Overprikkeld in een wereld die nooit stilstaat: hoe je meer rust, focus en mentale ruimte creëert
Je hoeft tegenwoordig niet eens een uitzonderlijk druk leven te leiden om het gevoel te krijgen dat je hoofd voortdurend bezig is. Een bericht verschijnt op je telefoon terwijl je een e-mail probeert af te werken, ondertussen denk je aan wat je straks nog moet doen en voor je het weet heb je drie apps geopend zonder nog precies te weten waarom je je telefoon vastnam. Op het werk wisselen gesprekken, taken en meldingen elkaar af, thuis wachten andere verantwoordelijkheden en zelfs de momenten die vroeger vanzelf pauzes waren, vullen we gemakkelijk met nieuws, sociale media, podcasts of berichten. Er komt voortdurend informatie binnen, terwijl echte momenten waarop onze aandacht nergens naartoe hoeft steeds schaarser kunnen worden.
Dat maakt het verleidelijk om te denken dat we allemaal simpelweg moeten leren omgaan met méér prikkels. Maar mentale gezondheid gaat niet over jezelf trainen tot iemand die onbeperkt informatie, drukte en verwachtingen aankan. Het gaat ook over herkennen wanneer je systeem te veel moet verwerken, begrijpen waar je aandacht en energie naartoe gaan en ruimte durven creëren voordat je volledig uitgeput raakt. In Het Nieuwe Mentaal beschrijft Elke Geraerts hoe belangrijk mentale veerkracht, aandacht en bewust omgaan met onze cognitieve belasting zijn in een wereld die voortdurend een beroep op ons doet. Dat vormt een interessant uitgangspunt, zolang we er geen nieuw optimalisatieproject van maken waarin je ook je rust nog perfect moet leren uitvoeren.

Wat betekent overprikkeling eigenlijk?
We gebruiken het woord overprikkeld tegenwoordig gemakkelijk wanneer alles even te veel wordt. Het is geen specifieke diagnose op zichzelf, maar het beschrijft wel een herkenbare ervaring: er komt op een bepaald moment meer informatie, sociale interactie, geluid, emotionele belasting of mentale druk binnen dan je comfortabel kunt verwerken. Je kunt daardoor sneller geïrriteerd raken, moeite krijgen om je te concentreren, behoefte voelen om je terug te trekken of merken dat zelfs een kleine extra vraag plots buitenproportioneel zwaar aanvoelt. Wat normaal weinig moeite kost, wordt dan ineens die ene prikkel te veel.
Daarbij gaat het niet alleen om zichtbare prikkels zoals lawaai, drukke ruimtes of meldingen op je telefoon. Ook gedachten zijn belasting. Een moeilijke beslissing die al dagen door je hoofd speelt, spanningen in een relatie, financiële zorgen, onzekerheid over je werk, een lange lijst onafgewerkte taken of voortdurend rekening houden met anderen kunnen allemaal mentale ruimte innemen. Iemand kan daardoor in een stille kamer zitten en zich toch volledig overprikkeld voelen. Omgekeerd kan iemand op een druk evenement staan en zich uitstekend voelen omdat hij voldoende energie heeft en de situatie prettig vindt. Overprikkeling gaat dus niet uitsluitend over hoeveel prikkels er zijn, maar ook over je draagkracht, omstandigheden en wat er op dat moment al van je gevraagd wordt.
Dat is een belangrijk onderscheid, omdat de oplossing anders al snel wordt gereduceerd tot minder schermtijd of vaker mediteren. Dat kan helpen, maar wanneer je agenda structureel te vol zit, je nachtrust onvoldoende is, er spanningen thuis zijn of je voortdurend over je eigen grenzen gaat, ligt het probleem niet alleen bij je telefoon.
Het Nieuwe Mentaal: aandacht is een beperkte hulpbron
Een van de interessante thema's uit Het Nieuwe Mentaal is aandacht. In het dagelijks leven behandelen we aandacht gemakkelijk alsof ze onbeperkt beschikbaar is. We beantwoorden een bericht terwijl we naar iemand luisteren, bekijken tussendoor een e-mail, gaan terug naar onze oorspronkelijke taak en onderbreken die enkele minuten later opnieuw. We noemen dat multitasken, maar bij cognitief veeleisende activiteiten zijn we meestal vooral snel tussen taken aan het schakelen.
Dat schakelen heeft een kost. Iedere keer moet je opnieuw oriënteren: waar was ik mee bezig, wat was belangrijk en wat wilde ik hier precies doen? Wanneer dat tientallen keren per dag gebeurt, kun je aan het einde van de dag het gevoel hebben dat je enorm druk bent geweest zonder dat je echt diep met iets bezig bent geweest. Bovendien blijven onafgewerkte taken gemakkelijk in je hoofd aanwezig. Je bent fysiek al met iets anders bezig, terwijl een deel van je aandacht nog bij het vorige gesprek, bericht of probleem lijkt te hangen.
Daarom vind ik de vraag “Waar geef ik mijn aandacht eigenlijk aan?” interessanter dan de vraag hoe je nóg productiever kunt worden. Aandacht is niet alleen een middel om meer werk gedaan te krijgen. Ze bepaalt ook voor een deel hoe je je dag beleeft. Wanneer je voortdurend van stimulus naar stimulus springt, kan zelfs vrije tijd onrustig gaan voelen. Niet omdat er noodzakelijk iets mis is met je brein, maar omdat het nauwelijks nog gelegenheid krijgt om langere tijd bij één ervaring te blijven.
Zijn we werkelijk allemaal verslaafd aan prikkels?
Het is aantrekkelijk om te zeggen dat we collectief verslaafd zijn aan onze smartphone of aan snelle dopaminehits. Dat klinkt overtuigend, maar het vereenvoudigt zowel verslaving als de werking van dopamine. Dopamine is geen stofje dat simpelweg vrijkomt wanneer je iets leuks ziet en vervolgens je aandachtsspanne vernietigt. Het speelt verschillende rollen in onder meer motivatie, leren en beloningsprocessen. Ook kunnen digitale toepassingen bijzonder aantrekkelijk zijn zonder dat ieder intensief smartphonegebruik automatisch een verslaving vormt.
Wat we wél gemakkelijk kunnen herkennen, is hoe sterk digitale omgevingen onze aandacht uitnodigen. Een melding, nieuw bericht, korte video of veranderende nieuwsstroom biedt telkens iets nieuws om te bekijken. Wanneer de taak voor je moeilijk, saai of onzeker voelt, is die snelle afleiding extra aantrekkelijk. Je hoeft daar geen gebrek aan discipline voor te hebben. Het is simpelweg veel gemakkelijker om even een bericht te openen dan om geconcentreerd verder te werken aan iets waarvoor inspanning nodig is.
Daarom hoeft de oplossing ook niet te bestaan uit een oorlog tegen technologie. Je kunt veel praktischer kijken naar de omstandigheden waarin je aandacht steeds wordt onderbroken. Moet iedere app meldingen mogen sturen? Moet je telefoon naast je liggen wanneer je een moeilijke taak uitvoert? Wil je ieder vrij moment automatisch vullen? Kleine aanpassingen aan je omgeving kunnen vaak meer opleveren dan jezelf twintig keer per dag verwijten dat je onvoldoende discipline hebt.
Een kortere aandachtsspanne dan ooit? Zo eenvoudig is het niet
Ook de populaire uitspraak dat mensen tegenwoordig een kortere aandachtsspanne hebben dan ooit verdient voorzichtigheid. Aandacht is geen eenvoudige, vaste eigenschap die bij iedereen op dezelfde manier kan worden gemeten. Hoe lang je geconcentreerd blijft, hangt onder andere af van interesse, slaap, stress, motivatie, taakmoeilijkheid, omgeving en lichamelijke toestand. Iemand die na tien minuten afdwaalt tijdens administratief werk kan diezelfde avond anderhalf uur volledig opgaan in muziek, koken, een boek of een hobby.
Dat betekent niet dat onze digitale omgeving geen invloed heeft. Wanneer we onszelf eraan wennen om voortdurend te reageren op nieuwe informatie, wordt langdurige concentratie niet noodzakelijk gemakkelijker. Maar in plaats van te denken dat ons brein door technologie kapotgemaakt is, vind ik een andere gedachte veel hoopvoller: aandacht is contextgevoelig en kan worden ondersteund door de omstandigheden waarin we haar gebruiken.
Dat kan heel praktisch worden. Sluit programma's die je niet nodig hebt, leg je telefoon tijdelijk buiten bereik, bepaal vooraf waaraan je wilt werken en geef jezelf een afgebakende periode waarin je niet van taak wisselt. Niet om een productiviteitsmachine te worden, maar om opnieuw te ervaren hoe anders een activiteit voelt wanneer je aandacht niet voortdurend verdeeld wordt.
Focus is waardevol, maar niet alles hoeft Deep Work te zijn
Cal Newport maakte het begrip Deep Work populair: langere periodes van geconcentreerd werken aan cognitief veeleisende taken zonder voortdurende afleiding. Voor bepaalde vormen van werk kan dat bijzonder nuttig zijn. Wie schrijft, studeert, ontwerpt, analyseert of complexe problemen oplost, merkt waarschijnlijk het verschil tussen twintig minuten vol onderbrekingen en twintig minuten waarin werkelijk niets anders aandacht vraagt.
Maar ook hier bestaat het risico dat een waardevol principe verandert in een nieuwe norm. Niet iedereen kan zijn werkdag organiseren in lange ononderbroken blokken. Een verpleegkundige, ouder met jonge kinderen, leerkracht, winkelmedewerker of leidinggevende heeft een heel andere realiteit dan iemand die zelfstandig achter een bureau werkt. Bovendien is niet iedere taak diepe concentratie waard. Administratie, praktische communicatie en routinewerk horen eveneens bij het leven.
Het doel is daarom niet om iedere dag maximaal gefocust te zijn. Interessanter is om te herkennen welke taken werkelijk je volle aandacht verdienen en daar waar mogelijk omstandigheden voor te creëren. Eén periode waarin je bewust aan één belangrijk ding werkt kan waardevoller zijn dan een hele dag waarin je probeert overal tegelijk aanwezig te zijn.
Mentale energie is geen batterij met een exacte meter
In Het Nieuwe Mentaal speelt ook het verstandig omgaan met mentale energie een belangrijke rol. De metafoor van een batterij kan daarbij nuttig zijn: bepaalde activiteiten kosten ons duidelijk meer dan andere en na langdurige inspanning hebben we herstel nodig. Toch werkt mentale energie niet letterlijk als een batterij die 's ochtends honderd procent vol is en gedurende de dag voorspelbaar leegloopt. Interesse, betekenis, lichamelijke gezondheid, slaap, stress, sociale interactie en zelfs het soort taak kunnen sterk beïnvloeden hoe vermoeiend iets aanvoelt.
Daarom kan het nuttiger zijn om je eigen patronen te observeren dan een universeel schema te volgen. Wanneer kun jij het gemakkelijkst geconcentreerd werken? Welke gesprekken geven energie en welke vragen opvallend veel? Wanneer merk je dat je fouten begint te maken of sneller geïrriteerd raakt? Hoe voelt je lichaam wanneer je al te lang doorgaat? Dat zijn signalen waarmee je je dag realistischer kunt organiseren.
Voor de ene persoon betekent dat moeilijk werk in de ochtend, voor iemand anders juist later op de dag. Er bestaat geen universeel uur waarop ieder brein optimaal functioneert. Het belangrijkste is dat je je eigen ritme niet voortdurend negeert omdat een productiviteitsmethode beweert dat iedereen om vijf uur moet opstaan of negentig minuten onafgebroken moet kunnen werken.
De 90-minutenregel is geen natuurwet
Ook het advies om precies negentig minuten te werken en daarna pauze te nemen wordt regelmatig gekoppeld aan zogenaamde natuurlijke ritmes van het brein. Hoewel er onderzoek bestaat naar ultradiane ritmes, volgt daaruit niet dat iedereen voor optimale mentale prestaties exact negentig minuten moet werken. Voor de ene taak kan twintig of dertig minuten voldoende zijn, terwijl je tijdens een andere activiteit gemakkelijk langer geconcentreerd blijft.
Gebruik tijdsblokken daarom als experiment, niet als biologische verplichting. Je kunt bijvoorbeeld eens veertig of vijftig minuten aan één taak werken, enkele minuten pauzeren en vervolgens bekijken wat dat met je concentratie doet. Op een andere dag probeer je een langer blok. Het relevante resultaat is niet of je een theoretisch ideaal schema volgt, maar of je na verloop van tijd beter begint te herkennen wanneer je aandacht afneemt en wanneer een pauze werkelijk herstel brengt.
Een goede pauze hoeft bovendien niet gevuld te worden met nieuwe informatie. Wanneer je na vijftig minuten geconcentreerd werken onmiddellijk twintig korte video's bekijkt, heeft je aandacht technisch gezien de werktaak verlaten, maar je hebt jezelf tegelijkertijd een nieuwe stroom prikkels gegeven. Even wandelen, naar buiten kijken, water halen, bewegen of gewoon een paar minuten niets consumeren kan heel anders aanvoelen.
Rust is niet hetzelfde als niets doen
Hier zit voor mij een van de belangrijkste thema's van overprikkeling. Veel mensen hebben geleerd om activiteit als nuttig te beschouwen en rust als iets wat je moet verdienen. Eerst de taken afwerken, eerst iedereen helpen, eerst de inbox leeg, eerst het huis in orde en daarna mag je ontspannen. Alleen komt dat moment nauwelijks, omdat er altijd nog iets bestaat wat gedaan kan worden.
Daardoor kan zelfs vrije tijd veranderen in activiteit. We kijken televisie terwijl we onze telefoon gebruiken, beantwoorden nog snel een bericht tijdens een wandeling en luisteren naar een podcast terwijl we koken. Daar is op zichzelf niets verkeerd mee. Het wordt pas interessant wanneer je merkt dat stilte ongemakkelijk begint te voelen en ieder leeg moment onmiddellijk gevuld moet worden.
Mentale rust vraagt niet dat je urenlang niets doet. Het kan al zitten in een wandeling zonder voortdurend nieuwe informatie te consumeren, rustig eten zonder scherm, een douche waarbij je niet tegelijkertijd je dag probeert te plannen of vijf minuten zitten zonder van dat moment een ademhalingsoefening te hoeven maken. Niet ieder stil moment hoeft productief te worden gemaakt.
Veerkracht betekent niet dat stress je sterker móét maken
Een andere belangrijke pijler uit Het Nieuwe Mentaal is veerkracht. Ook dat begrip verdient nuance. Mentale veerkracht betekent niet dat je uiteindelijk zoveel stress moet kunnen verdragen dat niets je nog raakt. Het is ook niet noodzakelijk het vermogen om na iedere tegenslag sterker terug te komen. Mensen kunnen moeilijke ervaringen doormaken zonder daar uiteindelijk dankbaar voor te zijn of er zichtbaar sterker door te worden.
Veerkracht kan veel eenvoudiger betekenen dat je na belasting opnieuw een vorm van evenwicht kunt vinden, eventueel met hulp van anderen. Dat herstelvermogen wordt beïnvloed door veel meer dan mindset alleen. Slaap, financiële zekerheid, lichamelijke gezondheid, sociale steun, werkdruk, relaties en de mate waarin je werkelijk invloed hebt op je omstandigheden spelen allemaal mee. Je kunt iemand niet uit een structureel onhoudbare situatie laten mediteren en vervolgens verwachten dat het probleem verdwenen is.
Daarom vind ik het belangrijk om bij stress niet alleen te vragen: “Hoe kan ik hier beter mee omgaan?” maar ook: “Wat in deze situatie moet daadwerkelijk veranderen?” Soms is ademhaling of mindfulness nuttig. Op andere momenten is een grens, gesprek, rustperiode, andere taakverdeling of professionele hulp belangrijker.
Ademhaling kan ondersteunen, maar hoeft niets te repareren
Bewust ademen kan een eenvoudige manier zijn om even uit de stroom van gedachten te stappen en aandacht terug te brengen naar het lichaam. Voor sommige mensen werkt een rustig ademritme prettig, bijvoorbeeld door iets langer uit te ademen dan in te ademen. Het is alleen niet nodig om van één specifieke ademhalingstechniek een universele oplossing voor stress te maken.
Wanneer je gespannen bent, hoeft je doel ook niet te zijn om je zenuwstelsel onmiddellijk te resetten. Die taal wekt gemakkelijk de indruk dat je lichaam verkeerd functioneert zodra je stress voelt. Stressreacties zijn op zichzelf normale menselijke reacties. De vraag is vooral of je systeem voldoende gelegenheid krijgt om na belasting weer tot rust te komen.
Een paar rustige ademhalingen kunnen daarbij een hulpmiddel zijn. Net zoals wandelen, bewegen, praten met iemand, muziek luisteren, slapen of even niets hoeven dat kunnen zijn. Het hulpmiddel hoeft niet magisch te zijn om waardevol te zijn.
Dankbaarheid is waardevol, maar geen tegengif voor stress
Ook dankbaarheid komt vaak terug wanneer we spreken over mentale veerkracht. Bewust aandacht geven aan dingen die goed gaan kan ons perspectief verbreden, zeker wanneer ons denken lange tijd bijna uitsluitend rond problemen draait. Een korte dankbaarheidsoefening kan daarom voor bepaalde mensen een fijne dagelijkse gewoonte zijn.
Maar dankbaarheid hoeft negatieve emoties niet te vervangen en ze verandert je brein niet op een eenvoudige manier waardoor stress voortaan verdwijnt. Je kunt dankbaar zijn voor je kinderen en tegelijkertijd uitgeput zijn door de combinatie van werk en gezin. Je kunt veel mooie dingen in je leven hebben en toch verdrietig zijn. Beide ervaringen kunnen naast elkaar bestaan.
Een bruikbare dankbaarheidsoefening hoeft daarom niet te luiden: “Welke drie dingen bewijzen dat mijn leven eigenlijk goed is?” Je kunt veel eenvoudiger vragen: “Wat was vandaag, ondanks alles, prettig, waardevol of betekenisvol?” Daarmee voeg je iets toe aan je aandacht zonder andere ervaringen weg te duwen.
Overprikkeling is niet altijd een individueel probleem
Dit vind ik misschien wel het belangrijkste tegengewicht tegen de taal van mentale optimalisatie. Wanneer iemand structureel overprikkeld is, zoeken we de oplossing gemakkelijk volledig bij die persoon. Beter plannen, beter focussen, meer mediteren, minder scrollen, dankbaarder zijn, ademhalingsoefeningen doen en grenzen leren stellen. Al die dingen kunnen zinvol zijn, maar ze mogen ons niet blind maken voor de omgeving.
Wanneer je structureel te veel werk hebt, is een focusmethode geen volledige oplossing. Wanneer je voortdurend beschikbaar moet zijn voor anderen, is vijf minuten mindfulness onvoldoende. Wanneer je financiële zorgen hebt, ontstaat mentale belasting die niet verdwijnt door positiever te denken. Wanneer je slecht slaapt door jonge kinderen, ziekte of onregelmatig werk, is het niet vreemd dat je concentratie minder goed is.
Mentale gezondheid versterken betekent daarom niet alleen dat jij jezelf moet aanpassen aan een steeds drukkere wereld. Het mag ook betekenen dat je onderzoekt welke delen van die drukte je niet langer vanzelfsprekend wilt accepteren.
Een praktische oefening: maak een prikkelbalans
Wanneer je merkt dat alles te veel wordt, probeer dan niet onmiddellijk je volledige leven te reorganiseren. Neem één gewone dag en kijk er achteraf rustig naar. Welke momenten kostten opvallend veel mentale energie? Wanneer voelde je dat je aandacht versnipperde? Welke activiteit gaf juist ruimte? Welke onderbrekingen waren noodzakelijk en welke gebeurden automatisch? En op welk moment merkte je eigenlijk voor het eerst dat je genoeg had gehad?
Kies vervolgens één verandering die klein genoeg is om werkelijk uit te proberen. Dat kan betekenen dat je gedurende een bepaald uur meldingen uitschakelt, tijdens je lunch niet werkt, één avond niets plant, je telefoon niet meeneemt tijdens een korte wandeling of één taak afwerkt voordat je een volgende opent. Kijk vervolgens niet alleen naar productiviteit, maar vooral naar je ervaring. Had je meer rust? Was concentreren gemakkelijker? Voelde je minder druk of juist meer? Op die manier verzamel je informatie over wat voor jou werkt in plaats van jezelf opnieuw een ideaal schema op te leggen.
Na verloop van tijd kun je daarnaast onderzoeken of het probleem werkelijk in kleine gewoontes zit of dat er een groter patroon zichtbaar wordt. Misschien probeer je te veel verantwoordelijkheden tegelijk te dragen. Misschien zeg je te gemakkelijk ja. Misschien neem je nauwelijks herstel omdat je rust associeert met luiheid. Dan gaat overprikkeling niet meer alleen over prikkels, maar ook over grenzen, verwachtingen en de manier waarop je met jezelf omgaat.
Van overprikkeld naar meer mentale ruimte
De waarde die ik uit Het Nieuwe Mentaal haal, zit daarom niet in het idee dat we ons brein moeten upgraden tot een systeem dat nóg meer aankan. Ik vind juist het tegenovergestelde interessanter: leren herkennen waar onze aandacht naartoe gaat, bewuster kiezen wanneer focus nodig is en herstel niet langer behandelen als tijdverlies. Mentale fitheid hoeft niet te betekenen dat je jezelf optimaliseert totdat je perfect functioneert in een wereld die voortdurend iets van je vraagt.
Je hoeft ook niet iedere prikkel te vermijden. Een rijk leven bevat drukte, mensen, werk, muziek, gesprekken, onverwachte gebeurtenissen en momenten waarop meerdere dingen tegelijk je aandacht vragen. De bedoeling is niet om in een volledig gecontroleerde omgeving te gaan leven, maar om beter te herkennen wanneer veel ook werkelijk te veel begint te worden.
Daar ligt uiteindelijk een vorm van mentale veerkracht die minder spectaculair maar waarschijnlijk duurzamer is. Niet steeds meer kunnen verdragen, maar eerder voelen wat je nodig hebt. Niet iedere minuut optimaal benutten, maar ook ruimte laten waarin niets hoeft. Niet je aandacht voortdurend laten bepalen door wat het hardst roept, maar haar af en toe bewust terugbrengen naar wat voor jou belangrijk is.
Meer rust in een overprikkelde wereld
Binnen Klarvida begeleid ik mensen die merken dat hun hoofd voortdurend actief blijft, die veel piekeren, snel overprikkeld raken of het gevoel hebben dat ze altijd beschikbaar en alert moeten zijn. Daarbij kijken we niet alleen naar manieren om beter met drukte om te gaan, maar ook naar de patronen eronder. Waar gaat je aandacht naartoe? Welke verwachtingen leg je jezelf op? Waar overschrijd je regelmatig je eigen grenzen? En wat in je dagelijkse leven kan daadwerkelijk anders?
Daarbij kunnen inzichten en oefeningen uit mindfulness, NLP en positieve psychologie praktische hulpmiddelen bieden om bewuster om te gaan met aandacht, gedachten, grenzen en herstel. Niet om je brein te herprogrammeren of ervoor te zorgen dat je voortaan onbeperkt stress kunt verdragen, maar om meer ruimte te creëren tussen wat er op je afkomt en hoe je ermee omgaat. Coaching vervangt geen medische, psychologische of psychiatrische behandeling. Wanneer overprikkeling, uitputting, angst, somberheid of concentratieproblemen ernstig of langdurig zijn of je dagelijks functioneren sterk beïnvloeden, is het belangrijk om passende professionele hulp te zoeken.
Merk je dat je hoofd nauwelijks nog rust krijgt en dat zelfs kleine dingen steeds vaker te veel worden? Dan kunnen we tijdens een gratis en vrijblijvend kennismakingsgesprek rustig bekijken wat er speelt en of mijn manier van begeleiden bij jou past. Het doel is niet om iemand te worden die steeds méér aankan. Het kan net zo waardevol zijn om opnieuw te leren herkennen wat voor jou genoeg is.
Lees ook:
.png)




Opmerkingen