Joe Dispenza en neuroplasticiteit: waarom we oude patronen herhalen en hoe verandering mogelijk wordt
Bijgewerkt op: 5 okt
Veranderen klinkt vaak eenvoudiger dan het in werkelijkheid is. De meeste mensen weten behoorlijk goed wat hen zou kunnen helpen. We weten dat voldoende slaap belangrijk is, dat bewegen goed voor ons is, dat voortdurend piekeren weinig oplost en dat grenzen aangeven soms gezonder is dan altijd maar proberen iedereen tevreden te houden.
En toch doen we vaak precies datgene waarvan we weten dat het ons niet helpt.
Misschien neem je jezelf voor om voortaan sneller je grenzen aan te geven, maar hoor je jezelf enkele dagen later alweer “ja” zeggen terwijl je eigenlijk “nee” voelt. Misschien weet je rationeel dat je niet voortdurend bevestiging van anderen nodig hebt, maar merk je dat één afstandelijk bericht voldoende is om aan jezelf te beginnen twijfelen. Of misschien begrijp je perfect waarom je piekert en lig je 's avonds toch opnieuw dezelfde gesprekken en scenario's in je hoofd af te spelen.Dat verschil tussen weten en daadwerkelijk veranderen is één van de interessantste thema's binnen persoonlijke ontwikkeling.
De Amerikaanse auteur en spreker Joe Dispenza heeft daar een groot deel van zijn werk rond opgebouwd. Hij combineert ideeën over meditatie, gewoontes, emoties, identiteit en neuroplasticiteit met een veel bredere visie op bewustzijn en menselijke transformatie. Sommige van zijn uitspraken over het brein, bewustzijn en genezing gaan verder dan wat op basis van het huidige wetenschappelijke onderzoek met zekerheid kan worden geconcludeerd. Het is daarom belangrijk om zijn ideeën niet automatisch als neurowetenschappelijke feiten te behandelen.
Tegelijkertijd raakt hij aan een vraag die ook binnen psychologie en neurowetenschappen bijzonder relevant is: waarom worden sommige patronen zo automatisch dat ze uiteindelijk beginnen aan te voelen als een onderdeel van wie we zijn? Daar biedt neuroplasticiteit een interessant perspectief op.

Waarom we zo gemakkelijk terugvallen in oude patronen
Ons brein probeert niet bij iedere handeling opnieuw vanaf nul te beginnen. Dat zou bijzonder inefficiënt zijn. Door ervaring en herhaling leren we patronen herkennen en vaardigheden automatiseren. Denk maar aan autorijden. Tijdens je eerste rijlessen vraagt bijna iedere handeling bewuste aandacht. Je kijkt naar je spiegels, denkt na over je snelheid, let op het verkeer en probeert ondertussen te onthouden wat je met je handen en voeten moet doen. Na voldoende ervaring gebeuren veel van die handelingen bijna vanzelf. Dat vermogen om te leren en te automatiseren is bijzonder nuttig. Alleen beperkt het zich niet tot autorijden of andere praktische vaardigheden. Ook gewoontes en manieren van reageren kunnen door herhaling steeds vertrouwder worden.
Wanneer je bijvoorbeeld jarenlang gewend bent om conflicten te vermijden, kan toegeven automatisch aanvoelen. Wanneer je vaak aan jezelf twijfelt, kan bevestiging zoeken een vertrouwde reactie worden. Wanneer je onder spanning alles probeert te controleren, kan onzekerheid onmiddellijk de neiging oproepen om nog meer te analyseren. Dat betekent niet dat er letterlijk één “pleasen-netwerk”, “piekernetwerk” of “onzekerheidsnetwerk” in je hersenen ontstaat. Menselijk gedrag is daarvoor veel te complex. Het betekent wel dat ervaring en herhaling invloed hebben op wat vertrouwd, gemakkelijk en automatisch wordt.
En precies daarom kan verandering in het begin zo onnatuurlijk aanvoelen.
Het brein gebruikt het verleden om het heden te begrijpen
Een interessante ontwikkeling binnen de neurowetenschappen is het idee dat het brein niet alleen reageert op informatie, maar voortdurend verwachtingen vormt over wat er waarschijnlijk gaat gebeuren. Eerdere ervaringen spelen daarbij een belangrijke rol.
Wanneer je een kamer binnenloopt, hoef je niet bewust ieder voorwerp opnieuw te analyseren. Je brein gebruikt bestaande kennis om snel betekenis te geven aan wat je ziet. Hetzelfde gebeurt, zij het veel complexer, in sociale en emotionele situaties.
Wanneer iemand bijvoorbeeld regelmatig kritiek heeft ervaren, kan die persoon sneller gevoelig worden voor signalen die als afwijzing geïnterpreteerd kunnen worden. Wie vaak teleurgesteld is in relaties, kan sneller onzekerheid voelen wanneer iemand afstandelijk reageert. En wie lange tijd onder druk heeft gestaan, kan sneller alert worden op alles wat opnieuw tot problemen zou kunnen leiden.
Dat betekent niet dat je brein de werkelijkheid simpelweg verkeerd waarneemt of dat ieder psychologisch patroon neurologisch verklaard kan worden. Het betekent dat we de wereld nooit volledig los van onze eerdere ervaringen bekijken. We brengen altijd iets van ons verleden mee naar het heden. En soms is precies dat verleden niet langer de beste gids voor wat vandaag gebeurt.
Waarom inzicht alleen niet altijd voldoende is
Dit verklaart ook waarom inzicht zo waardevol kan zijn en tegelijkertijd soms frustrerend weinig verandert. Je kunt perfect begrijpen dat je te streng bent voor jezelf en jezelf de volgende dag toch opnieuw afbreken na een fout. Je kunt weten dat perfectionisme je uitput en toch moeite hebben om iets af te geven dat volgens jou nog niet goed genoeg is. Je kunt begrijpen dat voortdurend piekeren je geen zekerheid geeft en toch opnieuw een uur nadenken over wat iemand met één bepaalde zin bedoelde. Dat betekent niet dat je inzicht waardeloos is.
Integendeel: zien wat je doet is vaak de eerste voorwaarde om iets anders te kunnen doen.
Maar tussen begrijpen en veranderen ligt meestal een fase waarin je nieuwe reacties moet oefenen. En precies daar wordt persoonlijke groei minder theoretisch.
Een grens begrijpen is iets anders dan hem uitspreken. Weten dat je niet verantwoordelijk bent voor ieders gevoelens is iets anders dan verdragen dat iemand teleurgesteld is wanneer je nee zegt. Begrijpen dat een gedachte geen feit is, is iets anders dan midden in een stressvolle situatie niet automatisch in die gedachte meegaan.
Verandering wordt daardoor niet alleen een kwestie van inzicht, maar ook van ervaring.
Neuroplasticiteit: waarom verandering mogelijk blijft
Hier komt neuroplasticiteit in beeld. Neuroplasticiteit verwijst naar het vermogen van de hersenen en het zenuwstelsel om zich gedurende het leven aan te passen. Leren en ervaring kunnen veranderingen teweegbrengen in de manier waarop neuronen en hersennetwerken functioneren en met elkaar communiceren.
Dat is belangrijk omdat het betekent dat volwassen hersenen niet volledig vastliggen.
Wanneer iemand een taal leert, een muziekinstrument oefent of een nieuwe vaardigheid ontwikkelt, past het brein zich aan dat leerproces aan. Ook bij gedragsverandering speelt leren uiteraard een rol.
Maar neuroplasticiteit betekent niet dat je met voldoende gedachten ieder onderdeel van je brein naar wens kunt “herprogrammeren”. En het betekent evenmin dat ieder emotioneel of psychologisch probleem simpelweg een oud neuraal netwerk is dat vervangen moet worden door een nieuw. Die populaire voorstelling is aantrekkelijk omdat ze verandering eenvoudig en controleerbaar laat lijken. De werkelijkheid is complexer.
Wat we wél kunnen zeggen, is dat leren gedurende het leven mogelijk blijft en dat herhaalde ervaring een belangrijke rol speelt bij het ontwikkelen van nieuwe vaardigheden en gewoontes. Dat klinkt minder spectaculair dan “transformeer je brein”, maar het is eigenlijk een bijzonder hoopvolle boodschap.
Waarom het vertrouwde zo krachtig kan voelen
Een oud patroon hoeft niet prettig te zijn om vertrouwd te voelen. Dat onderscheid is belangrijk. Iemand kan jarenlang overmatig verantwoordelijk zijn voor anderen en daar volledig uitgeput van raken. Toch kan nee zeggen veel ongemakkelijker voelen dan opnieuw ja zeggen. Niet omdat ja zeggen beter is, maar omdat het bekend is.
Hetzelfde kan gebeuren met perfectionisme. Je weet dat 80 procent soms voldoende is, maar iets afgeven voordat het perfect voelt kan spanning oproepen. Of je weet dat je niet ieder probleem onmiddellijk hoeft op te lossen, maar niets doen voelt veel moeilijker dan opnieuw beginnen analyseren.
Daarom is ongemak niet altijd een teken dat je een verkeerde keuze maakt. Soms ontstaat ongemak juist omdat je niet doet wat je automatisch gewend bent te doen. Dat is een belangrijk inzicht binnen persoonlijke groei. Een nieuwe grens kan eerst ongemakkelijk voelen. Meer rust nemen kan in het begin vreemd zijn. Niet onmiddellijk reageren op een bericht kan spanning geven. Jezelf niet verantwoorden wanneer je nee zegt kan bijna onnatuurlijk aanvoelen. Nieuw gedrag wordt niet noodzakelijk onmiddellijk comfortabel omdat het gezonder of bewuster is.
Zijn emoties gewoontes van het lichaam?
Hier maakt Joe Dispenza regelmatig een interessante, maar ook controversiële stap. In zijn werk beschrijft hij emoties soms alsof het lichaam letterlijk “verslaafd” kan raken aan bepaalde emotionele toestanden en mensen daardoor dezelfde ervaringen blijven creëren.
Als metafoor kan dat herkenbaar klinken. Wetenschappelijk moeten we voorzichtiger zijn.
Emoties zijn geen eenvoudige lichamelijke verslavingen. Ze ontstaan uit een complexe wisselwerking tussen hersenen, lichaam, gedachten, context, eerdere ervaringen en verwachtingen.
Wel kan iemand door langdurige ervaring vertrouwd raken met bepaalde manieren van reageren. Wie bijvoorbeeld lange tijd onder veel druk heeft gestaan, kan merken dat ontspannen niet onmiddellijk vanzelfsprekend voelt. Wie voortdurend bezig is geweest met anderen tevreden te houden, kan schuldgevoel ervaren zodra hij meer voor zichzelf kiest.
Dat betekent niet noodzakelijk dat het lichaam “spanning nodig heeft”. Het laat vooral zien dat vertrouwd en comfortabel niet altijd hetzelfde zijn. En dat is opnieuw belangrijk bij verandering: soms moet je niet alleen leren iets nieuws te doen, maar ook leren omgaan met het ongemak dat ontstaat doordat je het oude even niet doet.
Het Default Mode Network en het verhaal over jezelf
Een ander interessant onderzoeksgebied is het Default Mode Network, een netwerk van hersengebieden dat onder andere betrokken is bij zelfgerichte gedachten, autobiografische herinneringen en het voorstellen van mogelijke toekomstige situaties.
Het wordt soms omschreven als het netwerk van onze “innerlijke verteller”. Dat is een aantrekkelijke metafoor, zolang we ze niet te letterlijk nemen.
Wanneer je niet volledig geconcentreerd bent op een taak, kan je aandacht gemakkelijk naar binnen bewegen. Je denkt terug aan wat er gebeurd is, vraagt je af wat iemand van je vindt, stelt je voor wat morgen kan gebeuren of denkt na over wie je bent.
Daarbij ontstaan verhalen over jezelf.
Ik ben onzeker.
Ik ben iemand die altijd alles alleen moet doen.
Ik ben slecht in relaties.
Ik mag geen fouten maken.
Ik moet sterk zijn.
Wanneer zulke gedachten vaak terugkomen, kunnen ze vertrouwd gaan klinken. Uiteindelijk merk je misschien niet eens meer dat het interpretaties zijn. Ze voelen gewoon als beschrijvingen van wie je bent. Maar een vaak herhaalde gedachte is nog geen objectief feit over je identiteit. Misschien heb je vaak onzeker gereageerd. Dat betekent niet noodzakelijk dat “onzeker” jouw vaste identiteit is. Misschien heb je jarenlang anderen vooropgezet. Dat betekent niet dat je voor altijd iemand bent die geen grenzen kan aangeven.
Juist daar kan ruimte voor verandering ontstaan.
Gedrag veranderen is ook je zelfbeeld uitdagen
Wanneer mensen iets willen veranderen, richten ze zich vaak eerst op gedrag.
Ik wil meer sporten.
Ik wil minder piekeren.
Ik wil vaker nee zeggen.
Ik wil minder perfectionistisch zijn.
Dat zijn concrete en zinvolle doelen. Maar soms botst nieuw gedrag met een oud zelfbeeld.
Stel dat iemand zichzelf jarenlang heeft gezien als “degene die altijd klaarstaat voor anderen.” Wanneer die persoon plots grenzen begint te stellen, verandert er niet alleen gedrag. Er ontstaat ook een vraag: wie ben ik als ik niet altijd iedereen help?
Of iemand heeft jarenlang gedacht: “Ik ben nu eenmaal onzeker.” Dan kan een zelfverzekerde keuze vreemd aanvoelen, niet omdat die keuze verkeerd is, maar omdat ze niet past bij het bestaande verhaal over zichzelf.
Daarom vind ik de vraag “Wie ben ik?” soms minder interessant dan: “Welk verhaal over mezelf blijf ik herhalen?” Dat verhaal hoeft niet onmiddellijk vervangen te worden door een overdreven positieve versie. Je hoeft niet van “ik ben onzeker” naar “ik ben de meest zelfverzekerde persoon ter wereld” te gaan. Misschien is een eerlijkere verschuiving:
“Ik merk dat ik in sommige situaties snel aan mezelf twijfel, maar ik kan leren om toch op mijn eigen oordeel te vertrouwen.” Dat geeft ruimte voor ontwikkeling zonder jezelf iets wijs te maken.
De rol van aandacht
Aandacht is een ander belangrijk thema in het werk van Joe Dispenza en vormt ook binnen mindfulness een centraal onderwerp. Onze aandacht is beperkt. We kunnen onmogelijk alles wat rondom en binnen ons gebeurt even sterk registreren. Daardoor beïnvloedt waar onze aandacht naartoe gaat wat we opmerken.
Wie bang is om fouten te maken, merkt fouten sneller op. Wie sterk bezig is met afwijzing, kan extra alert worden op signalen dat iemand afstand neemt. Wie zichzelf voortdurend vergelijkt, ziet gemakkelijk mensen die volgens hem verder staan.
Dat betekent niet dat je simpelweg op positieve dingen moet focussen en problemen vervolgens verdwijnen. Het betekent wel dat het interessant is om jezelf af te vragen: Waar gaat mijn aandacht automatisch naartoe? Misschien merk je dat je na een gesprek vooral nadenkt over die ene zin die je beter had willen formuleren en nauwelijks stilstaat bij de twintig minuten waarin het gesprek gewoon goed liep. Aandacht leren sturen betekent dan niet dat je die fout ontkent. Je probeert alleen te voorkomen dat één detail automatisch je volledige beeld van de situatie bepaalt.
Mindfulness: ruimte tussen impuls en reactie
Daar sluit mindfulness mooi bij aan. Mindfulness gaat niet over het volledig stilzetten van gedachten. Het gaat onder andere over het leren opmerken van gedachten, emoties en lichamelijke gewaarwordingen zonder er onmiddellijk automatisch op te reageren.
Stel dat iemand niet antwoordt op je bericht en je eerste gedachte is: “Ik heb waarschijnlijk iets verkeerd gedaan.” Normaal gesproken kan die gedachte onmiddellijk een hele keten op gang brengen. Je leest het gesprek opnieuw, zoekt naar fouten, begint je af te vragen wat de ander denkt en voelt steeds meer spanning. Met mindfulness probeer je eerst iets veel eenvoudigers te doen: Ik merk dat mijn hoofd nu het verhaal maakt dat ik iets verkeerd heb gedaan. De situatie is niet veranderd. De gedachte is ook niet verdwenen. Maar jij staat er net iets anders tegenover.
En in dat kleine verschil ontstaat keuze. Ga ik het gesprek opnieuw tien keer lezen? Stuur ik onmiddellijk nog een bericht? Of kan ik even verdragen dat ik op dit moment simpelweg niet weet waarom iemand nog niet heeft geantwoord? Dat is geen spectaculaire transformatie. Maar het is precies het soort kleine moment waarop een oud patroon niet volledig automatisch hoeft te worden uitgevoerd.
Verandering is meestal minder spectaculair dan we hopen
Persoonlijke ontwikkeling wordt graag verteld als een groot kantelpunt. Je leest een boek, krijgt een inzicht, neemt een beslissing en vanaf dat moment verandert alles.
Soms bestaan zulke momenten. Maar veel echte verandering ziet er veel minder indrukwekkend uit. Je merkt dat je wilt pleasen en zegt deze keer toch nee. Je voelt de drang om jezelf te verdedigen en wacht even voordat je reageert. Je begint te piekeren en herkent sneller dat je opnieuw hetzelfde scenario analyseert. Je maakt een fout en probeert jezelf niet onmiddellijk volledig af te breken. De eerste keer lijkt dat misschien nauwelijks iets. Maar vervolgens doe je het opnieuw. En opnieuw. Geleidelijk ontdek je dat er tussen een prikkel en je automatische reactie iets is ontstaan wat vroeger nauwelijks aanwezig leek: keuze.
Dat is misschien één van de meest bruikbare manieren om neuroplasticiteit naar het dagelijkse leven te vertalen. Niet als de belofte dat je jezelf volledig kunt transformeren door hard genoeg te denken, maar als het besef dat mensen nieuwe vaardigheden en reacties kunnen leren.
Wat kunnen we dan wél meenemen van Joe Dispenza?
Je hoeft niet iedere wetenschappelijke verklaring van Joe Dispenza te aanvaarden om iets waardevols uit zijn werk mee te nemen. Zijn nadruk op het herkennen van automatische patronen, het bewust worden van je innerlijke verhaal, aandacht en het daadwerkelijk oefenen van ander gedrag sluit aan bij bredere inzichten uit gedragsverandering, mindfulness en leren.
Waar ik voorzichtiger mee zou omgaan, zijn grote uitspraken over het letterlijk herprogrammeren van het brein, het lichaam dat verslaafd raakt aan emoties of gedachten die rechtstreeks je biologische werkelijkheid zouden bepalen. Zulke ideeën klinken krachtig, maar menselijke psychologie en neurowetenschappen zijn ingewikkelder. En eigenlijk hebben we die spectaculaire claims ook helemaal niet nodig. De eenvoudige boodschap is al krachtig genoeg:
Wat je tot vandaag hebt geleerd, hoeft niet alles te bepalen wat je morgen doet.
Je kunt een patroon herkennen.
Je kunt begrijpen waarvoor het ooit diende.
Je kunt merken wanneer het opnieuw verschijnt.
En vervolgens kun je, soms met vallen en opstaan, iets anders oefenen.
Dat is geen magische transformatie. Dat is leren.
Een kleine oefening: welk patroon herhaal jij?
Denk eens aan één situatie die regelmatig terugkomt in je leven. Misschien gaat het over werk, relaties, grenzen, onzekerheid of piekeren.
Probeer niet onmiddellijk te analyseren waarom je zo bent geworden. Kijk eerst eenvoudig naar het patroon zelf.
Wat gebeurt er meestal? Wat denk ik op dat moment? Wat voel ik? Wat doe ik vervolgens? En wat is uiteindelijk het resultaat?
Vraag jezelf daarna af wat je automatische reactie probeert te bereiken. Misschien wil je conflicten voorkomen. Misschien zoek je zekerheid. Misschien wil je goedkeuring. Misschien probeer je controle te houden.
En stel jezelf vervolgens één laatste vraag:
Als ik de volgende keer niet automatisch hetzelfde zou doen, wat zou één kleine andere reactie kunnen zijn?
Niet de perfecte reactie. Niet de persoon die je vanaf morgen wilt worden. Gewoon één andere mogelijkheid. Daar begint verandering vaak.
Wanneer je merkt dat je steeds in dezelfde patronen terechtkomt
Sommige patronen zijn gemakkelijk zelf te herkennen. Andere zijn moeilijker zichtbaar omdat je er middenin zit. Je ziet telkens het probleem van vandaag, maar niet noodzakelijk het patroon dat verschillende situaties met elkaar verbindt.
Tijdens coaching bij Klarvida in Waregem kunnen we samen kijken naar zulke terugkerende patronen. Misschien gaat het over voortdurend piekeren, jezelf wegcijferen, perfectionisme, onzekerheid, grenzen stellen of telkens opnieuw vastlopen in dezelfde soort situaties.
Daarbij kunnen we gebruikmaken van inzichten en oefeningen uit onder andere NLP, mindfulness en positieve psychologie. Niet om je persoonlijkheid weg te werken of je brein te “herprogrammeren”, maar om beter te begrijpen wat er gebeurt en om andere manieren van reageren te oefenen. Soms is het doel niet om een volledig nieuwe versie van jezelf te worden. Soms gaat persoonlijke groei juist over minder automatisch worden en meer kunnen kiezen.
Voel je welkom om vrijblijvend contact op te nemen. Ik luister graag naar jouw verhaal.
Lees ook:
👉 [ Innerlijke groei volgens Elisabeth Kübler-Ross: de weg van zelfinzicht, verlies en transformatie ]
Blog door Klarvida Coaching – voor wie wil leven met helderheid, veerkracht en richting.
.png)





Opmerkingen