens opnieuw vastlopen in dezelfde soort situaties. Daarbij kunnen we gebruikmaken van inzichten en oefeningen uit onder andere NLP, mindfulness en positieve psychologie. Niet om je persoonlijkheid weg te werken of je brein te “herprogrammeren”, maar om beter te begrijpen wat er gebeurt en om andere manieren van reageren te oefenen. Soms is het doel niet om een volledig nieuwe versie van jezelf te worden. Soms gaat persoonlijke groei juist over minder automatisch worden en meer kunnen kiezen. Voel je welkom om vrijblijvend contact op te nemen. Ik luister graag naar jouw verhaal. Lees ook: 👉 [ Negatieve gedachten stoppen met NLP: zo herprogrammeer je je brein voor innerlijke rust ] 👉 [ The Work van Byron Katie: bevrijd jezelf van stressvolle gedachten in 4 vragen ] 👉 [ Innerlijke groei volgens Elisabeth Kübler-Ross: de weg van zelfinzicht, verlies en transformatie ] Blog door Klarvida Coaching – voor wie wil leven met helderheid, veerkracht en richting.

  • De 5 liefdestalen: waarom liefde geven niet altijd betekent dat de ander zich geliefd voelt

    Je kunt oprecht van iemand houden en toch ervaren dat je liefde niet helemaal aankomt zoals je bedoelt. Je doet veel voor je partner, neemt praktische zaken uit handen, biedt steun wanneer het moeilijk gaat en probeert op jouw manier duidelijk te maken hoeveel die persoon voor je betekent. Toch kan je partner het gevoel hebben dat er iets ontbreekt. De ene verlangt naar meer aandacht, de andere naar bevestiging, lichamelijke nabijheid of gewoon naar tijd waarin jullie werkelijk samen zijn. Dat kan verwarrend zijn, omdat beide partners vanuit goede intenties handelen. De ene denkt: “Maar ik doe toch zoveel voor jou?”, terwijl de andere ervaart: “Ik weet dat je veel doet, maar ik voel je niet altijd dichtbij.” Het probleem hoeft dan niet een gebrek aan liefde te zijn. Er kan een verschil bestaan tussen hoe liefde wordt gegeven en hoe liefde door de ander wordt ervaren. Dat idee staat centraal in het bekende model van de vijf liefdestalen van Gary Chapman. Hij onderscheidt vijf manieren waarop mensen liefde kunnen uitdrukken en waarderen: woorden van bevestiging, tijd en aandacht, cadeaus en betekenisvolle gebaren, dienstbaarheid en fysieke aanraking. Het model is geen wetenschappelijke indeling waarmee ieder mens in één vast type kan worden ondergebracht. De meeste mensen waarderen verschillende vormen van liefde en hun behoeften kunnen veranderen doorheen een relatie of levensfase. Toch kan het concept een interessante aanleiding zijn voor een veel belangrijkere vraag: wat zorgt ervoor dat jij je binnen een relatie werkelijk geliefd, gezien en verbonden voelt? Liefde geven is niet altijd hetzelfde als liefde ontvangen We vertrekken binnen relaties gemakkelijk vanuit onszelf. Wie veel waarde hecht aan woorden, spreekt sneller waardering uit. Wie liefde vooral toont door zorg en praktische ondersteuning, kookt, regelt, helpt of lost problemen op. Wie lichamelijke nabijheid belangrijk vindt, geeft sneller een knuffel, neemt een hand vast of zoekt spontaan fysiek contact. Daar is niets verkeerd mee. We geven vaak vanuit wat voor ons vertrouwd en betekenisvol is. Alleen hoeft onze partner daar niet dezelfde betekenis aan te geven. Stel dat jij iedere dag hard werkt, ervoor zorgt dat thuis alles geregeld is en probeert je partner zoveel mogelijk praktische zorgen uit handen te nemen. Voor jou kan daarin een heel duidelijke boodschap zitten: “Alles wat ik doe, doe ik ook voor ons.” Wanneer je partner vooral behoefte heeft aan tijd en aandacht, kan diezelfde persoon tegelijkertijd ervaren: “We zijn voortdurend bezig, maar wanneer zijn wij nog echt samen?” Beide ervaringen kunnen naast elkaar bestaan. Jij geeft vanuit liefde en de ander mist toch iets. Daarom kan het binnen een relatie waardevol zijn om niet alleen te vragen hoeveel je voor elkaar doet, maar ook te onderzoeken wat voor de ander daadwerkelijk als verbinding wordt ervaren. Liefdestaal 1: woorden van bevestiging Voor mensen die veel waarde hechten aan woorden kan een oprecht compliment, een bemoedigende boodschap of een uitgesproken waardering veel betekenen. Het gaat niet over voortdurend complimenten uitdelen of zeggen wat de ander graag wil horen. De essentie is dat waardering niet alleen wordt gevoeld, maar ook wordt uitgesproken. Er bestaat bijvoorbeeld een verschil tussen “goed gedaan” en “Ik vond het sterk hoe rustig je in dat gesprek bleef. Ik weet dat dat niet gemakkelijk voor je was.” In de tweede zin laat je zien dat je werkelijk hebt opgelet. Je benoemt niet alleen waardering, maar ook wat je in de ander hebt gezien. De manier waarop moeilijke dingen worden uitgesproken krijgt daardoor eveneens meer gewicht. “Je luistert nooit naar mij” roept sneller verdediging op dan “Ik merk dat ik je aandacht mis en ik zou graag even rustig met je praten.” De behoefte blijft dezelfde, maar de manier waarop ze wordt gecommuniceerd verandert. Een eenvoudige oefening is om regelmatig iets concreets te benoemen dat je in je partner waardeert. Niet alleen “ik hou van jou”, maar ook waarom. Zijn of haar humor, geduld, zachtheid, verantwoordelijkheidsgevoel, doorzettingsvermogen of manier van omgaan met andere mensen kan precies datgene zijn wat je al lang voelt maar zelden uitspreekt. Liefdestaal 2: tijd en aandacht Voor andere mensen wordt liefde vooral voelbaar wanneer iemand bewust tijd vrijmaakt en werkelijk aanwezig is. Dat hoeft niet te betekenen dat je voortdurend samen moet zijn of iedere week een bijzondere activiteit moet plannen. Vaak gaat het juist over gewone momenten waarin iemand ervaart: “Je bent nu echt hier bij mij.” Je kunt een hele avond naast elkaar op de zetel zitten zonder veel verbinding te ervaren. De televisie staat aan, berichten komen binnen, er wordt door sociale media gescrold en tussendoor bespreken jullie wie morgen de kinderen ophaalt of wat er nog in de winkel moet worden gehaald. Jullie zijn fysiek samen, maar jullie aandacht bevindt zich overal behalve bij elkaar. Een wandeling van twintig minuten zonder telefoon kan daardoor meer verbinding geven dan uren samen in dezelfde ruimte. Niet alleen de hoeveelheid tijd telt, maar vooral de kwaliteit van de aandacht die je elkaar geeft. In langdurige relaties is dit gemakkelijk uit het oog te verliezen. Je woont samen en ziet elkaar iedere dag, waardoor het lijkt alsof je automatisch veel tijd samen doorbrengt. Samenleven is echter niet hetzelfde als verbonden zijn. Kleine rituelen kunnen daarin veel betekenen: samen koffie drinken, een avondwandeling maken, tijdens het eten de telefoons wegleggen of elkaar oprecht vragen hoe het gaat zonder onmiddellijk naar oplossingen te zoeken. Het zijn eenvoudige manieren om te zeggen: “Wat er in jou gebeurt, verdient mijn aandacht.” Liefdestaal 3: cadeaus en betekenisvolle gebaren Cadeaus worden snel geassocieerd met materialisme, terwijl de emotionele betekenis vaak ergens anders ligt. Een klein gebaar kan vooral communiceren: “Ik dacht aan jou toen je er niet bij was.” Je neemt de favoriete chocolade van je partner mee, ziet een boek waarvan je weet dat het hem of haar zal interesseren of schrijft een klein briefje. De financiële waarde kan vrijwel onbelangrijk zijn. Het gebaar krijgt betekenis omdat iemand zich herinnerd en opgemerkt voelt. Dat geldt ook voor details die tijdens gesprekken terloops worden genoemd. Wanneer je partner weken geleden iets vertelde en jij komt daar later op terug, laat je zien dat je niet alleen aanwezig was, maar ook werkelijk hebt geluisterd. Voor iemand die veel betekenis geeft aan symbolische gebaren kunnen verjaardagen, jubilea of andere gedeelde momenten daardoor belangrijk zijn. Niet noodzakelijk vanwege het cadeau zelf, maar vanwege wat het onthouden ervan vertegenwoordigt: “Onze gezamenlijke geschiedenis betekent iets voor mij.” Het helpt daarom om niet te snel te oordelen wanneer iemand cadeaus of symbolische gebaren belangrijk vindt. Achter het voorwerp kan een veel diepere behoefte aan aandacht en erkenning zitten. Liefdestaal 4: dienstbaarheid Sommige mensen drukken liefde vooral uit door te doen. Ze zeggen niet iedere dag hoeveel iemand voor hen betekent, maar zetten 's morgens koffie, koken wanneer hun partner moe thuiskomt, regelen praktische zaken of nemen spontaan iets over wanneer ze merken dat de ander het zwaar heeft. Daar kan een duidelijke boodschap onder zitten: “Ik zie wat je draagt en ik wil iets daarvan van je overnemen.” Ook hier kunnen misverstanden ontstaan. Iemand die voortdurend praktische zaken regelt, kan ervan overtuigd zijn dat zijn liefde overduidelijk zichtbaar is. Wanneer de partner vervolgens zegt meer affectie of aandacht nodig te hebben, kan dat bijna als ondankbaarheid aanvoelen: “Zie je dan niet wat ik allemaal voor ons doe?” Daar ligt opnieuw het verschil tussen intentie en ervaring. De intentie kan volledig liefdevol zijn, terwijl de partner toch behoefte heeft aan een andere vorm van verbinding. Bij dienstbaarheid is nog een andere grens belangrijk. Voor iemand zorgen is iets anders dan jezelf voortdurend wegcijferen. Wanneer één persoon alle verantwoordelijkheid draagt, moeilijk nee kan zeggen of vooral helpt uit angst voor conflict of afwijzing, gaat het niet langer alleen over een liefdestaal. Liefde en grenzen moeten naast elkaar kunnen bestaan. Een eenvoudige vraag kan daarom veel duidelijk maken: “Wat zou ik vandaag kunnen doen waardoor jouw dag iets lichter wordt?” Daarmee hoef je niet te raden wat de ander nodig heeft. Je vraagt het rechtstreeks. Liefdestaal 5: fysieke aanraking Voor veel mensen is lichamelijke nabijheid een belangrijke manier om verbinding te ervaren. Een knuffel wanneer iemand thuiskomt, een hand vasthouden tijdens een wandeling, tegen elkaar aan zitten of even een arm rond iemand leggen tijdens een moeilijk moment kan meer zeggen dan een uitgebreid gesprek. Fysieke aanraking gaat daarbij veel verder dan seksualiteit. Het kan gaan over warmte, affectie, troost en het gevoel dat iemand letterlijk dichtbij is. Tegelijk verschillen mensen sterk in hoeveel lichamelijk contact prettig voelt. Opvoeding, eerdere ervaringen, persoonlijkheid, cultuur, grenzen en de relatie zelf kunnen allemaal invloed hebben op hoe aanraking wordt beleefd. Daarom kan fysieke aanraking nooit simpelweg een opdracht worden omdat het “de liefdestaal van je partner” is. Wederzijds comfort en toestemming blijven altijd belangrijk. Wat voor de ene persoon warm en liefdevol voelt, kan voor iemand anders te intens zijn. Ook binnen een langdurige relatie blijft afstemming belangrijk. Liefde betekent niet automatisch toegang tot het lichaam van de ander. Juist wanneer mensen vrij kunnen aangeven wat prettig is en waar hun grenzen liggen, kan lichamelijke nabijheid een veilige vorm van verbinding blijven. Hoe ontdek je welke vormen van liefde voor jou belangrijk zijn? Je hoeft geen test af te leggen om te ontdekken wat voor jou betekenisvol is. Vaak vertelt je dagelijkse ervaring veel meer. Kijk bijvoorbeeld naar momenten waarop je je binnen een relatie bijzonder geliefd hebt gevoeld. Wat gebeurde er precies? Was het een gesprek waarin iemand werkelijk naar je luisterde? Een onverwacht bericht? Een knuffel op een moeilijk moment? Iemand die spontaan iets voor je overnam? Of een klein gebaar waaruit bleek dat die persoon iets had onthouden wat jij eerder vertelde? Ook wat je mist kan informatie geven. Wanneer je vaak verlangt naar uitgesproken waardering, zegt dat iets anders dan wanneer je vooral meer gezamenlijke tijd mist. Wanneer praktische steun voor jou belangrijk is, ervaar je betrokkenheid anders dan iemand voor wie lichamelijke nabijheid centraal staat. De manier waarop je zelf liefde toont kan eveneens iets vertellen, al hoeft dat niet automatisch hetzelfde te zijn als wat je graag ontvangt. Belangrijker nog: je hoeft jezelf niet vast te pinnen op één categorie. Behoeften veranderen. Tijdens een drukke periode kan praktische ondersteuning veel belangrijker worden. Tijdens een emotioneel moeilijke periode kan je sterker verlangen naar nabijheid of een goed gesprek. Daarom vind ik de vraag “Wat is mijn liefdestaal?” minder interessant dan: “Wat heb ik nodig om mij in deze relatie verbonden en geliefd te voelen?” Die tweede vraag laat veel meer ruimte voor verandering, context en gesprek. Wanneer twee mensen elkaar missen terwijl ze wel van elkaar houden Een pijnlijke dynamiek ontstaat wanneer beide partners het gevoel hebben dat ze ontzettend hun best doen en toch allebei tekortkomen. De ene denkt: “Ik geef werkelijk alles wat ik heb”, terwijl de andere ervaart: “Ik krijg bijna niets meer.” Wanneer je alleen naar gedrag kijkt, lijken die uitspraken elkaar tegen te spreken. Wanneer je onderscheid maakt tussen intentie en impact, worden ze veel begrijpelijker. Een partner kan bijvoorbeeld liefde tonen door hard te werken, financiële zekerheid na te streven en ervoor te zorgen dat praktisch alles geregeld is. Vanuit diens perspectief is dat betrokkenheid: “Ik doe dit voor ons.” Wanneer de andere partner vooral verlangt naar tijd en aandacht, kunnen diezelfde lange werkdagen en voortdurende verplichtingen een totaal andere boodschap oproepen: “Er is altijd iets belangrijker dan wij.” De ene ervaring maakt de andere niet automatisch ongeldig. De intentie kan liefdevol zijn en de impact kan tegelijkertijd pijnlijk zijn. Dat inzicht kan een gesprek veranderen. In plaats van onmiddellijk te besluiten “je geeft niet om mij”, ontstaat ruimte voor een andere vraag: “Hoe probeer jij mij eigenlijk liefde te geven, en herken ik die vorm altijd?” En andersom: “Wat doe ik uit liefde waarvan ik aanneem dat jij het ook als liefde ervaart?” Daar begint nieuwsgierigheid de plaats van verwijt in te nemen. Liefdestalen en hechting: twee verschillende kaders Liefdestalen worden regelmatig gekoppeld aan hechtingsstijlen, maar het is belangrijk om die twee niet door elkaar te halen. Een liefdestaal beschrijft in de eerste plaats een voorkeur of manier waarop iemand affectie en waardering herkent. Hechting gaat over bredere patronen rond nabijheid, vertrouwen, autonomie en veiligheid binnen relaties. Iemand kan bijvoorbeeld veel behoefte hebben aan woorden van bevestiging omdat uitgesproken waardering belangrijk voor hem is. Bij een andere persoon kan een sterke behoefte aan bevestiging samengaan met onzekerheid over de relatie. Het gedrag aan de buitenkant lijkt dan vergelijkbaar, terwijl de betekenis erachter verschilt. Hetzelfde geldt voor lichamelijke nabijheid of afstand. Niet iedereen die veel knuffels waardeert is angstig gehecht en niet iedereen die ruimte nodig heeft is vermijdend gehecht. Zulke snelle conclusies maken menselijke relaties eenvoudiger dan ze werkelijk zijn. Daarom zijn vragen waardevoller dan labels. Wanneer je partner veel bevestiging nodig heeft, kun je vragen wat die bevestiging voor hem of haar betekent. Wanneer iemand afstand neemt tijdens een conflict, kun je onderzoeken wat er op dat moment gebeurt in plaats van onmiddellijk een hechtingsstijl toe te kennen. Het concept van liefdestalen kan een gesprek openen. Het hoeft geen verklaring te worden voor alles wat er binnen een relatie gebeurt. Liefde betekent ook de wereld van de ander leren kennen De krachtigste gedachte achter de vijf liefdestalen vind ik uiteindelijk heel eenvoudig: liefde gaat niet alleen over wat jij voelt, maar ook over je bereidheid om te begrijpen hoe de ander verbinding ervaart. Wanneer woorden voor jou weinig betekenis hebben maar voor je partner belangrijk zijn, kun je leren waardering vaker uit te spreken. Wanneer jij weinig behoefte hebt aan gezamenlijke tijd en je partner juist wel, kun je bewust momenten creëren waarin je aandacht niet verdeeld is. Wanneer praktische hulp voor jou vanzelfsprekend lijkt, kan het voor de ander een belangrijke manier zijn om zich gedragen te voelen. Dat betekent niet dat je jezelf moet veranderen in de ideale partner die voortdurend aan iedere behoefte voldoet. Een gezonde relatie vraagt geen zelfverlies. Beide mensen hebben behoeften, grenzen en verantwoordelijkheden. Het verschil zit tussen jezelf verliezen en je wereld verruimen. Je hoeft niet iemand anders te worden om rekening te houden met wat voor je partner betekenisvol is. Je leert alleen dat jouw manier van liefde geven niet de enige manier is waarop liefde zichtbaar kan worden. Liefdestalen zijn geen relationele checklist Het concept wordt minder bruikbaar wanneer een liefdestaal verandert in een eis. “Mijn liefdestaal is tijd, dus jij moet iedere avond met mij praten.” Of: “Mijn liefdestaal is cadeaus, dus wanneer je niets koopt, geef je niet genoeg om mij.” Dan gebruiken we een model dat bedoeld is om elkaar beter te begrijpen als argument om gedrag af te dwingen. Een liefdestaal geeft geen automatisch recht op bepaald gedrag van je partner. Het geeft je woorden om uit te leggen welke vormen van verbinding voor jou betekenisvol zijn. Vervolgens ontstaat er een gesprek waarin ook de behoeften en grenzen van de ander een plaats krijgen. Wederkerigheid is daarin essentieel. Je wilt niet alleen dat je partner jou leert begrijpen; je probeert ook de ander te begrijpen. Verbinding ontstaat wanneer beide mensen bereid zijn verantwoordelijkheid te nemen voor hoe ze met elkaar omgaan. Een gesprek dat meer vertelt dan een online test In plaats van samen een test te maken en daarna te besluiten dat jij “quality time” bent en je partner “dienstbaarheid”, kun je elkaar een paar veel interessantere vragen stellen. Vraag bijvoorbeeld: “Wanneer heb jij je de afgelopen tijd echt geliefd gevoeld door mij?” Het antwoord vertelt waarschijnlijk meer dan een label. Je partner herinnert zich een gesprek, een gebaar, een aanraking of iets wat jij deed zonder erbij stil te staan. Daarna kun je vragen: “Op welke momenten mis je mij het meest, ook wanneer we eigenlijk samen zijn?” Die vraag kan gevoelig zijn, maar ze maakt zichtbaar waar verbinding verloren gaat. Een derde vraag maakt het heel concreet: “Wat is één klein ding dat ik vaker zou kunnen doen waardoor jij meer verbinding met mij ervaart?” Het antwoord hoeft helemaal niet groots te zijn. Een spontaan bericht tijdens de dag, één avondwandeling per week, een knuffel bij het thuiskomen of tien minuten luisteren zonder meteen oplossingen aan te dragen kan voor de ander veel betekenen. Het doel is niet dat je een perfecte partner wordt. Het doel is dat jullie steeds minder hoeven te raden wat de ander nodig heeft. Relaties worden gebouwd in kleine momenten Wanneer een relatie onder druk staat, ontstaat snel het idee dat er iets groots moet gebeuren. Een weekend weg, een romantisch gebaar of één lang gesprek moet opnieuw herstellen wat langzaam verloren is gegaan. Grote momenten kunnen waardevol zijn, maar verbinding wordt vooral gevormd in het dagelijkse contact. Hoe reageren jullie wanneer één van beiden moe thuiskomt? Luister je wanneer de ander iets vertelt? Kun je waardering uitspreken? Is er ruimte voor aanraking, humor, aandacht en herstel na een conflict? Een bericht tijdens een drukke dag, samen koffie drinken zonder telefoon, iets overnemen wanneer de ander uitgeput is of benoemen wat je waardeert lijkt afzonderlijk niet indrukwekkend. Juist de herhaling van zulke kleine momenten bepaalt voor een groot deel hoe een relatie vanbinnen aanvoelt. Daarom hoeft het ontdekken van elkaars liefdestaal geen grote oefening te worden. Begin met nieuwsgierigheid. Kijk aandachtiger, luister beter en vraag vaker wat de ander nodig heeft in plaats van ervan uit te gaan dat je het al weet. Uiteindelijk is dat veel belangrijker dan kunnen zeggen welke van de vijf liefdestalen bij jullie past: leren begrijpen hoe liefde en verbinding voor de persoon tegenover jou worden ervaren. Wanneer relaties je aan het denken zetten over jezelf Relaties maken veel zichtbaar. Niet alleen hoe we liefde geven, maar ook hoe we omgaan met verwachtingen, grenzen, onzekerheid, nabijheid en de behoefte om gezien te worden. Daardoor kan een terugkerend probleem binnen relaties ook iets vertellen over patronen die je bij jezelf wilt begrijpen. Bij Klarvida in Waregem kun je daar individueel bij stilstaan. Coaching is geen relatietherapie waarbij ik bepaal wie gelijk heeft of hoe een koppel verder moet. We kunnen wel onderzoeken wat er bij jou gebeurt binnen relaties, welke patronen terugkomen, waar je grenzen liggen en wat jij nodig hebt om op een gezonde manier verbinding aan te gaan zonder jezelf daarin kwijt te raken. Wanneer je vooral merkt dat onzekerheid en bevestiging een grote rol spelen, kan coaching rond zelfvertrouwen aansluiten. Wanneer je telkens dezelfde relationele patronen tegenkomt en beter wilt begrijpen waar die vandaan komen, kan persoonlijke groei coaching een ingang zijn. Je kunt daarnaast verder lezen over onveilige hechting en relatiepatronen om het verschil tussen hechting en liefdestalen verder te verkennen. Wil je onderzoeken waarom bepaalde patronen binnen relaties telkens terugkomen of merk je dat je moeilijk kunt aangeven wat jij nodig hebt? Dan kun je eerst gratis en vrijblijvend kennismaken met Klarvida.

  • Stress verminderen: hoe je stress in je voordeel gebruikt

    Het ene moment voel je je scherp, energiek en volledig in controle. Je werkt een lijst taken af, neemt beslissingen zonder veel moeite en hebt het gevoel dat je nog uren kunt doorgaan. Een paar uur later kan diezelfde dag er volledig anders uitzien. Je concentratie zakt weg, kleine dingen beginnen je te irriteren en zelfs een eenvoudige vraag voelt als iets wat er eigenlijk niet meer bij kan. Het is verleidelijk om daaruit te besluiten dat stress onvoorspelbaar is of dat je er gewoon niet goed tegen kunt. Maar stress is geen aan-uitknop en je draagkracht blijft niet iedere dag hetzelfde. Stress is bovendien niet automatisch iets wat we moeten bestrijden. Zonder stressrespons zouden we moeilijk kunnen reageren op uitdagingen, deadlines, gevaar of situaties die extra aandacht vragen. Een zekere mate van spanning kan je alerter maken en helpen om in actie te komen. Het wordt vooral problematisch wanneer belasting langdurig hoog blijft, herstel onvoldoende ruimte krijgt of je het gevoel hebt dat je voortdurend aan moet staan. De interessantste vraag is daarom niet alleen “Hoe kan ik mijn stress verminderen?”, maar ook: “Wat probeert mijn stress mij duidelijk te maken en krijg ik voldoende gelegenheid om te herstellen?” Wat is stress eigenlijk? Stress is een normale reactie van lichaam en geest op situaties die iets van ons vragen. Dat kan een werkelijk gevaar zijn, maar evengoed een deadline, conflict, financiële onzekerheid, moeilijke beslissing, belangrijke presentatie of een opeenstapeling van verantwoordelijkheden. Wanneer je brein en lichaam inschatten dat er actie nodig is, veranderen verschillende processen die je helpen om daarmee om te gaan. Je hartslag kan toenemen, je spieren kunnen zich aanspannen, je aandacht kan scherper worden en hormonen zoals adrenaline en cortisol spelen mee in de lichamelijke aanpassing aan de situatie. Dat systeem is niet ontstaan om ons gelukkig of permanent ontspannen te houden. Het helpt ons vooral om flexibel te reageren op wat er gebeurt. Daarom is het te eenvoudig om cortisol het stresshormoon te noemen alsof het een schadelijke stof is die zo laag mogelijk moet blijven. Cortisol vervult allerlei normale functies in het lichaam en varieert onder andere gedurende de dag. Ook een verhoogde hartslag of gespannen spieren betekenen niet automatisch dat er iets misgaat. Wanneer je gaat sporten, een belangrijk gesprek voert of enthousiast aan een uitdaging begint, kan je lichaam eveneens sterker geactiveerd worden. Stress wordt relevanter wanneer de verhouding tussen belasting, draagkracht en herstel langdurig uit evenwicht raakt. Niet iedere drukke week leidt tot een probleem. Maar wanneer weken of maanden nauwelijks echte herstelmomenten bevatten, je slaap achteruitgaat, je voortdurend bezig blijft met werk of zorgen en je signalen van vermoeidheid steeds opnieuw negeert, kan de belasting zich opstapelen. Goede en slechte stress: het onderscheid is minder eenvoudig dan het lijkt Er wordt vaak gesproken over eustress als goede stress en distress als slechte stress. Dat onderscheid kan helpen om te begrijpen dat niet iedere vorm van spanning ongezond is. De zenuwen vlak voor een presentatie kunnen bijvoorbeeld samengaan met enthousiasme en scherpte. De spanning voor een sportwedstrijd kan je voorbereiden om te presteren. Zelfs een uitdagend project kan veel energie vragen en tegelijkertijd voldoening geven. Toch kunnen we stress niet eenvoudig in twee vakjes verdelen. Dezelfde situatie kan voor twee mensen heel anders aanvoelen en zelfs bij dezelfde persoon van dag tot dag verschillen. Een deadline kan stimulerend zijn wanneer je uitgerust bent, voldoende tijd hebt en vertrouwen voelt in wat je doet. Diezelfde deadline kan overweldigend worden wanneer je slecht geslapen hebt, thuis problemen ervaart en er nog vijf andere taken bovenop komen. Daarom kijk ik liever naar de verhouding tussen wat er gevraagd wordt en wat je op dat moment beschikbaar hebt. Stress ontstaat niet uitsluitend door wat er gebeurt, maar ook door de betekenis die een situatie voor je heeft, de middelen waarover je beschikt en alles wat je op dat moment al draagt. Waarom stress de ene dag anders voelt dan de andere Dat verklaart ook waarom je draagkracht kan schommelen. We zijn geen machines met iedere ochtend exact dezelfde hoeveelheid mentale en lichamelijke energie. Slaap, gezondheid, beweging, voeding, hormonen, sociale interacties, eerdere stress, emoties, verwachtingen en omstandigheden kunnen allemaal mee bepalen hoeveel belasting je op een bepaald moment aankunt. Een drukke werkdag na een goede nacht en een ontspannen weekend kan daardoor totaal anders aanvoelen dan precies dezelfde werkdag na drie nachten slecht slapen en een moeilijk gesprek thuis. De hoeveelheid werk is misschien gelijk gebleven, maar je uitgangspositie niet. Ook positieve gebeurtenissen kunnen trouwens energie vragen. Een verhuizing, nieuwe baan, huwelijk, vakantie of groot persoonlijk project kan prettig zijn en tegelijkertijd belastend. Dat is belangrijk omdat mensen zichzelf gemakkelijk beoordelen op basis van hun beste dagen. Vorige week kon ik dit toch ook? Waarom lukt het vandaag niet? Maar draagkracht is dynamisch. De vraag hoeft niet onmiddellijk te zijn waarom je vandaag zwakker bent. Het kan interessanter zijn om te onderzoeken wat er veranderd is in je belasting, herstel of omstandigheden. Stress verloopt niet netjes in drie fasen Een bekend model beschrijft stress in drie opeenvolgende fasen: alarm, weerstand en uiteindelijk uitputting. Dat model komt voort uit het werk van Hans Selye en heeft historisch veel invloed gehad op hoe we over stress nadenken. Als eenvoudige metafoor kan het herkenbaar zijn: er ontstaat belasting, je probeert je eraan aan te passen en wanneer die belasting te lang aanhoudt kan uitputting volgen. Maar het menselijk stresssysteem verloopt in het dagelijks leven niet noodzakelijk netjes volgens drie vaste stappen. Je lichaam beschikt ook niet over één reservoir dat langzaam leegloopt totdat het plots niets meer kan. Langdurige belasting kan verschillende effecten hebben en mensen reageren daar verschillend op. Bovendien ontstaat een burn-out niet eenvoudig doordat iemand lang genoeg in één biologische weerstandsfase blijft zitten. Werkcontext, herstel, autonomie, verwachtingen, persoonlijkheid, sociale steun en andere levensomstandigheden kunnen allemaal relevant zijn. Dat maakt het beeld eigenlijk hoopvoller. Je hoeft niet te wachten op een denkbeeldige laatste fase om iets te veranderen. Je kunt veel eerder leren herkennen welke signalen erop wijzen dat je belasting oploopt en welke vormen van herstel voor jou werkelijk verschil maken. De eerste signalen zijn vaak klein Wanneer we aan ernstige stress denken, denken we gemakkelijk aan iemand die niet meer kan werken, nauwelijks slaapt of volledig uitgeput raakt. Maar ruim daarvoor kunnen subtielere signalen verschijnen. Je merkt bijvoorbeeld dat je sneller geïrriteerd reageert, moeilijker kunt stoppen met werken, 's avonds blijft nadenken over gesprekken, vaker naar je telefoon grijpt, minder zin hebt in sociale contacten of voortdurend het gevoel hebt dat je achterloopt. Ook lichamelijk kunnen veranderingen opvallen. Je schouders blijven gespannen, je hebt vaker hoofdpijn, je ademhaling voelt oppervlakkiger of je bent moe terwijl je tegelijkertijd moeilijk kunt ontspannen. Geen van die signalen bewijst op zichzelf dat je te veel stress hebt. Ze kunnen allerlei oorzaken hebben. Maar wanneer verschillende veranderingen langere tijd samen optreden, is het zinvol om er aandacht aan te geven. Daarom hoeft herstel niet pas te beginnen wanneer je lichaam zogezegd de deur dichtgooit. Juist leren reageren op vroege signalen kan helpen voorkomen dat je voortdurend over je eigen grenzen heen blijft gaan. Gebruik een stressthermometer als observatie, niet als diagnose Een eenvoudige manier om meer zicht te krijgen op je eigen patroon is een persoonlijke stressthermometer. Geef je spanning bijvoorbeeld een cijfer tussen één en tien en noteer daarnaast kort wat er op dat moment speelt. Het cijfer zelf is niet wetenschappelijk exact en een zeven bij jou is niet noodzakelijk hetzelfde als een zeven bij iemand anders. De waarde zit in het herkennen van patronen. Vraag jezelf bijvoorbeeld af hoe een vier bij jou voelt. Kun je nog helder denken? Word je sneller afgeleid? Wat verandert wanneer je richting zes of zeven gaat? Begin je gesprekken uit te stellen, harder te werken of juist alles te vermijden? En wat gebeurt er lichamelijk? Misschien merk je dat je kaken aanspant, sneller praat of moeilijker stil kunt zitten. Na verloop van tijd wordt de schaal daardoor minder een score en meer een persoonlijke handleiding. Je leert herkennen: wanneer ik dit begin te voelen, is dat voor mij meestal een teken dat ik herstel moet inbouwen of moet onderzoeken wat er te veel is geworden. Dat is veel nuttiger dan wachten totdat je op een denkbeeldige tien belandt. Herstel is meer dan even pauze nemen Wanneer mensen veel stress ervaren, krijgen ze vaak het advies om meer pauzes te nemen. Dat is op zichzelf logisch, maar niet iedere pauze zorgt automatisch voor herstel. Vijf minuten stoppen met werken om vervolgens mails, nieuws en sociale media te bekijken betekent dat je aandacht wel van taak veranderd is, maar nog steeds nieuwe informatie verwerkt. Herstel kan verschillende vormen aannemen. Voor iemand die de hele dag cognitief intensief werkt, kan bewegen of buiten wandelen prettig zijn. Wie voortdurend tussen mensen staat, kan juist behoefte hebben aan stilte. Iemand die zich geïsoleerd voelt, kan herstellen door contact met anderen. Ook voldoende slaap blijft fundamenteel. Er bestaat dus geen universele perfecte pauze. Hetzelfde geldt voor methodes zoals Pomodoro of werken in blokken van negentig minuten. Ze kunnen nuttige structuren zijn, maar het zijn geen biologische wetten. Je hoeft niet precies 25 minuten te werken en vijf minuten te rusten, en ook de populaire negentigminutenregel is geen universeel optimaal ritme voor ieder brein. Experimenteer liever met wat past bij je werk, je concentratie en je omstandigheden. Ademhaling kan helpen, maar hoeft je zenuwstelsel niet te ‘resetten’ Ademhalingsoefeningen kunnen een eenvoudige manier zijn om je aandacht terug naar je lichaam te brengen en bewust wat rustiger te ademen. Een techniek zoals 4-7-8 kan voor sommige mensen prettig zijn, terwijl anderen zich beter voelen bij een eenvoudiger ritme. Er bestaat geen noodzaak om precies één verhouding te gebruiken. Ook hier helpt de manier waarop je ernaar kijkt. Je hoeft je zenuwstelsel niet binnen twee minuten te repareren of te resetten. Wanneer je gestrest bent, functioneert je lichaam niet automatisch verkeerd. Het reageert op iets wat het als belangrijk of belastend ervaart. Een ademhalingsoefening kan helpen om even uit de gedachtestroom te stappen en je activatie wat te laten zakken, maar ze verwijdert de oorzaak van stress niet. Wanneer je werkdruk structureel onhaalbaar is, moet er mogelijk iets aan de werkdruk veranderen. Wanneer een relatie voortdurend spanning veroorzaakt, kan een gesprek of grens noodzakelijk zijn. Wanneer financiële problemen je wakker houden, heeft alleen rustig ademen zijn beperkingen. Regulatie mag nooit een manier worden om jezelf steeds beter te leren verdragen wat eigenlijk niet langer houdbaar is. Stress is niet altijd je vijand Er zit wel degelijk iets waardevols in de gedachte dat stress niet uitsluitend een vijand is. De lichamelijke activatie die je voor een belangrijk moment ervaart kan ook betekenen dat iets ertoe doet. Een snellere hartslag voor een presentatie hoeft niet onmiddellijk geïnterpreteerd te worden als “ik kan dit niet aan.” Je kunt ook herkennen dat je lichaam zich voorbereidt op een situatie waarin je wilt presteren. De manier waarop we onze stressreactie interpreteren kan invloed hebben op hoe we ermee omgaan. Wanneer iedere spanning onmiddellijk bewijs wordt dat je overbelast bent, kan spanning zelf angstaanjagend worden. Wanneer je kunt denken “ik merk dat mijn lichaam geactiveerd is omdat dit belangrijk voor me is”, ontstaat er een andere relatie met dezelfde lichamelijke ervaring. Dat betekent niet dat je tegen jezelf moet zeggen “ik ben opgeladen en klaar om te presteren” wanneer je eigenlijk uitgeput bent. Een positieve zin verandert geen slaaptekort in energie en maakt chronische overbelasting niet gezond. Herinterpretatie is nuttig wanneer ze de werkelijkheid ruimer maakt, niet wanneer ze de werkelijkheid ontkent. Check hieronder de video eens: psychologe Kelly McGonigal laat zien hoe stress je vriend kan worden. Niet iedere stressprikkel maakt je sterker Ook het idee dat kleine hoeveelheden stress ons sterker kunnen maken verdient nuance. Binnen de biologie bestaat het concept hormese: bepaalde organismen of systemen kunnen zich aanpassen aan specifieke, beperkte stressoren. Lichamelijke training is een duidelijk voorbeeld van een belasting waarbij voldoende herstel uiteindelijk tot aanpassing kan leiden. Maar daaruit volgt niet dat stress in het algemeen goed voor je is of dat je jezelf bewust met koude douches en ongemakkelijke situaties moet confronteren om mentaal sterker te worden. Een koude douche kan voor iemand een persoonlijke uitdaging zijn, maar is geen noodzakelijke training voor een veerkrachtig zenuwstelsel. Ook uit je comfortzone stappen is alleen waardevol wanneer de uitdaging passend is. Te weinig uitdaging kan ontwikkeling beperken, maar te veel belasting kan juist averechts werken. Groei ontstaat dus niet simpelweg doordat iets moeilijk is. De combinatie van uitdaging, draagkracht, betekenis en herstel maakt een veel groter verschil. Stress kan informatie geven In plaats van stress onmiddellijk weg te willen krijgen, kun je haar ook benaderen als informatie. Stel jezelf niet alleen de vraag “Hoe word ik rustiger?”, maar ook: “Waarom reageert mijn systeem hier zo sterk op?” Het antwoord hoeft niet diep of psychologisch ingewikkeld te zijn. Misschien heb je gewoon te weinig geslapen. Misschien heb je vier afspraken achter elkaar gepland. Misschien probeer je een deadline te halen die objectief onrealistisch is. Op andere momenten kan stress iets vertellen over wat voor jou belangrijk is. Je voelt spanning voor een eerste werkdag omdat je het goed wilt doen. Je bent zenuwachtig voor een gesprek omdat de relatie je dierbaar is. Je ervaart onrust voor je eerste cliënt omdat je verantwoordelijkheid voelt. Die spanning hoeft niet volledig te verdwijnen voordat je goed kunt functioneren. Maar stress kan ook een grens zichtbaar maken. Wanneer je al maanden iedere zondagavond spanning voelt voor maandag, wanneer je voortdurend alert bent rond een bepaalde persoon of wanneer je lichaam nauwelijks nog herstelt tussen werkdagen, is de vraag niet alleen hoe je beter met die stress kunt omgaan. Dan mag je eveneens onderzoeken wat er in je omstandigheden moet veranderen. Mijn eigen ervaring met stress als coach Ook ik herken de spanning die ontstaat wanneer iets belangrijk voor je is. Toen ik mijn eerste coachinggesprekken begon te voeren, kon de gedachte “Ben ik wel goed genoeg?” behoorlijk aanwezig zijn. Mijn eerste reflex was om die spanning te zien als iets wat weg moest. Alsof ik pas volledig klaar was voor mijn werk wanneer ik zonder enige onzekerheid een gesprek kon beginnen. Gaandeweg ben ik dat anders gaan bekijken. De spanning vertelde ook dat ik mijn werk serieus nam en dat ik cliënten goed wilde begeleiden. Dat inzicht betekende niet dat iedere vorm van stress plots positief werd. Het hielp me wel om niet langer te wachten op volledige innerlijke rust voordat ik iets betekenisvols deed. Ik kon mij voorbereiden, aanwezig zijn en achteraf reflecteren, terwijl er tegelijkertijd een zekere spanning mocht bestaan. Dat onderscheid gebruik ik ook in mijn begeleiding. De vraag is niet altijd hoe we stress kunnen verwijderen. We onderzoeken wanneer spanning functioneel is, wanneer ze vooral gevoed wordt door gedachten of verwachtingen en wanneer ze een signaal wordt dat de belasting daadwerkelijk te groot is. Een praktische oefening: wat vraagt mijn stress? Wanneer je de komende dagen merkt dat je stress stijgt, probeer dan niet onmiddellijk een techniek toe te passen. Neem eerst een ogenblik om te onderzoeken wat er gebeurt. Benoem zo concreet mogelijk wat de belasting is. Ik heb te weinig tijd voor deze opdracht. Ik ben bang voor de reactie van die persoon. Ik heb slecht geslapen. Ik probeer drie problemen tegelijk op te lossen. Ik voel druk omdat ik geen fout wil maken. Vraag jezelf vervolgens af: “Heb ik hier vooral activatie, herstel of verandering nodig?” Wanneer je voor een belangrijke presentatie staat, heb je mogelijk geen rust nodig maar juist voldoende activatie om te kunnen presteren. Wanneer je na een lange werkdag merkt dat je uitgeput raakt, is herstel waarschijnlijk belangrijker. Wanneer je iedere week tegen dezelfde onrealistische werkdruk botst, is niet nóg beter herstellen maar mogelijk een structurele verandering nodig. Dat onderscheid voorkomt dat je voor iedere vorm van stress hetzelfde recept gebruikt. Niet iedere spanning vraagt om meditatie. Niet iedere vermoeidheid vraagt om doorzetten. Niet iedere moeilijke situatie vraagt om stoppen. Hoe beter je leert onderscheiden wat er gebeurt, hoe gerichter je kunt reageren. Stress verminderen begint niet bij perfecte controle We hebben niet volledig in de hand wanneer stress verschijnt. Een onverwacht telefoontje, conflict, ziekte, deadline of financiële tegenvaller kan je dag in enkele minuten veranderen. Ook onze lichamelijke reacties zijn niet volledig vrijwillig. Je kunt jezelf niet simpelweg bevelen om geen verhoogde hartslag of spanning te ervaren. Waar wel ruimte ontstaat, is in wat je daarna doet. Kun je herkennen dat je belasting oploopt? Kun je herstel inbouwen voordat je volledig uitgeput bent? Kun je onderscheid maken tussen spanning die bij een uitdaging hoort en stress die al maanden vertelt dat iets niet houdbaar is? Kun je stoppen met jezelf zwak te noemen omdat je draagkracht vandaag lager ligt dan gisteren? Stress verminderen betekent daarom niet dat je stress uit je leven verwijdert. Het betekent dat je steeds beter leert omgaan met de wisselwerking tussen belasting, draagkracht en herstel. Meer rust betekent niet dat je nooit meer stress ervaart Een leven zonder stress zou niet alleen onrealistisch zijn, maar waarschijnlijk ook bijzonder leeg. Dingen die betekenis hebben vragen regelmatig iets van ons. Een nieuwe stap zetten, verliefd worden, kinderen opvoeden, ondernemen, verantwoordelijkheid dragen, leren, veranderen en grenzen stellen kunnen allemaal spanning meebrengen. Mentale veerkracht betekent daarom niet dat niets je nog raakt. Het betekent evenmin dat iedere tegenslag je automatisch sterker maakt. Veerkracht kan ook betekenen dat je merkt wanneer je moet vertragen, hulp vraagt wanneer je het niet alleen hoeft te dragen en durft te veranderen wat structureel te veel van je vraagt. Rust en stress zijn bovendien geen absolute tegenpolen. Je kunt zenuwachtig zijn en tegelijkertijd vertrouwen voelen. Je kunt een moeilijke periode meemaken en toch momenten van rust ervaren. Je kunt spanning voelen voor iets belangrijks zonder dat die spanning bepaalt wie je bent. Misschien is dat uiteindelijk een veel bruikbaarder doel dan proberen stress volledig onder controle te krijgen: leren luisteren naar stress zonder haar automatisch te vrezen of gehoorzamen. Hulp bij stress en aanhoudende overbelasting Binnen Klarvida Coaching in Waregem begeleid ik mensen die merken dat stress, piekeren, overprikkeling of voortdurende mentale druk steeds meer ruimte innemen. Daarbij kijken we niet alleen naar technieken om op korte termijn rustiger te worden, maar ook naar wat de spanning in stand houdt. Welke verwachtingen leg je jezelf op? Waar ga je regelmatig over je grenzen? Welke gedachten blijven terugkomen? Wat kun je beïnvloeden en wat vraagt mogelijk om acceptatie of een concrete verandering? Daarbij kunnen inzichten en oefeningen uit mindfulness, NLP en positieve psychologie praktische hulpmiddelen bieden om bewuster met gedachten, stress en grenzen om te gaan. Coaching vervangt geen medische, psychologische of psychiatrische behandeling en behandelt geen burn-out. Wanneer stressklachten ernstig of langdurig zijn, je dagelijks functioneren sterk beïnvloeden of je vermoedt dat er sprake is van een burn-out, angststoornis, depressie of lichamelijke problematiek, is het belangrijk om contact op te nemen met je huisarts of een andere passende zorgverlener. Merk je dat je voortdurend aan staat, moeilijk tot rust komt of pas stopt wanneer je volledig uitgeput bent? Dan kunnen we tijdens een gratis en vrijblijvend kennismakingsgesprek rustig bekijken wat er speelt en of mijn manier van begeleiden bij jou past. Je hoeft niet te leren hoe je onbeperkt stress kunt verdragen. Je mag ook leren herkennen wanneer genoeg werkelijk genoeg is. Lees ook: 👉 [Deep Work – Focus & productiviteit in een afleidende wereld] 👉 [The Mountain Is You – Doorbreek destructieve patronen] 👉 [Negatieve gedachten loslaten – met zachtheid en kracht]

  • Onveilige hechting begrijpen: waarom je relaties zo intens, verwarrend of pijnlijk kunnen aanvoelen

    Waarom voelt liefde voor sommige mensen veilig, stabiel en rustgevend, terwijl relaties voor anderen juist een bron worden van twijfel, spanning of emotionele onrust? Misschien herken je het gevoel dat je jezelf soms verliest in een relatie. Je denkt veel na over wat de ander zegt of doet, hebt behoefte aan bevestiging of raakt ongerust wanneer iemand wat afstandelijker wordt. Misschien gebeurt bij jou juist het tegenovergestelde en krijg je behoefte aan ruimte zodra iemand emotioneel heel dichtbij komt. Op zulke momenten kun je jezelf afvragen waarom je zo sterk reageert en waarom het soms zo moeilijk is om iets gewoon los te laten. Een mogelijke manier om zulke patronen beter te begrijpen, is de hechtingstheorie. Die kijkt naar de manier waarop mensen verbinding, nabijheid en veiligheid binnen relaties ervaren. Een bekend boek hierover is Attached van Amir Levine en Rachel Heller. Zij beschrijven hoe verschillende hechtingspatronen invloed kunnen hebben op de manier waarop we omgaan met nabijheid, afstand, onzekerheid en conflict. Hechting verklaart natuurlijk niet alles wat er binnen een relatie gebeurt. Onze persoonlijkheid, levenservaringen, omstandigheden én de persoon met wie we een relatie hebben spelen allemaal een rol. Maar hechting kan wel een waardevol kader zijn om te begrijpen waarom bepaalde situaties zoveel in ons kunnen losmaken. Wat is onveilige hechting eigenlijk? Hechting begint al vroeg in het leven. Als kind ben je voor zorg, bescherming en geruststelling afhankelijk van ouders of andere verzorgers. Door die eerste relaties doe je ervaringen op met nabijheid, emoties en beschikbaarheid. Wanneer een kind doorgaans ervaart dat iemand beschikbaar is wanneer dat nodig is, kan dat bijdragen aan een gevoel van veiligheid in verbinding. Een kind kan zo geleidelijk ervaren dat het mag laten zien wat het voelt, steun mag zoeken wanneer het die nodig heeft en erop mag vertrouwen dat andere mensen beschikbaar kunnen zijn. Niet iedereen groeit echter op met dezelfde ervaringen. Soms is nabijheid minder voorspelbaar. Een ouder kan bijvoorbeeld emotioneel minder beschikbaar zijn, wisselend reageren of zelf door een moeilijke periode gaan. Een kind probeert zich daaraan aan te passen. Later kunnen bepaalde manieren om met verbinding om te gaan blijven terugkomen. De ene persoon zoekt bijvoorbeeld snel bevestiging wanneer er onzekerheid ontstaat, terwijl iemand anders juist afstand neemt wanneer emoties te intens worden. Binnen de hechtingstheorie spreken we dan over onveilige hechtingspatronen. Daarbij is één nuance heel belangrijk: een hechtingsstijl is geen diagnose en ook geen vaststaand persoonlijkheidstype. Mensen kunnen kenmerken van verschillende patronen herkennen en kunnen zich bovendien in de ene relatie heel anders voelen en gedragen dan in een andere. Hechting is daarom vooral een kader waarmee je bepaalde relationele patronen beter kunt leren begrijpen. Het is geen etiket dat bepaalt wie je bent. Waarom relaties oude onzekerheden kunnen activeren Intieme relaties maken ons kwetsbaar. Wanneer iemand belangrijk voor je wordt, ontstaat er automatisch ook iets wat je kunt verliezen. Daardoor kunnen gebeurtenissen die voor een buitenstaander klein lijken, bij jou veel grotere gevoelens oproepen. Misschien stuurt je partner minder berichten dan normaal, klinkt een antwoord plots wat korter of ontstaat er ruzie waarna de ander zich terugtrekt. Soms is er zelfs niets concreets gebeurd, maar heb je simpelweg het gevoel dat er iets veranderd is. Op zulke momenten kan je hoofd snel op zoek gaan naar een verklaring. Je vraagt je af of er iets mis is, of je iets verkeerd hebt gedaan, of de ander nog even graag bij je is of waarom iemand plots anders reageert. Wanneer je gevoelig bent voor signalen van afwijzing of verlies, kan zulke onzekerheid sterke emotionele reacties oproepen. Onderzoek naar sociale afwijzing laat bovendien zien dat sociale en fysieke pijn deels overlappende hersenprocessen kunnen aanspreken. Dat helpt begrijpen waarom relationele pijn soms zo intens kan worden ervaren. Dat betekent niet dat iedere sterke emotionele reactie automatisch veroorzaakt wordt door je jeugd of je hechtingsstijl. Relaties zijn veel complexer dan dat. Maar soms raakt iets wat vandaag gebeurt wel aan een onzekerheid die je al veel langer met je meedraagt. Juist dat onderscheid kan interessant worden: wat gebeurt er werkelijk in het heden, en wat wordt er door die situatie in jou geraakt? De verschillende vormen van onveilige hechting Angstige hechting: voortdurend zoeken naar zekerheid Mensen die kenmerken van een angstig hechtingspatroon herkennen, verlangen vaak sterk naar verbinding en nabijheid, maar kunnen binnen die verbinding tegelijkertijd veel onzekerheid ervaren. Vooral wanneer de ander minder beschikbaar lijkt, kan het hoofd snel beginnen draaien. Je analyseert gesprekken, piekert over wat iemand bedoelde, zoekt bevestiging, hebt moeite om iets los te laten of reageert sterk wanneer je afstand voelt. Daaronder kan een diepe angst liggen om verlaten te worden of om niet belangrijk genoeg te zijn. Gedachten als “Ben ik nog belangrijk?”, “Waarom antwoordt die persoon anders?”, “Is er iets veranderd?” of “Heb ik iets verkeerd gedaan?” kunnen dan steeds opnieuw terugkomen. Op zo'n moment probeert je hoofd vooral zekerheid te vinden. Precies daar kan een moeilijke cirkel ontstaan. Hoe onzekerder je wordt, hoe meer je gaat analyseren. Hoe meer je analyseert, hoe meer signalen je begint op te merken. En hoe meer betekenis je aan die signalen geeft, hoe moeilijker het soms wordt om nog tot rust te komen. Dat betekent niet dat je zwak bent of bewust moeilijk doet. Het betekent vooral dat onzekerheid binnen verbinding veel bij je kan activeren. Alleen dat leren herkennen kan al een belangrijk verschil maken, omdat je dan stilaan kunt leren onderscheiden tussen wat je voelt en wat er daadwerkelijk gebeurt. Vermijdende hechting: afstand als bescherming Aan de andere kant zijn er mensen die juist meer behoefte krijgen aan afstand wanneer een relatie emotioneel intens wordt. Bij kenmerken van een vermijdend hechtingspatroon kan nabijheid soms benauwend of overweldigend aanvoelen. Je kunt moeite hebben om je kwetsbaar op te stellen, jezelf afsluiten tijdens conflicten, sterk hechten aan autonomie of gevoelens vooral proberen te begrijpen en rationaliseren in plaats van ze te ervaren. Wanneer emoties te intens worden of iemand veel nabijheid en bevestiging vraagt, kan afstand nemen dan een manier worden om opnieuw rust te vinden. Van buitenaf kan dat soms overkomen als afstandelijkheid of desinteresse, terwijl het voor de persoon zelf juist een manier kan zijn om met spanning of kwetsbaarheid om te gaan. Waar de ene persoon bij onzekerheid als het ware voelt “kom dichterbij”, kan iemand anders juist voelen “geef mij even ruimte”. Geen van beide reacties vertelt op zichzelf hoeveel iemand om de ander geeft. Ze vertellen vooral iets over hoe iemand op dat moment probeert om te gaan met spanning, kwetsbaarheid en nabijheid. Dat verschil begrijpen kan veel helderheid brengen, zeker wanneer twee mensen vanuit heel verschillende behoeften op elkaar reageren. Wanneer angstige en vermijdende patronen elkaar versterken In Attached beschrijven Levine en Heller hoe angstige en vermijdende hechtingspatronen elkaar binnen sommige relaties kunnen versterken. Stel dat één partner onzeker wordt en daardoor meer nabijheid zoekt. De andere partner kan die toenemende behoefte als druk ervaren en zich juist wat meer terugtrekken. Daardoor wordt de eerste persoon nog onzekerder en ontstaat er nog meer behoefte aan bevestiging, waarop de andere persoon opnieuw meer ruimte probeert te creëren. Zo kan geleidelijk een dynamiek ontstaan waarin de ene steeds harder probeert verbinding te krijgen terwijl de andere steeds meer afstand zoekt. Op een bepaald moment gaat het conflict dan niet eens meer alleen over wat oorspronkelijk gebeurde. Beide mensen reageren vooral op elkaars reactie. De ene ervaart afstand als bewijs dat er iets mis is, terwijl de andere de toenemende behoefte aan nabijheid ervaart als bewijs dat er te weinig ruimte is. Dat kan bijzonder verwarrend zijn, omdat beide partners vanuit hun eigen perspectief juist proberen opnieuw veiligheid of rust te krijgen. De ene doet dat door dichterbij te komen, de andere door afstand te nemen. Het probleem is dan niet noodzakelijk dat één van beide “de moeilijke persoon” is. Het is vooral de dynamiek tussen beide reacties die zichzelf kan blijven versterken. Hechting speelt zich niet alleen af in je gedachten Relaties beleven we niet alleen rationeel. Wanneer iemand belangrijk voor je is, kan je lichaam sterk reageren op nabijheid, conflict, onzekerheid of afstand. Misschien voel je spanning in je borst of buik, slaap je slechter na een ruzie, controleer je vaker je telefoon of merk je dat je je moeilijk kunt concentreren. Bij anderen gebeurt juist het tegenovergestelde en ontstaat de neiging om emotioneel dicht te klappen of zich volledig terug te trekken. Een gevoel van steun en veiligheid kan helpen om stress te verminderen en emoties beter te reguleren. Omgekeerd kan relationele onzekerheid bij sommige mensen juist zorgen voor meer spanning, alertheid, piekeren of terugtrekking. Dat helpt begrijpen waarom relationele stress soms ook kan doorwerken in slaap, concentratie, energie en stemming. Ook hier is nuance belangrijk. Niet iedere lichamelijke of emotionele reactie is een hechtingsreactie. Mensen zijn complex en onze reacties worden beïnvloed door onze geschiedenis, persoonlijkheid, huidige stress, gezondheid, omstandigheden én de specifieke relatie waarin we ons bevinden. Hechting is één mogelijke bril waardoor je naar dat grotere geheel kunt kijken. onveilige hechting zegt niets over jouw waarde Wanneer dezelfde moeilijkheden binnen relaties telkens terugkomen, is het gemakkelijk om daar harde conclusies over jezelf uit te trekken. Misschien denk je dat je te veel bent, niet genoeg bent, moeilijk bent of dat er iets fundamenteel verkeerd met je is omdat je telkens zo sterk reageert. Misschien ontstaat zelfs de overtuiging dat uiteindelijk toch niemand blijft. Maar een terugkerend patroon is niet hetzelfde als je identiteit. Dat je snel bevestiging zoekt, veel analyseert of juist afstand neemt, zegt niet wie je bent als mens. Een veel interessantere vraag is: wat gebeurt er precies met mij wanneer ik mij onzeker, afgewezen of overweldigd voel? Dat verschil is belangrijk. Wanneer je jezelf alleen veroordeelt om je reactie, blijf je vaak vastzitten in dezelfde cirkel. Wanneer je begint te begrijpen wat er voorafgaat aan die reactie, ontstaat er ruimte. Je kunt een patroon dan leren herkennen zonder jezelf ermee gelijk te stellen. En precies daar kan verandering beginnen: niet door jezelf harder te beoordelen, maar door jezelf beter te begrijpen. Bewuster leren omgaan met hechtingspatronen Hechtingspatronen hoeven niet te bepalen hoe je voor altijd met relaties omgaat. Nieuwe ervaringen, zelfreflectie en het oefenen van andere manieren van reageren kunnen ervoor zorgen dat patronen geleidelijk veranderen. Een belangrijke eerste stap is leren herkennen wat er gebeurt voordat je automatisch reageert. Stel bijvoorbeeld dat iemand niet antwoordt op een bericht. Misschien ontstaat onmiddellijk de gedachte dat er iets mis is. Vervolgens voel je spanning, controleer je opnieuw je telefoon, stuur je misschien nog een bericht of begin je het vorige gesprek volledig te analyseren. Wanneer je dat patroon begint te herkennen, ontstaat er een kleine ruimte tussen wat er gebeurt en wat jij vervolgens doet. Mindfulness kan daarbij helpen, niet door gedachten weg te duwen of jezelf te verplichten rustig te zijn, maar door eerder op te merken wat er in je gebeurt. Je kunt bijvoorbeeld leren herkennen: ik voel nu spanning, ik merk dat ik bevestiging wil, mijn hoofd probeert zekerheid te krijgen. Alleen al het besef dat je niet onmiddellijk op iedere gedachte hoeft te reageren, kan een andere mogelijkheid creëren. Het doel is daarbij niet dat je nooit meer onzeker wordt. Het gaat erom dat onzekerheid niet automatisch hoeft te bepalen wat je vervolgens doet. Wat kunnen NLP, mindfulness en coaching hierin betekenen? Binnen coaching kunnen we verder onderzoeken welke gedachten en overtuigingen op zulke momenten naar boven komen. Misschien merk je dat er onder je reactie overtuigingen zitten als “Ik ga verlaten worden”, “Ik ben niet belangrijk genoeg”, “Ik moet mezelf bewijzen”, “Ik moet afstand houden” of “Als ik mij kwetsbaar opstel, word ik gekwetst”. Soms is er ook een sterke behoefte om precies te weten wat de ander denkt, omdat onzekerheid moeilijk te verdragen voelt. Met vragen en oefeningen uit onder andere NLP, mindfulness en positieve psychologie kunnen we zulke gedachten en patronen onderzoeken. Niet om een moeilijke ervaring zomaar weg te programmeren en ook niet om jezelf ervan te overtuigen dat je alleen nog positief moet denken. Het gaat er juist om beter te begrijpen waar een gedachte vandaan komt, wat er gebeurt wanneer je haar automatisch gelooft en welke andere manieren van reageren mogelijk zouden kunnen zijn. Soms zit verandering daarom niet in één spectaculaire doorbraak, maar in kleine momenten. Je merkt bijvoorbeeld dat je normaal onmiddellijk zou controleren, reageren, pleasen of jezelf afsluiten, maar dat je deze keer even wacht en eerst probeert te begrijpen wat er in je gebeurt. Zulke momenten lijken misschien klein, maar ze kunnen op termijn een andere manier van omgaan met jezelf en met relaties mogelijk maken. Veiliger verbinden begint ook bij jezelf Wanneer we over hechting spreken, gaat de aandacht gemakkelijk naar de andere persoon. Waarom doet mijn partner dit? Waarom stuurt die persoon niet? Waarom trekt iemand zich terug? Waarom krijg ik niet de bevestiging die ik nodig heb? Dat zijn begrijpelijke vragen, maar er bestaat daarnaast nog een andere belangrijke vraag: wat heb ík nodig wanneer onzekerheid in mij wordt geactiveerd? Misschien moet je leren om eerder uit te spreken wat je voelt in plaats van te verwachten dat iemand het vanzelf begrijpt. Misschien moet je duidelijkere grenzen leren stellen. Misschien ligt jouw uitdaging juist in het verdragen dat je niet onmiddellijk zekerheid krijgt. Of misschien merk je dat je iemand steeds op afstand houdt en wil je onderzoeken waarom nabijheid zo moeilijk kan voelen. Veiliger verbinden betekent niet dat je niemand meer nodig hebt. Mensen hebben behoefte aan verbinding, erkenning en nabijheid. Het betekent eerder dat je steeds beter leert onderscheiden wat er werkelijk in een relatie gebeurt en wat er op dat moment in jou geraakt wordt. Dat onderscheid kan enorm veel helderheid geven, omdat je dan niet meer iedere emotie automatisch als bewijs hoeft te zien dat er iets mis is met jou of met de relatie. Onveilige hechtingspatronen kunnen veranderen Het doel hoeft niet te zijn dat je nooit meer onzekerheid, jaloezie, angst of behoefte aan afstand voelt. Dat zou weinig realistisch zijn. Het gaat er eerder om dat zulke gevoelens steeds minder automatisch bepalen wat je vervolgens doet. Je kunt leren een gevoel eerst op te merken voordat je handelt, duidelijker te communiceren over wat je nodig hebt en beter te herkennen waar jouw grenzen liggen. Je kunt ook onderzoeken welke relaties je goed doen en welke dynamieken je telkens opnieuw uitputten. Soms betekent persoonlijke groei dat je anders leert reageren binnen een bestaande relatie. Soms betekent het dat je beter leert aangeven wat je nodig hebt. En soms ontdek je dat een bepaalde dynamiek simpelweg niet goed voor je is, hoeveel je die ook probeert te begrijpen. Verandering gebeurt meestal stap voor stap. Soms begint ze bij een heel eenvoudig maar krachtig moment waarop je beseft: dit patroon herken ik, maar ik hoef het niet automatisch opnieuw te volgen. Herken je jezelf in deze patronen? Waarschijnlijk herken je dat je in relaties veel piekert, voortdurend probeert te begrijpen wat de ander denkt of snel aan jezelf begint te twijfelen. Het kan ook zijn dat je vaak bevestiging zoekt en merk je hoe moeilijk het is om tot rust te komen wanneer je niet weet waar je aan toe bent. Of gebeurt bij jou juist het tegenovergestelde en neem je afstand wanneer iemand emotioneel te dichtbij komt? Alleen al begrijpen waar zo'n patroon vandaan kan komen, kan al verhelderend zijn. Tegelijk merken veel mensen dat inzicht alleen niet altijd voldoende is om er in het dagelijkse leven anders mee om te gaan. Je kunt perfect begrijpen waarom je iets doet en toch merken dat dezelfde reactie opnieuw verschijnt wanneer je geraakt wordt. Tijdens coaching bij Klarvida in Waregem kunnen we samen kijken naar de gedachten, overtuigingen en terugkerende patronen die bij jou een rol spelen. Niet om jou of je partner een hechtingslabel te geven en ook niet om te bepalen wie er gelijk heeft, maar om beter te begrijpen wat er bij jou gebeurt en waar je zelf invloed op kunt krijgen. Daarbij kunnen thema's zoals piekeren, onzekerheid, zelfvertrouwen, grenzen en terugkerende relatiepatronen aan bod komen. De begeleiding vertrekt altijd vanuit jouw eigen verhaal. Soms ligt de nadruk vooral op begrijpen en bewustwording, soms op anders leren omgaan met gedachten of emoties en soms op heel concrete veranderingen in hoe je communiceert, grenzen aangeeft of reageert wanneer onzekerheid ontstaat. Voel je welkom om vrijblijvend contact op te nemen. Ik luister graag naar jouw verhaal. Lees ook: 👉 [Zelfliefde ontwikkelen in 4 stappen] 👉 [The Mountain Is You – Doorbreek zelfdestructieve patronen]

  • Ik pieker te veel: 10 praktische tips om te stoppen met piekeren en rust in je hoofd te krijgen

    Iedereen piekert weleens. Over geld, werk, relaties, gezondheid, de toekomst of dat ene gesprek waarvan je achteraf nog tien keer bedenkt wat je eigenlijk had willen zeggen. Een zekere mate van nadenken over problemen is nuttig. Het helpt ons om situaties te begrijpen, beslissingen voor te bereiden en oplossingen te vinden. Maar er bestaat een punt waarop nadenken niet langer tot nieuwe informatie of actie leidt. Dezelfde vragen keren terug, dezelfde scenario's worden opnieuw afgespeeld en ieder antwoord lijkt onmiddellijk plaats te maken voor een nieuwe twijfel. Je bent dan niet meer bezig een probleem op te lossen; je bent vooral aan het piekeren over het probleem. Dat onderscheid is belangrijk, omdat mensen die veel piekeren vaak juist bijzonder hard proberen om grip te krijgen. Je hoofd denkt: als ik hier nog wat langer over nadenk, vind ik uiteindelijk het antwoord waarmee ik eindelijk rustig kan worden. Alleen komt die volledige zekerheid meestal niet. Integendeel: hoe langer je analyseert, hoe meer nieuwe mogelijkheden je kunt bedenken en hoe meer er opnieuw te onderzoeken valt. De uitweg zit daarom niet noodzakelijk in nóg beter leren denken. Vaak begint ze bij herkennen wanneer denken nuttig is en wanneer het veranderd is in een cirkel. Wat is piekeren eigenlijk? Piekeren is meer dan gewoon veel nadenken. Bij constructief nadenken beweeg je meestal ergens naartoe. Je verzamelt informatie, weegt mogelijkheden af, neemt een beslissing of bepaalt een volgende stap. Bij piekeren is er veel mentale activiteit, maar weinig echte vooruitgang. Je herhaalt dezelfde vragen, probeert toekomstige situaties te voorspellen of analyseert gebeurtenissen die al voorbij zijn zonder dat daar nog wezenlijk nieuwe informatie uit komt. Dat verklaart waarom piekeren zo vermoeiend kan zijn. Je bent voortdurend mentaal bezig en hebt tegelijkertijd het gevoel dat niets werkelijk opgelost raakt. Je kunt een uur nadenken over een gesprek dat morgen moet plaatsvinden en na dat uur nog steeds dezelfde onzekerheid voelen als ervoor. Sterker nog: doordat je ondertussen twintig mogelijke scenario's hebt bedacht, kan het probleem groter aanvoelen dan toen je begon. Een eenvoudige vraag kan helpen om het verschil te herkennen: “Levert dit denken mij op dit moment nieuwe informatie of een concrete volgende stap op?” Wanneer het antwoord ja is, ben je waarschijnlijk een probleem aan het onderzoeken. Wanneer je merkt dat je voor de vijfde keer dezelfde argumenten, risico's of scenario's doorloopt, is de kans groter dat je in een piekercirkel bent terechtgekomen. Waarom piekeren zo moeilijk los te laten is Piekeren kan hardnekkig worden omdat het een functie lijkt te hebben. Wanneer iets onzeker is, geeft nadenken ons tijdelijk het gevoel dat we ermee bezig zijn. Je kunt de uitkomst van een sollicitatie niet controleren, maar je kunt wel honderd keer bedenken wat de werkgever mogelijk van je vond. Je kunt niet weten hoe iemand morgen zal reageren, maar je kunt in gedachten alvast allerlei gesprekken voeren. Je kunt niet garanderen dat je nooit een verkeerde keuze zult maken, maar je kunt proberen ieder mogelijk gevolg vooraf te analyseren. Daar zit de valkuil. Denken voelt als controle, ook wanneer het geen extra controle meer oplevert. Daardoor kan stoppen met piekeren zelfs ongemakkelijk voelen. Je hoofd kan onmiddellijk reageren met: maar als ik er niet over nadenk, mis ik misschien iets. Het lijkt dan alsof loslaten hetzelfde is als onverantwoordelijk zijn. Dat is een belangrijke reden waarom het advies “denk er gewoon niet aan” meestal weinig helpt. Het probleem is niet dat je bewust besloten hebt om twee uur te piekeren. Je probeert via denken een gevoel van onzekerheid te verminderen. Zolang je gelooft dat het volgende rondje analyseren eindelijk volledige zekerheid zal opleveren, blijft het aantrekkelijk om door te gaan. Piekeren is niet hetzelfde als problemen oplossen Stel dat je je zorgen maakt over je financiële situatie. Probleemoplossend denken kan betekenen dat je je inkomsten en uitgaven op een rij zet, onderzoekt welke kosten je kunt verminderen, informatie vraagt of een concreet plan maakt. Dat denken heeft een richting en kan uiteindelijk leiden tot actie. Piekeren klinkt anders. Wat als ik straks geld tekortkom? Wat als er onverwachte kosten komen? Wat als mijn plan mislukt? Wat als ik over zes maanden nog steeds niet voldoende verdien? Geen enkele berekening kan alle toekomstige onzekerheid verwijderen, waardoor iedere geruststelling onmiddellijk gevolgd kan worden door een nieuwe wat als? Hetzelfde gebeurt binnen relaties. Een gesprek voorbereiden kan nuttig zijn. Uren proberen voorspellen wat de ander zal zeggen meestal niet. Reflecteren op een fout kan waardevol zijn. Voor de twintigste keer reconstrueren waarom je drie jaar geleden iets gênants zei levert waarschijnlijk weinig meer op. De inhoud verschilt, maar het patroon blijft hetzelfde: je probeert via herhaald denken zekerheid te verkrijgen over iets wat niet volledig zeker gemaakt kan worden. Wat gebeurt er wanneer je veel piekert? Piekeren speelt zich niet uitsluitend af in gedachten. Wanneer je lange tijd bezorgd of gespannen bent, kan je lichaam daarop reageren. Je merkt bijvoorbeeld dat je spieren gespannen blijven, je moeilijker inslaapt, sneller geïrriteerd raakt of moeite hebt om je aandacht bij iets anders te houden. Langdurige stress en herhaald piekeren kunnen elkaar bovendien versterken: wanneer je moe en gespannen bent, kan het moeilijker worden om afstand te nemen van zorgen, terwijl piekeren op zijn beurt je rust en slaap kan verstoren. Daarvoor hebben we geen simpele verklaring nodig zoals “je cortisol stijgt en je amygdala wordt overactief.” Zowel stress als piekeren hangen samen met complexe processen waarbij verschillende hersennetwerken en lichamelijke systemen betrokken zijn. De amygdala is bijvoorbeeld geen eenvoudige angstknop en cortisol is geen schadelijk stressstofje dat door iedere zorg automatisch problematisch wordt. Voor jou is vooral het praktische gevolg relevant: wanneer je merkt dat je al lang in dezelfde gedachten vastzit, is meer denken niet noodzakelijk de manier om je systeem tot rust te brengen. Het kan juist helpen om bewust van mentale analyse naar een andere activiteit over te schakelen. Waarom gedachten proberen te stoppen averechts kan werken Een klassieke techniek tegen piekeren is de zogenaamde stoptechniek: zodra een ongewenste gedachte verschijnt, zeg je hardop “STOP!” of visualiseer je een rood stopbord. Dat kan kortstondig je aandacht onderbreken, maar het is geen methode die ik als belangrijkste strategie zou gebruiken. Wanneer je voortdurend probeert een gedachte niet te hebben, kan die gedachte juist opvallender worden. Je bent immers steeds aan het controleren of ze al teruggekomen is. Denk maar eens aan de opdracht om de komende minuut absoluut niet aan een roze olifant te denken. Om te controleren of je erin slaagt, moet je brein voortdurend weten waar het níét aan mocht denken. Met piekergedachten kan iets vergelijkbaars gebeuren. Hoe harder je probeert ze uit je hoofd te duwen, hoe belangrijker ze kunnen gaan aanvoelen. Een bruikbaarder alternatief is: herkennen, benoemen en je aandacht vervolgens bewust verplaatsen. Je kunt tegen jezelf zeggen: “Ik merk dat ik opnieuw hetzelfde scenario probeer op te lossen.” Vervolgens hoef je niet met de gedachte te discussiëren. Je brengt je aandacht terug naar wat je aan het doen was, naar je lichaam, een gesprek, een wandeling of een concrete taak. Wanneer de gedachte vijf minuten later terugkomt, herhaal je hetzelfde. Niet als gevecht, maar als oefening. Ps: bekijk deze tijdloze video eens als je tijd hebt 😋 Tip 1: vraag jezelf af of het probleem nú oplosbaar is Een van de krachtigste vragen bij piekeren is bijzonder eenvoudig: “Kan ik hier op dit moment iets concreets aan doen?” Wanneer het antwoord ja is, bepaal dan wat die actie precies is. Een telefoontje plegen, een mail versturen, informatie zoeken, een afspraak maken, iets bespreken of een beslissing voorbereiden. Probeer die stap zo klein en concreet mogelijk te maken. Wanneer het antwoord nee is, verandert de opdracht. Stel dat je wacht op de uitslag van een onderzoek, op antwoord na een sollicitatie of op een reactie van iemand met wie je een moeilijk gesprek hebt gehad. Je kunt het resultaat niet sneller laten verschijnen door het honderd keer mentaal te simuleren. Op zo'n moment gaat de uitdaging niet meer over probleemoplossing, maar over onzekerheid verdragen. Dat kan ongemakkelijk zijn. Toch is het een wezenlijk verschil. Je hoeft het probleem niet los te laten omdat het onbelangrijk is. Je laat alleen het idee los dat je er op dit specifieke moment nog iets mee kunt doen. Tip 2: schrijf je gedachten op, maar maak van schrijven geen nieuw piekerritueel Gedachten opschrijven kan helpen omdat je iets wat vaag en overweldigend voelt concreter maakt. In plaats van “alles gaat mis” schrijf je bijvoorbeeld: “Ik ben bang dat ik mijn deadline niet haal omdat ik nog twee onderdelen moet afwerken.” Zodra een zorg specifieker wordt, kun je gemakkelijker beoordelen of er actie mogelijk is. Je kunt daarbij drie vragen gebruiken: Waar maak ik me precies zorgen over? Wat weet ik feitelijk? Wat kan ik hiermee doen? Daarmee voorkom je dat schrijven alleen een lange lijst rampscenario's wordt. Dat laatste is belangrijk. Voor sommige mensen geeft schrijven helderheid, terwijl anderen tijdens uitgebreid journaling juist nog dieper in dezelfde gedachten terechtkomen. Merk je dat je na twintig minuten schrijven meer scenario's hebt dan ervoor, beperk de oefening dan. Het doel is niet alles uit je hoofd te schrijven totdat je eindelijk niets meer denkt. Het doel is voldoende helderheid creëren om te bepalen of er een volgende stap bestaat. Tip 3: plan een piekermoment Dit klinkt vreemd, maar wanneer zorgen de hele dag opduiken kan het helpen om ze niet voortdurend onmiddellijk te behandelen. Kies bijvoorbeeld dagelijks een kort moment waarop je bewust aandacht geeft aan de dingen waarover je piekert. Wanneer een zorg eerder op de dag verschijnt, noteer je haar kort en zeg je tegen jezelf: “Hier kom ik tijdens mijn piekermoment op terug.” Het verschil met “ik mag hier niet aan denken” is belangrijk. Je verbiedt de gedachte niet. Je stelt alleen het uitgebreide nadenken erover uit. Wanneer je later bij je geplande moment komt, merk je mogelijk dat bepaalde zorgen al minder urgent voelen. Andere verdienen wel aandacht en kun je dan rustig bekijken. Ik zou daar geen rigide regel van maken zoals vijf minuten en daarna mag je absoluut niet meer piekeren. Het gaat niet om jezelf disciplineren totdat je gedachten gehoorzamen. Het doel is dat niet iedere gedachte onmiddellijk recht krijgt op je volledige aandacht. Tip 4: kom terug naar wat er werkelijk gebeurt Piekeren speelt zich vaak af in een werkelijkheid die nog niet bestaat. Wat als ik faal? Wat als die persoon mij afwijst? Wat als ik straks niet rondkom? Wat als ik ziek word? Het brein behandelt zulke scenario's gemakkelijk alsof ze op dit moment aandacht vereisen, terwijl je misschien gewoon thuis op de bank zit. Mindfulness kan helpen om dat verschil opnieuw op te merken. Je hoeft daarvoor geen ingewikkelde meditatie te doen. Voel je voeten op de grond. Merk drie dingen op die je ziet. Luister naar de geluiden om je heen. Voel hoe je ademt zonder onmiddellijk te proberen je ademhaling perfect te maken. Je zegt daarmee niet dat je zorgen onbelangrijk zijn. Je herinnert jezelf eraan dat een gedachte over een mogelijke toekomst niet hetzelfde is als iets wat op dit moment werkelijk gebeurt. Daarna kun je opnieuw beslissen of er actie nodig is. Tip 5: gebruik je ademhaling als anker, niet als uitknop Een rustig ademritme kan eveneens helpen om je aandacht uit de gedachtestroom terug naar je lichaam te brengen. Je kunt bijvoorbeeld enkele minuten rustig in- en uitademen, eventueel met een iets langere uitademing wanneer dat prettig voelt. Er hoeft geen magische verhouding van vier, zeven of acht seconden te bestaan om daar iets aan te hebben. Belangrijker is de bedoeling waarmee je de oefening gebruikt. Wanneer je tegen jezelf zegt “ik moet nu ademen totdat deze gedachten weg zijn”, kan de ademhaling opnieuw onderdeel worden van de strijd tegen je gedachten. Gebruik haar liever als anker: mijn hoofd is druk, en gedurende enkele momenten breng ik mijn aandacht terug naar mijn ademhaling. Als je daarna nog steeds bezorgd bent, betekent dat niet dat de oefening mislukt is. Het doel was niet om binnen twee minuten alle onrust uit te schakelen. Tip 6: leer het verschil tussen mogelijkheid en waarschijnlijkheid Piekeren heeft een bijzondere voorkeur voor het woord kan. Het kan misgaan. Die persoon kan boos worden. Ik kan mijn werk verliezen. Ik kan ziek worden. En technisch gezien kunnen ontzettend veel dingen gebeuren. Het probleem is dat ons hoofd de mogelijkheid van een gebeurtenis gemakkelijk behandelt alsof ze daarmee ook waarschijnlijk is. Wanneer je merkt dat een rampscenario terugkomt, kun je daarom vragen: “Wat weet ik werkelijk en wat vul ik op dit moment in?” Misschien heb je concrete aanwijzingen dat iets verkeerd loopt. Dan verdient dat aandacht. Misschien probeer je vooral een toekomst te voorspellen waarvoor nauwelijks informatie beschikbaar is. Het doel is opnieuw niet om jezelf gerust te stellen met “het komt vast goed.” Ook dat weet je niet. Een veel steviger alternatief is: “Ik weet op dit moment niet hoe dit afloopt. Wanneer er nieuwe informatie komt, kan ik opnieuw bekijken wat nodig is.” Dat vraagt minder zekerheid en is daardoor vaak realistischer. Tip 7: onderzoek je behoefte aan absolute zekerheid Onder veel piekeren zit uiteindelijk een bijzonder menselijke wens: ik wil zeker weten dat het goedkomt voordat ik mezelf toestemming geef om rustig te worden. Alleen kan het leven die garantie nauwelijks bieden. Je kunt zorgvuldig kiezen en achteraf ontdekken dat een andere keuze beter was geweest. Je kunt alles goed voorbereiden en toch afgewezen worden. Je kunt een relatie met aandacht behandelen zonder te kunnen garanderen dat ze altijd blijft bestaan. Wanneer je volledige zekerheid als voorwaarde voor rust gebruikt, blijft je brein dus zoeken naar iets wat het waarschijnlijk niet kan vinden. Iedere oplossing roept een nieuwe vraag op. Maar wat als…? Leren omgaan met onzekerheid betekent niet dat je onverschillig wordt. Het betekent dat je geleidelijk ontdekt dat je niet iedere toekomstige uitkomst vooraf hoeft te kennen om vandaag verder te kunnen. Rust hoeft niet pas te beginnen wanneer de toekomst gegarandeerd is. Tip 8: geef je lichaam iets anders te doen dan zitten en denken Wanneer je al lange tijd in je hoofd zit, kan een lichamelijke activiteit helpen om de aandacht te verschuiven. Wandelen, sporten, koken, opruimen, douchen of buiten werken kan daarvoor geschikt zijn. Niet omdat je gedachten via beweging letterlijk uit je lichaam verwijdert, maar omdat je aandacht andere informatie krijgt en je tijdelijk stopt met dezelfde mentale lus voeden. Een wandeling kan bijvoorbeeld veel waardevoller zijn wanneer je haar niet onmiddellijk gebruikt om ondertussen nog een uur naar een podcast te luisteren over hoe je beter met piekeren moet omgaan. Af en toe hoeft er geen nieuwe informatie binnen te komen. Laat je aandacht naar je omgeving gaan, merk op wat je ziet en geef je hoofd de kans om niet voortdurend iets te moeten verwerken. Je hoeft bovendien niet te wachten totdat je zin hebt. Wanneer je merkt dat je al veertig minuten op dezelfde stoel hetzelfde probleem analyseert, kan opstaan op zichzelf al een kleine patroononderbreking zijn. Tip 9: kijk naar wat er onder je piekeren ligt Niet ieder piekerpatroon draait om hetzelfde. De ene persoon piekert vooral vanuit perfectionisme: ik mag geen fouten maken. Iemand anders zoekt controle: ik moet weten wat er gaat gebeuren. Een derde probeert afwijzing te voorkomen: wat als iemand teleurgesteld in mij is? Weer iemand anders voelt zich verantwoordelijk voor het welzijn van iedereen rondom hem. Daarom is het interessant om niet alleen naar de inhoud van je zorgen te kijken, maar ook naar het terugkerende patroon eronder. Wat probeer ik via dit denken te voorkomen? Een fout? Afwijzing? Schuld? Onzekerheid? Het gevoel de controle kwijt te zijn? Wanneer je dat patroon begint te herkennen, kun je op een ander niveau werken. Je hoeft dan niet meer ieder afzonderlijk wat als-scenario op te lossen. Je kunt onderzoeken waarom onzekerheid bijvoorbeeld zo moeilijk te verdragen is of waarom je jezelf verantwoordelijk voelt voor reacties van anderen. Tip 10: stop met van ‘stoppen met piekeren’ je nieuwe opdracht te maken Er zit een paradox in de wens om nooit meer te piekeren. Zodra je besluit dat piekeren niet meer mag gebeuren, ga je controleren of je nog piekert. Wanneer je vervolgens merkt dat er opnieuw een zorg verschijnt, voelt dat als mislukking. Voor je het weet pieker je over het feit dat je nog steeds piekert. Een realistischer doel is daarom niet geen piekergedachten meer hebben, maar er anders mee leren omgaan. Gedachten zullen blijven verschijnen. Je brein zal toekomstige problemen blijven simuleren, oude gesprekken terughalen en af en toe een rampscenario produceren. Dat is niet automatisch een probleem. De vrijheid zit in wat er daarna gebeurt. Moet je iedere gedachte geloven? Moet iedere vraag vandaag beantwoord worden? Moet ieder scenario volledig geanalyseerd worden? Daar ontstaat ruimte. Een eenvoudige oefening wanneer je hoofd blijft doorgaan Wanneer je de volgende keer merkt dat je vastzit, probeer dan niet onmiddellijk alles op te lossen. Schrijf eerst in één zin op waarover je piekert. Maak die zin zo concreet mogelijk. Vraag vervolgens: “Is hier nu een concrete actie mogelijk?” Wanneer het antwoord ja is, noteer dan één kleine stap en bepaal wanneer je die uitvoert. Wanneer het antwoord nee is, benoem wat je niet weet en wat je voorlopig zult moeten verdragen. Breng daarna je aandacht gedurende enkele minuten naar iets wat daadwerkelijk aanwezig is. Je ademhaling, je lichaam, de omgeving of een concrete activiteit. Wanneer de gedachte terugkomt, hoef je niet opnieuw vanaf nul te beginnen. Je kunt simpelweg herkennen: daar is mijn hoofd weer met hetzelfde probleem. Vervolgens keer je opnieuw terug. Dat klinkt minder spectaculair dan een techniek waarmee je gedachten definitief uitschakelt. Maar juist daarin zit de kracht: je traint niet om nooit meer te denken, maar om niet iedere gedachte eindeloos te hoeven volgen. Wanneer piekeren meer is dan een vervelende gewoonte Veel piekeren kan samengaan met stress en moeilijke levensperiodes, maar aanhoudende en moeilijk beheersbare zorgen kunnen ook voorkomen bij psychische klachten zoals angststoornissen. Wanneer je bijna dagelijks piekert, daardoor slecht slaapt, situaties begint te vermijden, lichamelijk voortdurend gespannen bent of merkt dat je werk, relaties of dagelijkse functioneren er sterk onder lijden, is het verstandig om professionele hulp te zoeken. Dat betekent niet dat er onmiddellijk iets ernstig aan de hand moet zijn. Het betekent vooral dat je niet verplicht bent om alles alleen met zelfhulptechnieken op te lossen. Een huisarts, psycholoog of andere passende hulpverlener kan samen met jou bekijken wat er speelt en welke ondersteuning aangewezen is. Rust in je hoofd betekent niet dat je hoofd stil wordt Misschien is dit uiteindelijk het belangrijkste inzicht. Rust in je hoofd betekent niet dat er geen gedachten meer zijn. Een menselijk brein denkt, voorspelt, vergelijkt, herinnert en analyseert. Het doel hoeft niet te zijn om die machine stil te krijgen. Rust kan ontstaan wanneer je niet meer iedere gedachte als opdracht behandelt. Wanneer “wat als?” niet automatisch betekent dat je het scenario moet uitwerken. Wanneer onzekerheid aanwezig mag zijn zonder dat je haar onmiddellijk oplost. Wanneer je kunt herkennen dat je opnieuw aan het piekeren bent zonder jezelf daarvoor te veroordelen. Je krijgt dan niet noodzakelijk volledige controle over je gedachten. Je krijgt iets anders: meer keuze in hoeveel aandacht je eraan geeft en wat je vervolgens doet. Hulp bij piekeren en overdenken Binnen Klarvida begeleid ik mensen die merken dat hun hoofd moeilijk tot rust komt, die situaties eindeloos analyseren, veel wat als-scenario's maken of voortdurend zekerheid proberen te vinden. Daarbij onderzoeken we niet alleen waarover je piekert, maar vooral welk patroon eronder zit. Gaat het om controle, perfectionisme, angst voor afwijzing, verantwoordelijkheid, onzekerheid of iets anders? Vanuit die helderheid kunnen we werken aan een andere manier van omgaan met gedachten. Daarbij kunnen inzichten en oefeningen uit mindfulness, NLP en positieve psychologie praktische hulpmiddelen bieden om gedachten bewuster te herkennen, overtuigingen te onderzoeken en meer afstand te creëren zonder je innerlijke wereld te moeten bevechten. Coaching vervangt geen medische, psychologische of psychiatrische behandeling. Wanneer het piekeren ernstig of langdurig is of je dagelijks functioneren sterk beïnvloedt, is passende professionele ondersteuning belangrijk. Blijft je hoofd maar doorgaan en merk je dat je steeds opnieuw in dezelfde gedachten terechtkomt? Dan kunnen we tijdens een gratis en vrijblijvend kennismakingsgesprek rustig bekijken wat er speelt en of mijn manier van begeleiden bij jou past. Je hoeft je gedachten niet eerst onder controle te krijgen. We kunnen beginnen bij precies datgene waar je hoofd vandaag telkens naar terugkeert. Lees ook: 👉 [Negatieve overtuigingen loslaten: doorbreek mentale blokkades] 👉 [Mindfulness en gedachten: je bent niet je innerlijke stem] 👉 [Lijden is optioneel: The Work van Byron Katie in de praktijk]

Contact & Vrijblijvend kennismaken 

Je kan eerst vrijblijvend kennismaken: Je vertelt kort wat er speelt, ik luister en we bekijken samen of mijn manier van begeleiden bij jou past. Ik reageer doorgaans binnen 24 uur.

Bedankt voor je bericht!

  • Instagram
  • Whatsapp
  • Facebook

Therapeut & Coach Waregem
Gespecialiseerd in stress, burn-out, piekeren en persoonlijke groei.

Vandewoestijnelaan 20/26

8790 Waregem

info@klarvida.be

BTW: BE0649.545.454

bottom of page