top of page

Positief denken zonder jezelf voor de gek te houden

22 sep
10 minuten om te lezen

“Je moet gewoon positief denken.” Het is waarschijnlijk één van de meest goedbedoelde adviezen die je kunt krijgen wanneer je door een moeilijke periode gaat. Toch kan zo’n zin behoorlijk verkeerd binnenkomen. Wanneer je onzeker bent, verdriet hebt, stress ervaart of ergens werkelijk mee worstelt, heb je weinig aan iemand die je vertelt dat je het gewoon van de zonnige kant moet bekijken.


Alsof een positieve gedachte voldoende is om een moeilijke werkelijkheid te veranderen.

Positief denken hoeft gelukkig helemaal niet te betekenen dat je jezelf ervan overtuigt dat alles goed gaat. Het betekent ook niet dat je negatieve gedachten moet vervangen door opgewekte slogans die je zelf nauwelijks gelooft. Een veel bruikbaardere vorm van positief denken begint juist bij het erkennen van wat er werkelijk is en vervolgens onderzoeken of de manier waarop je ernaar kijkt de enige mogelijke manier is.


Er bestaat namelijk een groot verschil tussen positief denken en realistisch hoopvol denken. Het eerste wordt gemakkelijk een verplichting om je goed te voelen. Het tweede laat ruimte voor teleurstelling, angst en onzekerheid, terwijl je tegelijkertijd blijft zoeken naar wat je kunt beïnvloeden, wat je kunt leren en welke volgende stap mogelijk is.


Positief denken - Klarvida Coaching

Positief denken betekent niet dat alles positief moet zijn


Het leven bestaat niet alleen uit ervaringen die we gemakkelijk kunnen ombuigen naar iets positiefs. Mensen verliezen iemand van wie ze houden, relaties lopen stuk, gezondheid kan veranderen, werk kan verdwijnen en plannen waarin je veel vertrouwen had kunnen mislukken. Op zulke momenten kan het zelfs pijnlijk zijn wanneer iemand onmiddellijk probeert uit te leggen wat je daar allemaal uit kunt leren. Niet iedere moeilijke ervaring hoeft meteen een les te worden.


Wanneer iets pijn doet, mag het eerst pijn doen. Wanneer je teleurgesteld bent, hoef je daar niet onmiddellijk dankbaarheid tegenover te zetten. Wanneer je bang bent, betekent dat niet dat je onvoldoende positief denkt.


De vraag is eerder wat er daarna gebeurt. Blijft één ervaring bepalen hoe je naar jezelf, anderen of je toekomst kijkt? Wordt “dit is mislukt” na verloop van tijd “ik ben een mislukkeling”? Wordt “deze persoon wees mij af” uiteindelijk “niemand zal ooit voor mij kiezen”? Of wordt één fout het bewijs dat je nooit iets goed kunt doen? Daar begint positief denken interessanter te worden. Niet omdat je de gebeurtenis mooier moet maken, maar omdat je kunt onderzoeken welke conclusies je eraan hebt verbonden.


Een gedachte kan overtuigend voelen zonder een feit te zijn


Gedachten verschijnen vaak automatisch. Je hoeft er niet bewust voor te kiezen om te denken: “Ik ben niet goed genoeg”, “Dit gaat fout” of “Ze zullen mij vast raar vinden.” Zo’n gedachte kan plots aanwezig zijn en onmiddellijk een gevoel oproepen.

Omdat gedachten in onze eigen stem verschijnen, behandelen we ze gemakkelijk alsof ze betrouwbare informatie bevatten. Maar een gedachte is niet automatisch een feit. Ze kan gebaseerd zijn op eerdere ervaringen, verwachtingen, angst, zelfkritiek of de stemming waarin je je op dat moment bevindt.


Dat betekent ook niet dat je iedere negatieve gedachte moet bestrijden. Wanneer je hoofd zegt “dit wordt moeilijk”, kan dat gewoon een realistische inschatting zijn. Wanneer je denkt “ik ben zenuwachtig voor dat gesprek”, hoef je daar niets positiefs van te maken.

Interessanter wordt het wanneer een gedachte absoluut wordt. Woorden als altijd, nooit, iedereen, niemand, moeten en kunnen niet kunnen aanwijzingen zijn dat je hoofd een complexe werkelijkheid heel klein heeft gemaakt.

“Ik heb dit niet goed aangepakt” is iets anders dan “ik verpest altijd alles.”

“Deze persoon vindt mij niet leuk” is iets anders dan “niemand vindt mij interessant.”

“Ik weet nog niet hoe ik dit moet oplossen” is iets anders dan “ik kan dit niet.”

Dat onderscheid lijkt klein, maar het verandert de ruimte die je jezelf geeft.


Je hoeft negatieve gedachten niet te vervangen


Er wordt vaak geadviseerd om een negatieve gedachte onmiddellijk te vervangen door een positieve. Dat klinkt logisch, maar werkt niet altijd. Wanneer je diep vanbinnen overtuigd bent dat je iets niet kunt en jezelf vervolgens vertelt “ik kan alles wat ik wil”, ontstaat er vooral een botsing tussen wat je zegt en wat je werkelijk gelooft.

Een geloofwaardige gedachte ligt vaak ergens tussen beide uitersten.


Wanneer je denkt “ik ga dit zeker verpesten”, hoef je daar niet van te maken “dit gaat fantastisch.” Je kunt jezelf ook zeggen: “Ik vind dit spannend en ik weet nog niet hoe het zal verlopen. Ik kan mij voorbereiden en daarna zien wat er gebeurt.”

Wanneer de gedachte “ik ben niet goed genoeg” opkomt, hoef je jezelf niet onmiddellijk te overtuigen dat je geweldig bent. Je kunt onderzoeken: “Waarop baseer ik deze conclusie eigenlijk? Gaat dit over mijn volledige persoon, of over iets waarmee ik op dit moment moeite heb?”


Dat is minder spectaculair dan een positieve affirmatie, maar vaak veel geloofwaardiger. En juist een gedachte die je werkelijk kunt aannemen, kan meer ruimte creëren dan een uitspraak die je alleen probeert te geloven.


Herkaderen betekent niet dat je alles mooi moet maken


Binnen NLP wordt vaak gewerkt met herkaderen: onderzoeken of een situatie vanuit een ander perspectief bekeken kan worden. Dat kan waardevol zijn zolang herkaderen niet betekent dat iedere negatieve ervaring verplicht in iets positiefs moet veranderen.

Wanneer iets mislukt, kun je onderzoeken wat je ervan hebt geleerd. Maar je mag ook erkennen dat je teleurgesteld bent. Wanneer een relatie eindigt, kun je na verloop van tijd ontdekken wat je over jezelf hebt geleerd, zonder te hoeven besluiten dat de breuk daarom “goed” was.


Een bruikbare herkadering verandert de feiten niet. Ze verandert de vraag die je bij die feiten stelt. In plaats van “Waarom overkomt mij dit altijd?” kun je bijvoorbeeld onderzoeken: “Wat ligt hierin binnen mijn invloed?” In plaats van “Waarom kan ik dit niet?” wordt de vraag: “Wat heb ik nodig om hierin een volgende stap te zetten?” En in plaats van “Wat is er mis met mij?” kan er ruimte ontstaan voor: “Wat gebeurt er in mij wanneer ik in deze situatie terechtkom?” Dat is voor mij de waarde van herkaderen. Niet jezelf een mooier verhaal vertellen, maar meer dan één verhaal mogelijk maken.


Mindfulness: een gedachte leren opmerken zonder haar onmiddellijk te volgen


Een andere manier om met negatieve gedachten om te gaan is juist om er minder mee te doen. Mindfulness draait niet om je hoofd leegmaken of alleen positieve gedachten toelaten. Je oefent om op te merken wat er in je aandacht verschijnt zonder daar onmiddellijk volledig in mee te gaan.


Je merkt bijvoorbeeld: “Ik heb de gedachte dat ik dit niet aankan.” Alleen die formulering creëert al een klein verschil met “Ik kan dit niet aan.” In het eerste geval merk je een gedachte op. In het tweede geval is de gedachte de werkelijkheid geworden.

Dat betekent niet dat de gedachte verdwijnt. Het doel is ook niet om haar weg te krijgen. Je leert vooral dat je niet iedere gedachte hoeft op te lossen, te geloven of verder uit te werken.


Dat kan bijzonder relevant zijn bij piekeren. Eén gedachte roept een tweede op, daarna een derde, en voor je het weet ben je twintig minuten bezig met een gesprek dat nog niet heeft plaatsgevonden of een probleem dat op dit moment niet opgelost kan worden.

Mindfulness kan je helpen om dat proces eerder op te merken en je aandacht opnieuw terug te brengen naar wat er daadwerkelijk gebeurt.


Visualisatie is geen garantie op succes


Visualisatie wordt vaak voorgesteld alsof je je brein kunt programmeren door een gewenste toekomst levendig genoeg voor te stellen. Dat maakt de techniek groter dan ze hoeft te zijn.

Mentaal oefenen kan wel degelijk nuttig zijn. Sporters, muzikanten en andere performers gebruiken bijvoorbeeld mentale voorstelling als aanvulling op echte voorbereiding. Je kunt hetzelfde principe gebruiken wanneer je opziet tegen een gesprek, presentatie of andere concrete situatie.


Stel je niet alleen voor dat alles perfect verloopt. Dat kan zelfs weinig bruikbaar zijn wanneer de werkelijkheid anders loopt. Visualiseer liever hoe je wilt handelen. Hoe wil je spreken wanneer je zenuwachtig wordt? Hoe wil je reageren wanneer iemand kritisch is? Wat wil je onthouden wanneer je even blokkeert? Daarmee wordt visualisatie geen fantasie over gegarandeerd succes, maar een vorm van mentale voorbereiding.


Je kunt jezelf bijvoorbeeld voor een moeilijk gesprek voorstellen terwijl je rustig blijft ademen, je grens duidelijk formuleert en niet onmiddellijk in verdediging schiet. Het doel is niet dat het gesprek daarna precies zo verloopt. Je maakt voor jezelf duidelijk welk gedrag je wilt proberen wanneer het moment er werkelijk is.


Dankbaarheid verbreedt je aandacht


Ook dankbaarheid kan binnen dit onderwerp een plaats krijgen, zolang ze niet wordt gebruikt om negatieve gedachten te verdringen. Wanneer je hoofd voortdurend bezig is met wat fout loopt, kan het helpen om bewust ook aandacht te geven aan wat steun, plezier of betekenis biedt.


Dat kan heel klein zijn. Een rustig moment in de ochtend, iemand die oprecht naar je luisterde, een wandeling, een goede maaltijd of het feit dat je iets hebt gedaan waar je al lang tegenop zag.


Je hoeft jezelf daarmee niet te vertellen dat alles goed is. De interessante vraag is: “Wat was er vandaag naast het moeilijke nog aanwezig?” Dankbaarheid maakt je blik daarmee niet noodzakelijk positiever, maar wel breder. Je probleem blijft bestaan, alleen is het niet langer het enige wat je aandacht krijgt.


Positief denken gaat ook over de taal die je tegen jezelf gebruikt


De manier waarop we tegen onszelf spreken kan een moeilijke ervaring groter of kleiner maken. Dat merk je vooral wanneer je jezelf beschrijft in plaats van wat er gebeurd is.

Er bestaat een groot verschil tussen “ik heb iets doms gedaan” en “ik ben dom.” Tussen “ik voel mij vandaag onzeker” en “ik ben onzeker.” Tussen “ik heb moeite om hiermee om te gaan” en “ik ben zwak.” In de eerste formulering beschrijf je een ervaring. In de tweede maak je van die ervaring een identiteit.


Wanneer je merkt dat je vaak “ik ben…” gebruikt voor iets waar je eigenlijk tijdelijk mee worstelt, kun je proberen de zin iets nauwkeuriger te maken. Niet om jezelf te sparen, maar omdat nauwkeurige taal meestal dichter bij de werkelijkheid ligt.

Je bent niet iedere gedachte die door je hoofd gaat. Je bent ook niet iedere fout die je hebt gemaakt of iedere moeilijke periode waarin je hebt gezeten.


Positief denken betekent niet dat je volledige controle hebt


Het idee dat we met de juiste mindset alles kunnen veranderen klinkt aantrekkelijk, maar kan ook zwaar worden. Want wanneer iets dan níét lukt, lijkt het alsof je blijkbaar niet positief genoeg hebt gedacht. We hebben niet overal controle over. Andere mensen maken hun eigen keuzes. Omstandigheden kunnen veranderen. Je lichaam heeft grenzen. Pech bestaat. Verlies bestaat. Onrecht bestaat.


Waar je vaak wel invloed op hebt, is hoe je op een situatie reageert, welke betekenis je eraan geeft, welke hulp je vraagt en welke volgende stap je zet. Daarom vind ik mentale flexibiliteit uiteindelijk interessanter dan positief denken. Het vermogen om te erkennen wat er is, je eerste interpretatie te onderzoeken en vervolgens te zoeken naar een reactie die past bij de werkelijkheid én bij wie je wilt zijn. Dat kan positief zijn. Het kan ook verdrietig, voorzichtig, boos of onzeker zijn. Zolang het maar echt is.


Een eenvoudige oefening wanneer je hoofd negatief wordt


Wanneer je merkt dat één gedachte blijft terugkomen, schrijf haar dan letterlijk op. Niet de hele situatie, maar precies de zin die je hoofd telkens herhaalt. Bijvoorbeeld: “Ik ga dit verpesten.” Vraag jezelf vervolgens waarop je die gedachte baseert. Welke feiten ondersteunen haar en welke feiten passen er niet helemaal bij? Kijk daarna of er woorden als altijd, nooit, iedereen of niemand in verborgen zitten en probeer de gedachte zo nauwkeurig mogelijk te formuleren.


“Ik ga dit verpesten” kan bijvoorbeeld veranderen in: “Ik ben bang dat ik fouten zal maken omdat deze situatie nieuw voor mij is.” Dat klinkt nog steeds niet bijzonder positief. Maar het is wel veel bruikbaarder. Angst voor fouten kun je onderzoeken. Je kunt je voorbereiden, advies vragen, oefenen of accepteren dat je iets nog aan het leren bent. Tegen de absolute overtuiging “ik ga dit verpesten” valt nauwelijks iets te doen.

De bedoeling van deze oefening is daarom niet dat iedere negatieve gedachte eindigt in een positieve zin. Het doel is dat je van een automatische conclusie teruggaat naar een meer volledige en werkbare werkelijkheid.


Je hoeft geen positief mens te worden


Er bestaat geen verplichting om iemand te worden die altijd optimistisch naar het leven kijkt. Ook voorzichtigheid, twijfel, kritisch denken en het vermogen om risico’s te zien hebben hun waarde.Het wordt vooral lastig wanneer je gedachten je wereld steeds kleiner maken. Wanneer je door zelfkritiek niet meer probeert, door angst iedere onzekerheid vermijdt of door piekeren voortdurend probeert controle te krijgen over dingen die nog niet gebeurd zijn.


Dan kan het waardevol zijn om anders met gedachten te leren omgaan. Niet door je brein te “herprogrammeren” tot een positievere versie van jezelf, maar door steeds beter te herkennen wat een gedachte eigenlijk is: een interpretatie die je kunt onderzoeken, serieus kunt nemen wanneer dat nodig is en ook kunt loslaten wanneer ze je niet verder helpt.

Dat geeft veel meer vrijheid dan jezelf verplichten om positief te denken.


Hoe ik hiermee werk binnen Klarvida


Binnen coaching bij Klarvida kijken we niet alleen naar wat je denkt, maar vooral naar wat bepaalde gedachten met je doen. Welke overtuigingen keren terug? In welke situaties wordt je innerlijke criticus sterker? Waar vul je dingen voor anderen in? Welke gedachte zorgt ervoor dat je een grens niet uitspreekt, een keuze blijft uitstellen of jezelf kleiner maakt dan nodig?


Afhankelijk van wat bij jou past, kunnen we daarbij gebruikmaken van vragen en oefeningen uit NLP, mindfulness en positieve psychologie. NLP kan helpen om taal, interpretaties en overtuigingen te onderzoeken. Mindfulness kan helpen om gedachten eerder op te merken zonder er onmiddellijk in mee te gaan. Positieve psychologie kan aandacht geven aan sterke kanten, betekenis, relaties en wat bijdraagt aan welzijn.


Geen van die methodes is bedoeld om moeilijke emoties weg te werken of je te leren dat je alleen maar positief moet denken. Ze zijn hulpmiddelen om jezelf beter te begrijpen en meer keuze te krijgen in hoe je reageert. De methode staat niet centraal. Jij wel.

Wanneer je hoofd maar blijft doorgaan


Wanneer negatieve gedachten af en toe opkomen, hoort dat bij het mens-zijn. Wanneer je echter merkt dat dezelfde gedachten voortdurend terugkeren, je veel overdenkt, streng bent voor jezelf of moeilijk afstand kunt nemen van wat je hoofd vertelt, kan het helpen om daar samen naar te kijken.


Bij Klarvida in Waregem begeleid ik mensen onder andere rond piekeren, stress, onzekerheid, zelfvertrouwen en terugkerende patronen. We vertrekken vanuit wat er bij jou speelt en onderzoeken wat je nodig hebt om opnieuw meer rust en helderheid te ervaren.

Wil je eerst ontdekken of mijn manier van begeleiden bij je past, dan kun je gratis en vrijblijvend kennismaken. Je vertelt kort wat er speelt, ik luister en we bekijken samen of coaching voor jou een passende volgende stap kan zijn. Je bent daarna nergens toe verplicht.


Lees ook:

Opmerkingen


Contact & Vrijblijvend kennismaken 

Je kan eerst vrijblijvend kennismaken: Je vertelt kort wat er speelt, ik luister en we bekijken samen of mijn manier van begeleiden bij jou past. Ik reageer doorgaans binnen 24 uur.

Bedankt voor je bericht!

  • Instagram
  • Whatsapp
  • Facebook

Therapeut & Coach Waregem
Gespecialiseerd in stress, burn-out, piekeren en persoonlijke groei.

Vandewoestijnelaan 20/26

8790 Waregem

info@klarvida.be

BTW: BE0649.545.454

bottom of page