The Mountain Is You van Brianna Wiest: waarom we onszelf tegenhouden en hoe patronen kunnen veranderen
Er zijn momenten waarop je heel goed weet wat je wilt en toch precies het tegenovergestelde lijkt te doen. Je wilt meer rust, maar vult iedere vrije ruimte opnieuw met verplichtingen. Je verlangt naar een gezonde relatie, maar merkt dat je telkens in vergelijkbare dynamieken terechtkomt. Je wilt een grens aangeven, maar zegt opnieuw ja. Je hebt een idee waar je enthousiast over bent, maar blijft het uitstellen. Of je krijgt eindelijk een kans waarop je lang hebt gewacht en begint plots te twijfelen aan jezelf.
Dat kan behoorlijk frustrerend zijn, vooral wanneer je rationeel perfect begrijpt wat beter voor je zou zijn. We noemen het dan gemakkelijk zelfsabotage: alsof er ergens in ons een deel zit dat bewust alles probeert kapot te maken wat we willen opbouwen. Maar wat als dat gedrag niet zo onlogisch is als het op het eerste gezicht lijkt? Wat als er achter uitstelgedrag, perfectionisme, controle of jezelf klein houden ook een reden zit die je nog niet volledig begrijpt?
Dat is een van de centrale ideeën in The Mountain Is You van Brianna Wiest. De titel verwijst naar de metafoor van een berg die overwonnen moet worden, waarbij de grootste hindernis niet noodzakelijk buiten ons ligt. Wiest richt haar aandacht vooral op de innerlijke patronen die verandering moeilijk kunnen maken. Haar boek is geen wetenschappelijk handboek over psychologie, maar een boek over persoonlijke ontwikkeling. Toch bevat het een aantal interessante ideeën die kunnen helpen om anders naar terugkerend gedrag te kijken.
Niet vanuit de vraag “Wat is er mis met mij?”, maar vanuit een veel interessantere vraag: “Waarom doe ik dit, terwijl een ander deel van mij iets anders wil?”

Waarom doen we dingen waarvan we weten dat ze ons niet helpen?
Mensen handelen lang niet altijd volgens wat ze rationeel het beste vinden. We stellen uit wat belangrijk voor ons is, blijven langer dan goed voor ons is in bepaalde situaties, vermijden moeilijke gesprekken en vallen terug in gewoontes waarvan we ons hadden voorgenomen ze te veranderen. Dat betekent niet automatisch dat we onvoldoende gemotiveerd zijn. Gedrag wordt beïnvloed door veel meer dan bewuste intenties alleen. Gewoonte, onzekerheid, eerdere ervaringen, verwachtingen, angst voor mogelijke gevolgen en de directe beloning of opluchting van bepaald gedrag kunnen allemaal meespelen.
Neem uitstelgedrag. Van buitenaf lijkt het eenvoudig: je weet dat iets moet gebeuren en doet het toch niet. Maar achter dat uitstel kunnen heel verschillende processen zitten. De taak kan overweldigend aanvoelen, je kunt bang zijn dat het resultaat niet goed genoeg zal zijn, je weet niet waar je moet beginnen of je voelt zoveel druk dat vermijden tijdelijk opluchting geeft. Die opluchting kan ervoor zorgen dat je het gedrag later opnieuw gebruikt. Niet omdat uitstellen goed voor je is, maar omdat het op korte termijn iets onaangenaams vermindert.
Hetzelfde kan gebeuren bij grenzen. Je weet dat je nee wilt zeggen, maar zegt toch ja. Wanneer je alleen naar het gedrag kijkt, lijkt het alsof je jezelf tegenwerkt. Wanneer je verder kijkt, kan er een andere logica verschijnen: je wilt conflict vermijden, bent bang iemand teleur te stellen of hebt geleerd dat behulpzaam zijn belangrijk is om waardering te krijgen. De oplossing wordt dan niet noodzakelijk “ik moet sterker worden”. Eerst begrijpen wat die ja voor jou probeert te voorkomen kan veel interessanter zijn.
Zelfsabotage is vaak een te eenvoudig woord
Het woord zelfsabotage suggereert dat er één deel van jou vooruit wil en een ander deel doelbewust de rem aantrekt. Dat beeld kan herkenbaar zijn, maar het risico bestaat dat je opnieuw tegenover jezelf komt te staan. Je hebt dan niet alleen een probleem, je bent ook degene die het blijkbaar voortdurend veroorzaakt.
Brianna Wiest nodigt in haar boek uit om daar anders naar te kijken. Gedrag dat vandaag beperkend is, kan ooit begrijpelijk zijn geweest binnen een andere context. Perfectionisme kan bijvoorbeeld samengaan met de overtuiging dat fouten maken gevaarlijk is voor je waardering of zelfbeeld. Controle kan toenemen wanneer onzekerheid moeilijk te verdragen is. Pleasen kan een manier worden om conflicten en afwijzing te vermijden. Jezelf klein houden kan minder bedreigend voelen dan zichtbaar worden en daarmee ook kritiek of mislukking riskeren.
Dat betekent niet dat ieder patroon uit een diep verborgen trauma of beschermingsmechanisme moet voortkomen. Mensen ontwikkelen gedrag om allerlei redenen en niet iedere gewoonte heeft een ingewikkelde oorsprong. Maar wanneer hetzelfde patroon telkens terugkomt terwijl je bewust iets anders wilt, kan het waardevol zijn om niet alleen te vragen hoe je ermee stopt, maar ook wat het gedrag je op korte termijn oplevert of helpt vermijden. Die vraag verandert de toon volledig. Je bent niet langer in oorlog met jezelf. Je wordt nieuwsgierig naar jezelf.
De overtuigingen die onder gedrag kunnen liggen
Onder terugkerend gedrag kunnen ook overtuigingen liggen die we zo vaak hebben gedacht dat we ze nauwelijks nog als gedachten herkennen. Ik ben niet goed genoeg. Ik moet het iedereen naar de zin maken. Ik mag geen fouten maken. Ik moet sterk zijn. Als ik mezelf echt laat zien, zullen mensen mij afwijzen. Ik moet alles onder controle houden.
Zulke overtuigingen ontstaan niet noodzakelijk op één duidelijk moment. Ze kunnen geleidelijk gevormd worden door ervaringen, opvoeding, relaties, succes, afwijzing en de betekenis die je zelf aan gebeurtenissen hebt gegeven. Een kind dat vooral complimenten krijgt wanneer het uitstekend presteert, hoeft bijvoorbeeld niet automatisch perfectionistisch te worden. Maar het kan wel de conclusie ontwikkelen dat presteren sterk verbonden is met waardering. Iemand die regelmatig conflict heeft meegemaakt kan later extra gevoelig worden voor spanning in relaties. Dat zijn geen vaste wetten, maar mogelijke manieren waarop ervaringen en interpretaties elkaar kunnen beïnvloeden.
Het interessante aan overtuigingen is dat ze invloed kunnen hebben op waar je aandacht naartoe gaat en hoe je situaties interpreteert. Wanneer je diep overtuigd bent dat anderen je uiteindelijk zullen afwijzen, kan een korte reactie op een bericht veel zwaarder binnenkomen dan wanneer je die verwachting niet hebt. Wanneer je gelooft dat fouten betekenen dat je tekortschiet, voelt een gewone correctie al snel persoonlijk.
Daarom is het belangrijk om onderscheid te maken tussen wat er gebeurt en wat je concludeert dat het betekent. Een overtuiging kan heel echt voelen zonder daarom een volledige beschrijving van de werkelijkheid te zijn.
Zelfbewustzijn begint met kijken zonder onmiddellijk te oordelen
Een van de waardevolste thema’s uit The Mountain Is You is het belang van zelfobservatie. Wanneer iets telkens opnieuw gebeurt, reageren we gemakkelijk met frustratie. Waarom doe ik dit nu alweer? Waarom kan ik niet gewoon veranderen? Waarom trek ik altijd hetzelfde aan? Alleen zorgt die veroordeling er vaak voor dat we sneller naar een verklaring zoeken waarmee we onszelf opnieuw vastzetten: zo ben ik nu eenmaal.
Nieuwsgierigheid opent een andere mogelijkheid. Je kunt onderzoeken wat er vlak vóór het gedrag gebeurt. Wat voel je wanneer je begint uit te stellen? Welke gedachte komt op voordat je automatisch ja zegt? Wat verwacht je dat er zal gebeuren wanneer je een grens stelt? Wat gebeurt er wanneer je eindelijk rust hebt? Kun je daarvan genieten, of begint je hoofd onmiddellijk nieuwe taken te zoeken?
Daarbij hoeft niet iedere vraag onmiddellijk een diep antwoord te krijgen. Zelfbewustzijn betekent niet dat je voortdurend je jeugd moet analyseren of achter iedere handeling een verborgen betekenis moet zoeken. Het betekent vooral dat je leert herkennen welke patronen terugkeren en onder welke omstandigheden ze sterker worden. Alleen dat kan al een belangrijke verschuiving zijn, omdat automatisch gedrag minder automatisch wordt zodra je het eerder begint op te merken.
Emoties zijn informatie, maar geen onfeilbare instructies
Wiest besteedt veel aandacht aan emoties en het belang van niet voortdurend weglopen van wat je voelt. Ook daar zit een bruikbaar onderscheid. Een emotie hoeft niet onmiddellijk opgelost, weggeademd of positief herkaderd te worden. Verdriet mag verdriet zijn, boosheid mag gevoeld worden en angst hoeft niet onmiddellijk te verdwijnen voordat je verder kunt.
Tegelijk vertelt een emotie niet altijd letterlijk wat je moet doen. Angst kan wijzen op werkelijk gevaar, maar kan ook ontstaan wanneer je iets nieuws doet. Boosheid kan aangeven dat een grens geraakt wordt, maar betekent niet automatisch dat de ander fout zit. Schuldgevoel kan ontstaan omdat je iets hebt gedaan waar je spijt van hebt, maar ook omdat je voor het eerst een grens stelt en iemand anders daar niet blij mee is.
Daarom kan het helpen om emoties niet te behandelen als vijanden, maar ook niet als bevelen. Je kunt luisteren naar wat je voelt en vervolgens onderzoeken wat je ermee wilt doen. Wat vertelt deze emotie mij? Wat zijn de feiten? Wat heb ik nodig? En welk gedrag past bij wie ik wil zijn? Die ruimte tussen voelen en handelen is een belangrijk onderdeel van persoonlijke groei.
Perfectionisme, controle en uitstelgedrag zijn niet hetzelfde
In persoonlijke-ontwikkelingsboeken worden verschillende patronen gemakkelijk onder één grote noemer geplaatst, terwijl het nuttig kan zijn om ze afzonderlijk te bekijken. Perfectionisme, controle, pleasen en uitstelgedrag kunnen elkaar beïnvloeden, maar ze hebben niet noodzakelijk dezelfde oorzaak. Iemand kan uitstellen uit angst om te falen, maar evengoed omdat een taak saai, onduidelijk of overweldigend is. Iemand kan veel controle zoeken vanuit onzekerheid, maar ook gewoon omdat hij sterk behoefte heeft aan structuur.
Daarom geloof ik niet zozeer in één universele verklaring voor zelfsabotage. Interessanter is om naar jouw specifieke patroon te kijken. Wanneer gebeurt het? Wat gaat eraan vooraf? Wat doe je precies? Wat levert het onmiddellijk op? En wat kost het je op langere termijn?
Daarmee wordt een vaag probleem ineens concreter. “Ik saboteer mezelf” is moeilijk te veranderen. “Wanneer ik bang ben dat mijn werk niet goed genoeg zal zijn, blijf ik eraan sleutelen en stel ik het moment waarop ik het moet tonen uit” is veel specifieker. En wat specifiek wordt, kan ook veel gerichter onderzocht worden.
Groei vraagt niet dat angst eerst verdwijnt
Een ander sterk thema uit The Mountain Is You is dat verandering ongemakkelijk kan zijn. Wanneer je jarenlang op een bepaalde manier hebt gereageerd, voelt ander gedrag niet automatisch natuurlijk alleen omdat het beter voor je is. De eerste keer dat je nee zegt waar je vroeger altijd ja zei, kan schuldgevoel ontstaan. Wanneer je stopt met alles controleren, kun je juist meer onzekerheid voelen. Wanneer je jezelf zichtbaar maakt, kan de angst voor kritiek toenemen.
We interpreteren dat ongemak gemakkelijk als een teken dat we verkeerd bezig zijn. Dit voelt niet goed, dus dit past blijkbaar niet bij mij. Maar nieuw gedrag kan onwennig voelen precies omdat het nieuw is. Dat betekent niet dat je ieder ongemak moet negeren of jezelf voortdurend buiten je grenzen moet duwen. Het betekent wel dat een onaangenaam gevoel op zichzelf niet altijd voldoende informatie geeft om te bepalen of je moet stoppen.
Emotionele veerkracht gaat voor mij daarom niet over altijd sterk blijven. Het gaat eerder over het vermogen om ongemak te ervaren zonder dat ieder ongemakkelijk gevoel onmiddellijk bepaalt wat je doet. Je kunt onzeker zijn en toch een gesprek voeren. Je kunt bang zijn en toch een kleine stap zetten. Je kunt verdriet voelen en tegelijkertijd voor jezelf blijven zorgen.
Van inzicht naar ander gedrag
Zelfkennis is waardevol, maar inzicht alleen verandert niet automatisch een patroon. Je kunt perfect begrijpen waarom je altijd te veel verantwoordelijkheid opneemt en het de volgende dag opnieuw doen. Je kunt weten dat perfectionisme je uitput en toch tot middernacht blijven sleutelen aan iets dat eigenlijk al goed genoeg was.
Daarom moet inzicht uiteindelijk verbonden worden met gedrag. Niet noodzakelijk met een spectaculaire verandering, maar met kleine momenten waarop je iets anders probeert. Je zegt één keer “ik denk er even over na” in plaats van onmiddellijk ja. Je verstuurt iets wanneer het goed genoeg is in plaats van nog twee uur te corrigeren. Je merkt dat je naar je telefoon grijpt omdat je een onaangenaam gevoel wilt vermijden en blijft dertig seconden bij dat gevoel voordat je beslist wat je doet. Die momenten lijken klein, maar ze zijn concreet. Je bent niet langer alleen bezig met begrijpen wie je bent; je verzamelt nieuwe ervaringen van wat je óók kunt doen.
NLP en mindfulness: niet jezelf herschrijven, maar jezelf beter leren begrijpen
Binnen coaching kunnen verschillende methodes helpen om patronen zichtbaarder te maken. Vanuit NLP kun je bijvoorbeeld kijken naar taal, overtuigingen en de betekenissen die je aan situaties geeft. Wanneer iemand voortdurend denkt “ik moet dit perfect doen”, kun je onderzoeken waar dat moeten vandaan komt, wat die persoon verwacht dat er gebeurt wanneer iets niet perfect is en welke andere formulering realistischer zou zijn.
Dat betekent niet dat je met een paar zinnen je onderbewustzijn kunt herprogrammeren. Het interessante zit juist in het bewust onderzoeken van een interpretatie die zo vertrouwd is geworden dat je haar niet meer bevraagt. “Ik moet dit perfect doen” kan bijvoorbeeld veranderen in “ik wil dit goed doen en ik mag onderweg fouten maken.” Dat klinkt minder spectaculair, maar kan veel geloofwaardiger en bruikbaarder zijn.
Mindfulness voegt daar iets anders aan toe. Je leert gedachten en gevoelens eerder opmerken zonder onmiddellijk volledig met ze samen te vallen. Er bestaat een subtiel maar belangrijk verschil tussen “ik kan dit niet” en “ik merk dat ik nu de gedachte heb dat ik dit niet kan.” De gedachte verdwijnt daardoor niet noodzakelijk, maar er ontstaat wel een kleine ruimte waarin je kunt beslissen wat je ermee doet.
Een oefening om een terugkerend patroon te onderzoeken
Kies één patroon dat regelmatig terugkomt en probeer het niet meteen te veranderen. Beschrijf eerst zo concreet mogelijk wat er gebeurt. Niet “ik saboteer mijn relaties”, maar bijvoorbeeld: “wanneer iemand dichterbij komt, begin ik meer afstand te nemen en zoek ik redenen waarom het toch niet zal werken.” Niet “ik ben perfectionistisch”, maar: “ik blijf taken aanpassen omdat ik bang ben dat anderen fouten zullen zien.”
Kijk daarna naar het moment vlak vóór het gedrag. Wat voel je? Welke gedachte verschijnt? Wat verwacht je dat er kan gebeuren? Onderzoek vervolgens wat het gedrag je op korte termijn geeft. Opluchting? Controle? Minder kans op kritiek? Minder spanning? En kijk daarna naar de prijs op langere termijn. Misschien vermijd je tijdelijk onzekerheid, maar blijf je tegelijk vastzitten. Misschien voorkom je een conflict door geen grens te stellen, maar ontstaat er later frustratie. Vraag jezelf ten slotte niet hoe je het volledige patroon voor altijd kunt oplossen, maar: “Wat zou één kleine andere reactie kunnen zijn wanneer dit opnieuw gebeurt?” Daarmee verschuift je aandacht van jezelf analyseren naar experimenteren met ander gedrag.
Je bent niet je patroon
Misschien is dat uiteindelijk één van de waardevolste manieren om The Mountain Is You te lezen. Niet als bewijs dat jij je eigen grootste probleem bent, maar als uitnodiging om te kijken naar wat zich binnen jou herhaalt. Een patroon kan jarenlang aanwezig zijn en toch niet je identiteit zijn. Een overtuiging kan vertrouwd voelen en toch onderzocht worden. Gedrag kan ooit begrijpelijk zijn geweest en vandaag niet langer passen bij het leven dat je wilt leiden.
Persoonlijke groei betekent daarom niet noodzakelijk dat je een volledig nieuwe versie van jezelf moet worden. Het kan ook betekenen dat je steeds beter leert onderscheiden wat werkelijk bij jou past en wat je vooral bent blijven herhalen. Je hoeft jezelf daarbij niet eerst volledig te begrijpen voordat je iets kunt veranderen. Vaak ontstaat begrip juist terwijl je kleine dingen anders begint te doen.
De berg uit de titel hoeft dan ook niet iets te zijn wat je met brute kracht moet overwinnen. Je kunt haar leren kennen. Je kunt ontdekken waar het steil wordt, waar je telkens terugkeert en waar je automatisch dezelfde route neemt. En vervolgens kun je stap voor stap onderzoeken of er ook een andere weg mogelijk is.
Wanneer je merkt dat je telkens in dezelfde patronen terechtkomt
Veel mensen komen bij Klarvida niet omdat ze totaal niet weten wat ze willen, maar juist omdat ze merken dat weten alleen niet voldoende is. Ze begrijpen rationeel dat ze meer grenzen nodig hebben, minder streng voor zichzelf willen zijn, meer rust nodig hebben of bepaalde patronen willen doorbreken, maar merken dat ze in concrete situaties opnieuw in hetzelfde gedrag terechtkomen.
Binnen coaching kijken we samen naar wat er op zulke momenten gebeurt. Welke gedachten, verwachtingen en overtuigingen spelen mee? Wat probeer je te vermijden of onder controle te houden? Wat heb je nodig om een andere reactie mogelijk te maken? Afhankelijk van jouw hulpvraag kunnen we daarbij gebruikmaken van inzichten en oefeningen uit NLP, mindfulness en positieve psychologie. Niet om je persoonlijkheid te veranderen of je onderbewustzijn te “herprogrammeren”, maar om meer zicht te krijgen op patronen en meer keuze te ervaren in hoe je ermee omgaat.
Wil je eerst ontdekken of mijn manier van begeleiden bij je past? Dan kun je gratis en vrijblijvend kennismaken. Je vertelt kort wat er speelt, ik luister en we bekijken samen of coaching voor jou een passende volgende stap kan zijn. Je bent daarna nergens toe verplicht.
Lees ook:
.png)



Opmerkingen